Reportage

‘Het is onze eerste keer binnen een bedrijf, en dan op zo’n positie…’

Mode De Nederlandse ontwerpers Lisi Herrebrugh en Rushemy Botter maken snel naam in de modewereld. Dit jaar drongen ze door tot de finale van de International Woolmark Prize.

De twee ontwerpers bij hun recentste show voor Nina Ricci.
De twee ontwerpers bij hun recentste show voor Nina Ricci. Foto’s Getty Images

In een met zwarte gordijnen afgeschermde ruimte in de kelder van de University of Westminster in Londen zitten de ontwerpers achter tien jonge merken uit de hele wereld te wachten tot de visagisten zich hebben geïnstalleerd in de naastgelegen ruimte en hun modellen kunnen worden opgemaakt.

Vanavond is de finaleshow van de International Woolmark Prize, een van de oudste, zo niet de oudste modeprijs. De prijs, die in 1953 voor het eerst werd uitgereikt, betekende de start van de carrière van Yves Saint Laurent (winnaar in de categorie jurk, 1954) en Karl Lagerfeld (categorie mantel, 1954). Dit jaar zijn de Nederlandse Lisi Herrebrugh en Rushemy Botter, het stel achter mannenmodemerk Botter, geselecteerd voor de laatste ronde. Achter hen hangen de speelse kledingstukken waarmee ze meedingen: een witgeschilderde trui met een ‘Happy Earth Day’-print, schoenen die zijn samengesteld uit oude, zwarte, platgemaakte klassieke herenschoenen en gloednieuwe Nike-sneakers, een wollen pak in een klassieke grijze ruit met een enigszins poffende mouw. Het jasje is versierd met tientallen plastic tags, van het soort waarmee normaal een label of een prijskaartje aan een kledingstuk wordt vastgezet, maar waar nu pareltjes aan zitten.

Herrebrugh en Botter zitten er ogenschijnlijk ontspannen bij; nog drie uur voor de show, en ze hebben maar drie modellen, zeeën van tijd voor wie serieuze Parijse shows heeft gegeven: samen zijn ze ook creatief directeur van Nina Ricci. Bovendien: de jury is er al uit, al wordt de keuze pas later bekendgemaakt.

„Maar een wedstrijd is elke keer weer eng, ook omdat wij het lastig vinden om dingen te verwoorden”, zegt Herrebrugh (30). Botter (35): „Ik weet dat het klinkt als een cliché , maar ik gun het echt iedereen hier.”

Dat hun namen in Nederland misschien niet bij iedereen bekend zijn, is niet heel verwonderlijk. Met Botter hebben Herrebrugh en Botter één keer meegedaan aan de Amsterdam Fashion Week, maar verder hebben ze zich nooit in Nederland gepresenteerd. Tot twee jaar geleden werkten ze vanuit Antwerpen, voor Nina Ricci zijn ze naar Parijs verhuisd. Ook het atelier van Botter zit daar nu; ze hebben een extra ontwerper in dienst genomen. Blijven investeren in hun eigen merk is belangrijk: een baan als creatief directeur is bepaald niet voor eeuwig. Zeker de laatste jaren is het heel normaal dat die na een paar jaar wordt vervangen.

Dat ze die positie samen innemen, maakt hen sterker en dapperder in hun ontwerpen, zeggen ze. „We zijn complementair”, zegt Botter. „Wat ik niet kan, kan zij. Zij kan goed plannen.” Herrebrugh: „Hij schetst, dat kan ik helemaal niet. Ik ben weer technischer en maak patronen. Maar de ideeën zijn van ons samen.”

Rushemy – roepnaam Remy – Botter groeide op in Mijdrecht, Lisi Herrebrugh in het nabijgelegen Vinkeveen. Haar broer was, en is, de beste vriend van Rushemy, en ze zagen elkaar ook weleens in de disco en de streekbus. Ze kregen wat met elkaar toen ze 18 en 23 waren; het leeftijdsverschil was eerder nog te groot. „Toen ze dertien was, zag ik haar echt nog niet staan”, zegt Botter.

Botter, collectie najaar 2020 (ook ingezonden voor de Woolmark Prize).

Ze hebben een vergelijkbare achtergrond. Haar moeder komt uit de Dominicaanse Republiek, hij woonde de eerste drie jaar van zijn leven op Curaçao. Ze delen een verlangen naar hun ‘tweede thuis’, dat ze hebben leren kennen van vakanties en familiebijeenkomsten, en dat ze verwerken in hun collecties. „Onze creativiteit komt ervandaan”, zegt Herrebrugh.

De oversized hoeden uit hun eerste collectie voor Nina Ricci hadden de vorm van een parasolknop. In de eerste collectie van Botter, die de titel ‘Fish or Fight’ kreeg, maakten ze met een poloshirt met daarop het logo van Shell en de tekst ‘Hell’ een statement tegen het olieconcern, dat volgens hen het koraalrif aantast en de visserij in de Caraïben in gevaar brengt, en werden visnetten en plastic vissen als accessoires gebruikt. Vorige maand, bij de eerste Parijse show van Botter, maakte de Curaçaose kunstenaar Tirzo Martha speciaal voor de gelegenheid een installatie met wc-potten, plastic stoelen en ventilatoren.

Stiekem modetijdschriften lezen

Allebei zijn ze ook via een omweg in de mode terechtgekomen. Herrebrugh eerst na een mbo-opleiding voor styling en presentatie. „Maar het voelde leeg om een wereld te creëren rond iets dat ik niet zelf had gemaakt.” Botter zat een maand op een administratieve opleiding om in het verzekeringskantoor van zijn vader te gaan werken – „hij ging altijd in pak naar zijn werk en dat vond ik mooi”. Toen hij merkte dat dat te saai was voor hem meldde hij zich aan bij het leger. In een van de modetijdschriften die hij daar stiekem las („Niet zo mannelijk, hè”), kwam hij een interview tegen met de Vlaamse ontwerper Walter Van Beirendonck, die ook hoofd van de modeafdeling van de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen is. „Iedereen kwam vroeger naar mij toe om jeans en spijkerjasjes te laten customizen, maar ik had geen idee dat mode iets was wat je kon gaan studeren.” Hij volgde een mbo-modeopleiding en meldde zich toen aan in Antwerpen. „Ik zag Walter zitten, met die baard van hem, overal tekeningen aan de muur. Ik voelde me meteen thuis.”

Lees ook het interview met Walter Van Beirendonck en Dirk Van Saene: Wij móeten iets maken (2014)

Nog voor hij klaar was met de opleiding werd hij uitgenodigd om te showen op de New York Fashion Week. Zijn merknaam was toen al Botter, en hij werkte ook al samen met Herrebrugh, die nadat ze in 2013 afstudeerde aan het Amsterdam Fashion Institute naar Antwerpen was verhuisd om hem bij te staan. Met vakantiebaantjes en een enkele opdracht voor kleding op maat voorzag ze in haar onderhoud. „In die periode hebben we elkaar echt uitgetest”, zegt hij. „Nu weten we precies wat we aan elkaar hebben.”

Studenten die de modeafdeling in Antwerpen afronden, dingen automatisch mee naar prijzen. Botter won er maar liefst vijf. In 2018 kregen Herrebrugh en Botter de hoofdprijs op het mode- en fotografiefestival van Hyères. Een paar maanden daarna kwam er een telefoontje: of ze samen de creatieve leiding op zich wilden nemen van het Parijse damesmodehuis Nina Ricci. Herrebrugh: „Hij nam op, ik zat toevallig achter de computer. Ik ging het meteen opzoeken, want ik kende het eigenlijk helemaal niet.”

Volgende week laten ze in Parijs hun derde collectie voor Nina Ricci zien.

Hun frisse, vrolijke collecties vol patroonexperimenten zijn welwillend ontvangen, maar een Gucci of Balenciaga is het merk bij lange na niet – er is nog maar één boetiek, onder het Parijse atelier.

„Vergeleken met andere bekende modehuizen zijn we eigenlijk een start-up”, zegt Herrebrugh. Nina Ricci, ook bekend van de beroemde geur L’Air du Temps (1948), is onderdeel van het Spaanse parfumbedrijf Puig.

Foto’s Dan & Corina Lecca
Nina Ricci, collectie voorjaar 2020.
Foto’s Dan & Corina Lecca

Evengoed hebben ze een serieus atelier met zo’n twintig medewerkers tot hun beschikking, „allemaal mooie mensen met veel ervaring”, zoals Herrebrugh zegt. Botter: „Als je ze een briefing geeft, gaan hun ogen twinkelen.”

Herrebrugh: „Maar als we iets nieuws willen proberen, moeten we dat op tijd aankondigen, anders moeten die mensen tot laat doorwerken, en er zitten oudere vrouwen met gezinnen tussen.”

Botter: „We zijn echt gestructureerd gaan werken.” Herrebrugh: „We moeten ook goed voor onszelf zorgen. Als je een hele tijd troep eet, merk je dat aan je geest.”

Botter: „Je kunt niet in het weekend losgaan, en dan verwachten dat je op maandag leiding kunt geven.”

Herrebrugh: „Onze mood slaat meteen over op het team. Dat hebben we wel moeten leren. Het is onze eerste keer binnen een bedrijf, en dan meteen op zo’n positie…”

Botter: „In het begin moesten we functies binnen het bedrijf googlen, we wisten niks van de structuur.”

Lees ook: Lijn tussen mannen- en vrouwenmode wordt steeds dunner

Meteen na de korte, flitsende show worden de winnaars van de Woolmark Prize en de kersverse Karl Lagerfeld Award bekendgemaakt. Botter zit er niet tussen. Rushemy Botter zegt backstage nogmaals dat hij het de winnaars enorm gunt. De Franse pr-man van Nina Ricci en Botter lijken evenmin erg teleurgesteld. „Zij zijn al zó ver.”