Hij bestreed het vuur en gaf de stad licht

Jan van der Heyden Het Stadsarchief verwierf het complete archief van Jan van der Heyden, de man die zoveel betekend heeft voor de stad Amsterdam.

Vlnr: Dwarsdoorsnede van een brandend huis met spuitgasten, voorstudie, Jan van der Heyden, ca 1690; portret Jan van der Heyden; model slangbrandspuit met toebehoren, begin 18de eeuw.
Vlnr: Dwarsdoorsnede van een brandend huis met spuitgasten, voorstudie, Jan van der Heyden, ca 1690; portret Jan van der Heyden; model slangbrandspuit met toebehoren, begin 18de eeuw. Beelden Stadsarchief Amsterdam

Iedereen kent hem van de befaamde brandblusboot Jan van der Heyde II (1929), die nog in de James Bond-film Diamonds are forever is te zien. Maar de Amsterdamse kunstenaar, uitvinder, schilder, etser en ook generaal-brandmeester was meer dan alleen de naam achter die blusboot. Jan van der Heyden (1637-1712) was de bedenker van de brandslang en gaf de stad Amsterdam moderne straatverlichting. Hij bestreed het vuur en hij gaf de stad licht – een briljante combinatie.

Hij noemde zichzelf „Inventeur” en dat is een treffende benaming voor deze ‘Da Vinci van de Lage Landen’, zoals hij ook wordt genoemd. Zijn naam wordt wisselend gespeld, zowel Van der Heyde, Van der Heijden als Van der Heyden. Het is zijn grote verdienste dat hij twee genres samenbracht, schilderen én werktuigbouwkunde.

Portret Jan van der Heyden. Stadsarchief Amsterdam

Het Stadsarchief Amsterdam verwierf onlangs, met steun van Mondriaan Fonds, Amsterdam Museum en Vereniging Rembrandt, een belangwekkende collectie handschriften, prenten, tekeningen, familieportretten en persoonlijke bezittingen, voor de som van 1 miljoen euro. Dit is dan de kostbaarste aankoop ooit door het archief. Eeuwenlang was de collectie in het bezit van nazaten, van wie Anton Cornelis van Eck uit Delden de telg was die als laatste het complete archief beheerde.

Dit is de kostbaarste aankoop ooit door het Stadsarchief Amsterdam

Conservator Jan de Klerk toont in het restauratie-atelier op de derde verdieping van gebouw De Bazel, waar het Stadsarchief is gevestigd, de nieuwe aanwinst. In 1669 ontwierp Van der Heyden een betere straatverlichting voor de stad. In datzelfde jaar, op 3 juli, stemde het Amsterdamse stadsbestuur in met het voorstel van Van der Heyden om 2.556 lantarens in de stad te plaatsen; uiteindelijk werden het er ruim 1.800. „Amsterdam was een donkere stad”, zegt De Klerk, „de eerste lantaarns brandden op kaarsvet en walmden enorm. Wie ’s nachts de straat op ging, moest een lantaarn bij zich dragen. Deed je dat niet, dan was je verdacht.” Hij laat het originele, rijk geïllustreerde, in perkament gebonden handschrift uit 1679 zien onder de prachtige titel ’t Licht der Lamp. Lantaarns ontsteken door Jan van der Heijde, Inventeur derselve en opsichter der Stads Lantaarns in Amsterdam.

Niet alleen Amsterdam, ook steden als Groningen, Haarlem en zelfs Berlijn plaatsten zijn uitvinding. In perfect leesbaar handschrift zet de bedenker nauwgezet uiteen hoe zijn lantaarns werken, hoe ze bediend en onderhouden moeten worden. Ze branden op een mengsel van raap- en lijnolie. Zijn lantaarn was bijna zestig centimeter hoog en bestond uit een koperen raamwerk, waarin vier glazen ruitjes werden geschoven. Één diende als deurtje om het licht te ontsteken. Bovenop zat een soort schoorsteentje, de ‘snuiver’, die de rook afvoerde. Ook berekende hij de onderlinge afstand, dus waar het licht van de ene lantaarn ophield en de andere moest oplichten. Dat was 150 voet, ofwel 50 meter.

Eed afleggen

Zijn bemoeienis reikte verder dan alleen het ontwerp. Hij verordonneerde speciaal opgeleide lantaarnopstekers die een eed moesten afleggen waarin zij beloofden de instructies na te komen en de overgebleven olie terug te brengen. De Klerk oppert de veronderstelling dat we het handschrift ’t Licht der Lamp kunnen beschouwen als een reclameboek, waarmee de ontwerper bij de diverse stadsbesturen langsging. Zo ontving hij in 1673 van Den Haag 93 gulden voor de eerste lantaarns in de Hofstad.

De opzet van het lantaarnboek is vooral zakelijk en technisch. In de twee handschriften over brandslangen en brandspuiten, uit 1677 en 1690, ging hij een stap verder: hij maakt veelvuldig gebruik van een effectief clair-obscur. Hij had daartoe zijn reden: als zakenman wilde hij zijn inventie van brandbestrijding aan de man brengen. „Van der Heyden was niet zozeer de uitvinder van de brandspuit als wel van de leren brandslang”, aldus de Klerk. „De brandspuit bestond al, dat was een log ding van Duitse makelij. Dankzij de brandslang kon je het vuur vanaf meerdere plekken bestrijden, bijvoorbeeld vanaf een buurhuis of vanaf het dak.”

Model slangbrandspuit met toebehoren, begin 18de eeuw. Stadsarchief Amsterdam

Op een van de meest expressieve tekeningen uit de collectie is dat goed te zien. Het betreft een voorstudie uit Beschryving der nieuwlyks uitgevonden en geoctrojeerde slang-brandspuiten, en haare wyze van brand-blussen uit 1690. We zien de dwarsdoorsnede van een Amsterdams huis dat in lichterlaaie staat. De vlammen slaan eruit, verdieping na verdieping, het is een vuurzee. De afbeelding krijgt zijn dramatisch effect dankzij heftige licht/donker-contrasten. De Klerk: „Voordat Van der Heyden een pompsysteem met brandslangen ontwierp, werd vuur geblust door in een ketting van mensen emmers water door te geven. In Van der Heydens nieuwste techniek wordt een brandslang met een stuk touw de hoogte in gehesen en dringen de spuitgasten het huis binnen, gewapend met de brandslang. Die waterspuwende slang kronkelt en bereikt elke hoek van het brandende huis: dat was voorheen onmogelijk.”

Op een andere tekening zien we brandweerlieden met ware doodsverachting via ladders het brandende huis beklimmen, slang in de aanslag. Ze staan zelfs op een horizontaal geplaatste trap die vanaf de brandende dakgoot loopt naar een schoorsteen. Op de vuurgloed die daarin woedt, richten zij het reddende bluswater. Het vuurdrama dat van der Heyden uitbeeldt met bijna mathematische precisie is van grote schoonheid. De originelen zijn ongemeen helder en krachtig in lijnvoering. Het was alsof Van der Heyden nooit was uitgedacht: hij ontwierp schepraderen, kachels, dijken en lichtende bakens voor de zeilvaart. Ook is aan zijn genius in 1702 het Vuurtoreneiland in de Zuiderzee ontsproten, dat er nog steeds ligt, in het huidige IJmeer.

Jan van der Heyden, selectie te zien van donderdag 27 februari t/m zondag 1 maart. Lezing zaterdag 29 februari om 15.00 uur. Inl: amsterdam.nl/stadsarchief