Opinie

Hier zat Reinbert de Leeuw

Column Amsterdam

Auke Kok

Veel stelt het niet voor, gewoon een rookruimte, een rookhok zou je haast zeggen. En juist daarom voldoet het geheel aan de verwachtingen. In de Reinbert de Leeuw Foyer zou luxe ongepast zijn. De componist en voorvechter van hedendaagse klassieke muziek haatte opsmuk. Het ging Reinbert de Leeuw om de muziek zelf. Daarom sta ik nu in het naar hem vernoemde rookkamertje bijna plechtig naar het tafeltje te staren waar hij zijn shaggies rookte. Hier zat hij dus, bij het raam met uitzicht op de Piet Heinkade; zijn lange magere gestalte gebogen over een puzzel in de krant. Bijna niemand die hem durfde aan te spreken – de muziekautoriteit, de onvermoeibare chef-dirigent gold als een levend instituut.

Vier dagen tevoren sprak Gordon Nikolić over dit kamertje. Na afloop van het Tweede pianoconcert van Sjostakovitsj in de grote zaal van het Muziekgebouw aan ’t IJ vertelde de leider van het Nederlands Kamerorkest dat De Leeuw, eerder die dag op 81-jarige leeftijd overleden, altijd stevig was blijven roken. En dat de rookruimte elders in het gebouw al enige tijd zijn naam droeg.

Ik moest daar meer van weten.

Als een waar dirigent bepaalde Reinbert de Leeuw zelf wanneer en hoe het slotakkoord zou klinken

Het is een L-vormig kamertje met blauwe wanden en rood marmoleum. Aan de muur een oude prent van het Oostelijk Havengebied, waar nu het Muziekgebouw met zijn kolossale luifel boven het water hangt. Hier kwam Reinbert de Leeuw op dagen van repetities of van een of ander overleg tot rust: op een houten stoeltje, spartaans van eenvoud, zonder kussen of armleuning, bij een houten tafeltje. De rookruimte telt nóg twee tafeltjes maar de medeoprichter van het Schönberg Ensemble (nu Asko|Schönberg) zat altijd bij het raam, het was zijn tafeltje in zijn rookhok in, kun je met enige overdrijving zeggen, zijn Muziekgebouw.

Natuurlijk werd hem wel eens gevraagd waarom hij almaar bleef roken. Dan antwoordde De Leeuw boven zijn ietwat droeve snor dat stoppen met drinken geen punt zou zijn, maar dat roken onbespreekbaar was. Hij ging er even stug mee door als met de belangenbehartiging van hedendaagse componisten.

Bezield en standvastig, veeleisend en emotioneel als een orkestlid hem niet begreep: wanneer hij tussen de bedrijven door naar de Reinbert de Leeuw Foyer liep, dan bekeken de meesten in de personeelskantine hem met ontzag: daar gaat hij, meneer De Leeuw, bejaard maar vol vuur, even een shaggie roken bij het raam.

Wie de euvele moed had hem een vraag te stellen, kreeg meteen een uitvoerig discours aangaande het belang van het juiste tempo of andere elementen die bepalend waren voor wat hij beschouwde als de kern van alles: de diepere betekenis van muziek. Dan bleek dat De Leeuws onbereikbaarheid slechts schijn was.

Hij leefde voor de muziek en dat deed hij zo lang hij zelf wilde. Om met Fedor Teunisse, leider van Asko|Schönberg, te spreken: als een waar dirigent bepaalde Reinbert de Leeuw zelf wanneer en hoe het slotakkoord zou klinken.

Het heeft geklonken, het tafeltje is leeg.

Auke Kok is schrijver en journalist.
Lees ook: ‘Reinbert de Leeuw zei dingen die je zelf soms dacht, maar niet durfde te zeggen’

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.