Interview

‘Ik dacht: wat zou die frisse start kunnen zijn?’

Eelco van der Lingen Eelco van der Lingen is een jaar directeur van het Mondriaan Fonds. Hij wil de toegankelijkheid van beeldende kunst en erfgoed stimuleren, zo blijkt uit zijn nieuwe beleidsplan. Hij heeft radicale plannen met het Nederlands paviljoen op de Biënnale van Venetië en wil breken met tradities.

‘Buiten de perken’, zo heet het nieuwe beleidsplan dat Eelco van der Lingen namens het Mondriaan Fonds heeft geschreven voor het cultuurbeleid in de periode 2021-2024. Je zou in die titel een subtiele verwijzing kunnen lezen naar de Sonsbeek-tentoonstelling uit 1971, toen kunstenaars hun beelden en installaties ver buiten de grenzen van het Arnhemse stadspark bouwden, van Drenthe tot aan Limburg. Ook Van der Lingen pleit in zijn nota, die dit voorjaar verschijnt, voor het belang van regionale spreiding en lokale context. Het is een van zijn speerpunten, naast diversiteit en toegankelijkheid.

Maar dat ‘buiten de perken’ slaat ook op het nieuws dat Van der Lingen deze ochtend graag wil delen en dat een schokgolf in de kunstwereld zal veroorzaken.

Want als stimuleringsfonds voor beeldende kunst en erfgoed is het Mondriaan Fonds ook verantwoordelijk voor de Nederlandse inzending op de Biënnale van Venetië. En de komende editie, in de zomer van 2021, wil Van der Lingen eens helemaal anders aanpakken. „We gaan het Rietveldpaviljoen uit. We verlaten de Giardini en maken een presentatie elders in de stad.” Waar precies, kan hij nog niet zeggen. „We zijn bezig met een mooie avontuurlijke ruimte.” Het is een radicale stap, waarmee wordt gebroken met een traditie die al sinds 1954 bestaat.

De selectieprocedure voor de Nederlandse deelname aan de Biënnale is voor velen al jaren een bron van ergernis. Tot 2011 wees het fonds een curator aan die vervolgens zelf één of meerdere kunstenaars uitkoos. De afgelopen acht jaar konden curatoren en kunstenaars via een open call een plan indienen. Maar ook die meer democratische procedure leverde kritiek op: bij de laatste editie dienden de afgewezen kunstenaars een klacht in tegen het Mondriaan Fonds, omdat ze het niet eens waren met de gang van zaken.

Toen Van der Lingen op 1 maart 2019 begon als directeur van het Mondriaan Fonds, kreeg hij direct de vraag of hij de selectieprocedure tegen het licht wilde houden. „Bij de laatste Biënnale ging het meer over de procedure dan over het werk. Dat was pijnlijk voor de kunstenaars die meededen. Maar als je die acht jaar gaat evalueren, kijk je alleen maar naar het systeem van de open call. Ik had de behoefte om het drastisch anders te doen, een frisse start te maken, zodat we straks echt iets hebben ter vergelijking.”

Wat viel u op toen u terugkeek op de afgelopen vier edities?

„Wat er in die jaargangen aan ideeën is ingeleverd, is heel mooi. Je ziet de kwaliteit van zo’n open call. Mensen worden echt aangespoord om na te denken over wat zo’n nationale representatie betekent. Maar het viel me ook op dat het podium van Venetië dikwijls de plek was waar we onderling met elkaar in gesprek gingen, alsof we in Nederland zaten. Vaak speelden Rietveld en het modernisme daarbij een nadrukkelijke rol. Hoe verhoud je je tot het paviljoen? En dan was er nog de rol van de Giardini, de center stage, die altijd bevolkt wordt door dezelfde landen.”

Lees ook de reportage over de competitie voor de Biënnale van 2017

De belangrijkste plekken worden daar ingenomen door de landen die ooit de koloniale grootmachten waren.

„Ja, daaraan zie je hoe de politieke machtsverhoudingen lagen toen de Biënnale in 1895 ontstond. In het discours over de Biënnale komt dat altijd weer als probleem voorbij. Maar er is geen land dat zegt: we stappen eruit. Want dan ben je je plek in het centrum kwijt.”

Waarom leek het u een goed idee om dat nu toch te doen?

„Ik dacht: wat zou die frisse start kunnen zijn? Het is fijn als je wat ballast kunt afgooien. Als een procedure een last is geworden, is het fijn als je het een keertje zonder kunt doen. En dat geldt ook voor het paviljoen. Wat voor vrijheid levert het op als we ons eens niet tot Rietveld hoeven te verhouden, of tot de politieke situatie in de Giardini? Krijgen we dan misschien een presentatie die in staat is voorbij de Nederlandse dialoog te komen?”

Is die test een eenmalige?

„Ja, het blijft bij één keer. We hebben bij hoge uitzondering toestemming van de Biënnale gekregen om ons paviljoen te verlaten.”

Hoe wordt de kunstenaar voor de komende editie gekozen?

„We hebben alle inzendingen die er in de afgelopen acht jaar zijn geweest als basis genomen. Het ging daarbij niet om oude plannen maar meer over de vraag: wie zouden zo’n opgave aankunnen, op zo’n internationaal podium? Daaruit is een longlist samengesteld en die is door een internationale jury bekeken. Er is nu een shortlist van vier kandidaten. Zij hebben inmiddels een presentatie gegeven. Het uitgangspunt was: Nederland gaat uit het paviljoen, hoe zou jij dat aanpakken? We zijn nu bijna bij de eindstreep, maar ik ga nog niet zeggen wie het wordt.”

De afgelopen jaren zag je dat er door sommige landen op de Biënnale al een beetje buiten de lijntjes werd gekleurd. Bijvoorbeeld door kunstenaars van een andere nationaliteit uit te nodigen. Maar u gaat nog een stap verder.

„Duitsland en Frankrijk hebben al eens stuivertje gewisseld. En Finland heeft zijn paviljoen ooit verhuurd aan IJsland, omdat ze zelf in het Nordic-paviljoen zaten. Maar het is voor het eerst in de geschiedenis van de Biënnale dat een land zijn paviljoen opgeeft om zelf buiten de Giardini te gaan zitten. We hopen dat we met die primeur extra aandacht zullen genereren. Want we lopen nu natuurlijk ook een hoop publiek mis. We stappen uit onze comfortzone en hopen dat we zo ook wat goodwill kweken bij het publiek.”

Wat gebeurt er met het Rietveld-paviljoen, gaat dat dicht?

„Daar gaat Estland in. Zij zijn een jonge natie, en de kans dat zij ooit in de Giardini terecht zouden kunnen, is nihil. De Giardini mag niet uitgebreid worden. Tegelijkertijd heeft Estland in de afgelopen jaren door de stad heen spannende presentaties gemaakt. Zo klein als ze zijn, hebben ze dat heel dapper vol weten te houden. Toen ik de Estlandse organisator opbelde en vroeg of ze wellicht ons paviljoen wilde gebruiken, dacht ze dat ik haar in de maling nam.”

Is de promotie van Nederlandse kunstenaars in het buitenland jullie voornaamste taak als fonds?

„Nee, zeker niet. Culturele en regionale diversiteit en een betere inkomenspositie voor kunstenaars zijn minstens zo belangrijk. Maar onze internationale positie is wel een van de speerpunten voor de toekomst. Als je het internationaal beter wilt doen, moeten er in Nederland betere podia komen. Daardoor houd je mensen in Nederland, kunnen kunstenaars zich hier ontwikkelen en worden ze aantrekkelijker in het buitenland. Nu slaan veel buitenlandse curatoren Nederland over. Er is een kaalslag geweest, ze hebben het gevoel dat er hier niet zoveel meer gebeurt. Het is belangrijk om te investeren in het middenkader, in de presentatie-instellingen, zodat de internationale positie voor kunstenaars ook verbetert.”

Als je naar de presentatie-instellingen kijkt, zijn het wel vrij gelijksoortige plekken waar het geld naartoe gaat. Jullie steunen vooral de meer avant-gardistische, conceptuele kunstvormen.

„Er is in de kunstwereld een gedachte over wat kwaliteit is, en die kwaliteit wordt een zelfbevestigend iets. Maar als je alleen focust op de avant-garde, breng je uiteindelijk ook een verarming teweeg. Er zijn veel mensen in Nederland die zich niet aangesproken voelen door het aanbod dat wij ondersteunen. Een van de dingen waar ik de komende jaren naar wil kijken is: wat betekent kwaliteit voor iemand die in een dorp in Drenthe woont, of voor iemand die zijn oorsprong niet in Nederland heeft.

„Hiervoor was ik conservator in Friesland, en ik merkte dat kunst en erfgoed daar anders functioneren dan in de Randstad. Kunstenaarsinitiatief VHDG uit Leeuwarden had bijvoorbeeld het leuke idee om rond te reizen met een SRV-wagen, van dorp tot dorp. Dat sluit fantastisch aan op de beleving van Friesland. Het landschap is erop ingericht, met kleine weggetjes waar je maar 60 km per uur mag rijden. Als je zoiets in de Randstad zou lanceren, zou iedereen denken: wat een gedoe. Maar daar past het.”

Jullie hebben sinds kort een pilot voor vluchtelingen. Kunnen ook zij nu een werkbijdrage krijgen?

„Zeker. Er komen veel interessante kunstenaars als vluchteling naar Nederland. Zij kunnen ons cultuurlandschap verrijken. Maar vaak hebben ze een heel andere achtergrond qua opleiding. De formele toets die we normaal loslaten op kunstenaars, halen zij niet. Dus willen we kijken wat het oplevert als we die barrière weghalen.

„We willen in de komende vier jaar zoveel mogelijk drempels wegnemen. Zo hebben we sinds kort Vouchers Internationaal, waarmee we snel kunnen inspringen als kunstenaars een opdracht in het buitenland krijgen. Tot nu toe moest er dan eerst een commissie kijken of het plan wel goed was. Nu kunnen we snel een bedrag ter beschikking stellen voor reis- en verblijfskosten als een kunstenaar gevraagd wordt voor een lezing.”

Is duurzaamheid een onderwerp voor het fonds? Jullie steunen kunstenaars om de wereld rond te vliegen.

„Wij willen graag internationale verbindingen. Dat betekent mensen in vliegtuigen. Ik denk wel dat het een onderwerp is dat steeds meer op de agenda zal komen. Maar we hoeven het niet noodzakelijkerwijs zelf op te lossen. Natuurlijk is het beter ‘to practise what you preach’. Maar uiteindelijk gaat het om de politiek die beslissingen moet maken waardoor we vaker met de trein gaan.”

Zal de Biënnale over tien jaar überhaupt nog bestaan? Als Venetië onder water loopt, is er geen tentoonstelling meer.

„Dat zou goed kunnen. Ongetwijfeld kijken we dan terug en zeggen we: ongelofelijk dat we dat deden in 2020.”