Recensie

Recensie Beeldende kunst

In de schilderijen van impressionist Willem Bastiaan Tholen schijnt altijd de zon

Expositie De zonnige landschappen die het Dordrechts Museum toont van de Nederlandse impressionist Willem Bastiaan Tholen ademen zowel pragmatisme als een ijzeren levenslust.

Willem Bastiaan Tholen ‘Einde’. Zwart krijt, gewassen in zwarte inkt, aquarel en witte dekverf op grijs papier, 270 x 345 mm.
Willem Bastiaan Tholen ‘Einde’. Zwart krijt, gewassen in zwarte inkt, aquarel en witte dekverf op grijs papier, 270 x 345 mm. Dordrechts Museum

Een tekening van Willem Bastiaan Tholen (1860-1931) is getiteld Einde. Het blad in zwart krijt en witte dekverf toont onder meer een zeis, een omvallende kandelaar met uitwaaiende kaars, papieren die van een tafel schuiven en een kleine metalen crucifix die van de wand valt. De symboliek van dood en vergankelijkheid ligt er dik bovenop. In dat opzicht is deze voorstelling hoogst uitzonderlijk in het werk van de Nederlandse impressionist waaraan het Dordrechts Museum met honderd schilderijen en tachtig tekeningen, aquarellen en prenten, een grote expositie wijdt die eerder al was te zien in de Fondation Custodia in Parijs. Het werk van Tholen ademt verder juist een ijzeren levenslust.

Willem Bastiaan Tholen groeide op in Kampen en leerde het schildersvak onder andere tijdens een kortstondige studie aan de Rijksacademie in Amsterdam en bij de schilder Paul Gabriël in Brussel. Zeker nadat hij zich in 1890 definitief in Den Haag had gevestigd, verkeerde hij veel in kringen van de Haagse School waartoe ook zijn leermeester en zijn leeftijdgenoot en vriend Willem Witsen worden gerekend. Toch zou Tholen altijd zijn eigen koers blijven varen in de keuze van stijl en onderwerpen.

Willem Bastiaan Tholen ‘Het Wegje, Enkhuizen’ 1902. Dordrechts Museum

Ongewone themakeuze

Het lijkt alsof altijd de zon schijnt in de kleurige en vlot gepenseelde weergaven van vredige landschappen met molens, boten en bruggetjes, vaak voorzien van verrassende lichteffecten en scherpe schaduwen. Op zijn tochten door landerijen en rivierbeddingen, bossen en de stadjes rond de Zuiderzee moet Tholen voortdurend opmerkzaam zijn geweest op opvallende motieven zoals doorkijkjes op straatjes, grachten, en pittoreske constructies als een hoge houten klokkenstoel bij een kerkje of een dukdalf in het water. Zijn vaak ongewone themakeuze leidde tot schilderijen van interieurs van een postkantoor en een papierfabriek.

Op aanraden van Paul Gabriël koos Tholen ook de huizen, de vaarten en de bedrijvigheid in het destijds nog ongerepte en niet ver van zijn ouderlijk huis in Kampen gelegen dorp Giethoorn als onderwerpen. De nu niet meer voor te stellen exclusiviteit van dergelijke voorstellingen werd tot een soort handelsmerk waarmee de schilder zich onderscheidde van collega’s die zich beperkten tot een comfortabel ritje met de stoomtram naar plaatsen als Laren. Het wijst op een pragmatisme en handelsgeest die Tholen niet vreemd waren, en die hem ook kritiek opleverden. Zijn werk was bij zijn leven al gewild in het internationale tentoonstellingencircuit en bij verzamelaars tot in Canada aan toe, maar vooral zijn latere werk werd door critici soms afgedaan als aangenaam en beschaafd, maar ook als een gemakzuchtig voortborduren op bewezen succes.

Willem Bastiaan Tholen ‘Landschap met schildersparasol’. Dordrechts Museum

Niet al te serieus

Tholen zelf zal er niet van wakker hebben gelegen. Hij had onmiskenbaar plezier in zijn werk. Zo zocht hij ongewone afsnijdingen, bijvoorbeeld in een landschap waarin een bovenhoek wordt bedekt door een deel van de witte schildersparasol, of een riviergezicht beschouwd vanonder het zeil van een boot. Hij zal die uitzichten ter plaatse snel en met een steeds nieuwsgierige blik en trefzekere hand hebben getekend. Het blijkt uit zijn tekenboeken, die vol staan met vlugge schetsen waarvan een levendig getekende blik op de rug van de koetsier op de bok, gezien vanuit een open karos een van de aantrekkelijkste is. En ook de tekening met het vanitasstilleven lijkt bij nadere beschouwing niet al te serieus te zijn bedoeld. Er moet immers wel een forse aardbeving plaatsvinden om het effect te sorteren van spontaan omvallende en opwaaiende voorwerpen. De tuimelende kaars is al geknakt voordat hij goed en wel de tafel heeft geraakt, en ook het feit dat de krakkemikkige zeis niet snijdt maar zelf in tweeën is gebroken, draagt niet bepaald bij aan een angstaanjagende moraal. Zelfs de verbeelding van het einde zag Willem Bastiaan Tholen van de opgewekte kant.