Opinie

In Rotterdam moet je kunnen doorrijden

Het komende jaar moet de ‘Rotterdamse mobiliteitsaanpak’ worden uitgewerkt. Zorg dan éérst dat er een behoorlijk zicht is op de verkeersstromen: maak een verkeerscirculatieplan! Daarnaast moeten de alternatieven voor de auto eerder en beter geregeld worden, zegt Dieke van Groningen. Dan komt de stad tenminste niet steeds vast te staan.

Illustratie Rick van Schagen

Rotterdam is dé meest bereikbare stad van Nederland; tenminste, dat wás altijd zo. Tot voor kort kon je in Rotterdam nog best doorrijden, maar de laatste jaren is daar verandering in gekomen. De zogeheten ‘groene golven’ van verkeerslichten zijn uitgezet en werkzaamheden, zoals aan de Maastunnel en de Coolsingel, hebben grote impact op het verkeer. Juist de Coolsingel, in heel Nederland bekend van monopolie, was de straat waar je gemakkelijk doorheen kon rijden langs het statige stadhuis. Dát doorrijden is voltooid verleden tijd.

Afgelopen week kopte deze krant over de verkeerschaos rondom het Hofplein (NRC, 15 februari). Iedereen staat vast, zelfs de trams en fietsers. Inmiddels haalt dit kruispunt vaker de krant dan als Feyenoord de beker wint. Het is duidelijk dat er iets aan de hand is met deze autostad. De grote vraag is: Wat precies?

Hoe kan een stad die altijd zo goed bereikbaar was zo vaststaan? Rotterdam is een stad die ruim is opgezet met een logische stratenstructuur. Met ruimte om te bouwen en ruimte om verkeer efficiënt en snel te laten doorstromen. Als we tussen de vier grote steden vergelijken is onze bereikbaarheid in opzet misschien wel de beste van de vier.

Natuurlijk is het aantal inwoners in de loop der jaren gestegen. Ook zijn er meer fietsen en auto’s bijgekomen en de ring rond Rotterdam is drukker geworden: door frequentere files daar loopt het verkeer in de stad vast. Ook in gebieden als Nesselande, Rozenburg, Hoek van Holland en Hoogvliet is het kommer en kwel: lange files en geen zicht op een deugdelijke oplossing.

De fiets krijgt (langzaam) meer ruimte in de stad

Ergens fluistert er ook een stemmetje in mijn hoofd dat Rotterdam – geïnspireerd op andere grote steden – gewoon minder ruimte wil bieden voor de auto. De auto wordt gezien als vervuilend en impactvol op de stad. Als je die geen ruimte biedt gaat het vanzelf wel weg, denken ze. In andere steden wordt de automobilist geweerd door het invoeren van autovrije zones, het opknippen van de stad in zones, het instellen van milieuzones of 30 km-fietsstraten.

Los die files op

Rotterdam komt als oplossing van al deze problemen (en meer) met een Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (RMA genoemd): een plan om de luchtkwaliteit, de leefbaarheid én verkeersveiligheid te verbeteren. Allemaal uitgangspunten waar we het helemaal mee eens zijn. Alleen: hoe staat het met de bereikbaarheid voor elk vervoermiddel? Hebben we als Rotterdam goed inzichtelijk hoe alle verkeersstromen zich door de stad heen bewegen?

Een grote stad als Rotterdam hoort gewoon een verkeerscirculatieplan te hebben. Een plan dat inzichtelijk maakt hoe verkeersstromen lopen en wat er gebeurt als we verkeerskundige aanpassingen maken. Het is essentieel om de doorgaande routes goed te laten doorstromen zodat het sluipverkeer wordt tegengegaan. Dat maakt het des te belangrijker om in kaart te brengen wat deze doorgaande routes precies zijn, hoeveel verkeer daar dagelijks overheen beweegt en welke keuzes er gemaakt worden.

De RMA is nu nog een visiedocument, de uitwerking van de plannen volgt later dit jaar. In de uitgangspunten staat dat er meer ruimte geboden gaat worden de fiets, voetganger en het OV. In een binnenstad die ‘verdicht’ (onder meer door hoogbouw in het centrum) is dat ook niet zo’n gek idee. Verder sturen we op snelheid en starten we met verkeersexperimenten op diverse plekken. De vraag is: heb je dan de files en de mobiliteitsproblemen opgelost?

Een goede verkeersafwikkeling is essentieel voor een grote stad die verder groeit. Dat vraagt om twee uitgangspunten. Allereerst het goed in kaart brengen van de verkeersstromen. Dan kan je daarop sturen en keuzes maken om het stilstaand verkeer te verminderen. Dat kan bijvoorbeeld door eenrichtingswegen in te voeren, verschillende vervoersmiddelen te splitsen of groene golven aan te zetten zodat het verkeer beter doorstroomt. Een constante snelheid rijden is beter voor de luchtkwaliteit en zorgt uiteindelijk voor minder uitstoot dan steeds optrekken en stilstaan.

Investeer in alternatieven

Ten tweede door het investeren in alternatieven. Zoals het bouwen van meer Park & Ride (P+R)-voorzieningen aan de randen van de stad, parkeergarages beter benutten (overdag door bedrijven en ‘s nachts door bewoners) en het versneld aanleggen van een goede metrolijn of tramhaltes. Bij bouwprojecten zou Rotterdam eerst moeten starten met het aanleggen van de openbaar vervoersinfrastructuur. Hierdoor wordt de grondprijs ook hoger, dan betaalt de investering zich ook sneller terug.

Die twee uitgangspunten zouden de insteek moeten zijn voor de uitwerking van de RMA. Dan gaat dit plan een positieve bijdrage leveren aan de stad en de verkeersdoorstroming. Want in een wereldstad als Rotterdam mag je best een beetje doorrijden.

, raadslid in Rotterdam voor de VVD