Recensie

Recensie Film

Koolhoven wijst je op dingen die je over het hoofd ziet

Filmprogramma In De kijk van Koolhoven bespreekt filmregisseur Martin Koolhoven met veel aanstekelijk enthousiasme zijn favoriete speelfilms. Vrijdag begint een tweede serie van het filmprogramma op de publieke omroep.

Foto VPRO

Hij kan niet anders, zegt regisseur en cinefiel Martin Koolhoven in de eerste aflevering van de tweede reeks van zijn filmprogramma De kijk van Koolhoven. Nu ook zijn programma een vervolg krijgt, moet hij het wel over sequels en remakes hebben. Net zoals in de eerste reeks, die in oktober en november 2018 werd uitgezonden, doet hij dat met veel aanstekelijk enthousiasme.

Recensie eerste reeks ‘De kijk van Koolhoven’: Martin Koolhoven deelt liefde voor genrefilms in eigen programma

De speelse vormgeving is hetzelfde, met Koolhoven die opduikt in bekende filmscènes of al pratend de kijker rechtstreeks toespreekt met bijvoorbeeld het promotiemateriaal van de Spider-Manfilms als achtergrond. Koolhoven bespreekt dit keer niet alleen genres, zoals ‘Eurocrime’ (aflevering 2) maar ook thema’s als aliens (aflevering 3), tijdreizen (aflevering 6) en twee afleveringen over de Amerikaanse gangster. Thema’s die niet ver afstaan van Koolhovens favoriete filmgenres – hij praat liever over genrefilms dan over filmhuisfilms.

Het begon met Jaws

Dat Hollywood in de ban is van sequels, remakes en reboots komt volgens Koolhoven door het succes van Steven Spielbergs Jaws (1975), waar hij in de eerste reeks een memorabele analyse op los liet. Jaws was een van de eerste blockbusters, films die zowel een fenomeen zijn als zeer veel geld in het laatje brengen.

Films als Star Wars worden een ‘event’ dat gehaaide producenten willen herhalen. Ze investeren in peperdure films die een veelvoud moeten opbrengen. Sinds medio jaren zeventig is dit het verdienmodel van Hollywood.

En laten remakes en sequels nou net die films zijn waar het publiek in drommen naar toe gaat. Met als gevolg dat Hollywood behoudender is geworden. Om zo min mogelijk risico te lopen, wordt vooral op blockbusters ingezet: films waar iedereen het over heeft en waar iedereen heengaat. De laatste jaren zijn dat vooral superheldenfilms uit de Marvelstudio of die van concurrent DC Comics.

Lees ook de recensie: Deze Spider-Man is idioot grappig

Koolhoven betreurt die ontwikkeling maar was de laatste tijd aangenaam verrast door twee films die binnen het superheldengenre wél iets nieuws doen: Joker (waarover hij ten tijde van de première al enthousiast vertelde in De Wereld Draait Door) en de animatiefilm Spider-Man: Into the Spider-Verse. Deze kreeg vorig jaar weliswaar de Oscar voor beste animatiefilm, maar Koolhoven vindt dat hij meer verdient. Hij zag de film met zijn kinderen en ontdekte dat superheld Spider-Man, voor het eerst een gekleurde tiener, een mooie metafoor is voor de puberteit – voor hem een eyeopener.

Some Like It Hot

Na analyses van James Bond, Indiana Jones, Terminator 2 en Ben-Hur (1959) komt Koolhoven te spreken over zijn twee meest favoriete remakes, Some Like It Hot (Billy Wilder, 1959) en John Carpenters The Thing uit 1982.

Dat Some Like It Hot een remake is zullen weinigen weten, Koolhoven verzuimt helaas te vermelden van welke film het dan een remake is. Antwoord: van de Franse film Fanfare d’amour uit 1935 én/of de Duitse film Fanfaren der Liebe uit 1953. Het is aannemelijk dat met name de Duitse film model stond voor Wilders klassiek geworden versie met Marilyn Monroe en Jack Lemmon en Tony Curtis verkleed als vrouwen. Koolhoven vindt het „de beste komedie ooit”. Koolhoven roemt Wilders (‘Billy Wilder is God’) komische timing en geweldige oneliners.

John Carpenter is een van Koolhovens favoriete regisseurs, met The Thing als een van de hoogtepunten uit zijn rijke oeuvre. Carpenter zag het niet als remake (van The Thing from Another World, 1951), maar eerder als een nieuwe, meer getrouwe versie van de novelle die als basis diende voor de verfilming, Who Goes There? van John W. Campbell.

In zijn betoog over Carpenters spanningsopbouw toont zich opnieuw het voordeel dat Koolhoven zelf regisseur is. Hij wijst je op dingen die je normaal gezien over het hoofd ziet of waar je niet bij stil staat. Toch ziet hij zelf ook dingen over het hoofd.

In zijn verder prima analyse van de beroemde ‘chariot race’ uit Ben-Hur („uit marmer gebeiteld”) laat hij na erop te wijzen dat de schurk een span zwarte paarden heeft en de held met witte paarden racet. Een aan de western ontleende iconografie, waarin de schurk vaak in het zwart gekleed gaat of een zwarte cowboyhoed heeft. Wellicht heeft hij die observatie wel gemaakt maar sneuvelde die door tijdgebrek.

Net als in de eerste reeks wil de ratelende Koolhoven soms te veel. Iets meer rust en dieper gravende analyses waren welkom geweest.