Reportage

Een fluisterstille Porsche, dat is voor fans even wennen

Auto’s Stilte is niet waarvoor de echte fan een Porsche koopt, maar precies dát biedt de Taycan. Dat is wennen.

Illustratie Lotte Dijkstra

Verbijsterend snel is hij, de elektrische Porsche Taycan. De Leidse Porsche 911-rijder en stekkerscepticus Léon Pleging (66) is onder de indruk. „Ik had twee principes; géén elektrisch, en géén BMW. Vorig jaar reed ik voor het eerst BMW en dat vond ik eigenlijk fantastisch. En nu heb ik helemaal geen principes meer. Die versnelling is ongelooflijk. Je voelt je oogballen van voor naar achter stuiteren. Mijn eerste indruk toen ik hem als concept zag was: daar moet een zescilinder boxermotor in. Maar hier kan nooit een 911-geluid uitkomen. Dat correspondeert niet met de auto.” Dat heeft Porsche alvast goed gedaan; een nieuwe vorm creëren voor een nieuwe tijd.

De Taycan is een moetje. Voor een sportwagenmerk met grote en niet al te zuinige motoren was de ontwikkeling van een elektrische auto onder druk van de steeds strengere Europese emissievoorschriften onvermijdelijk. Maar uiteraard moest Porsche Tesla op het gebied van rijgedrag dan wel meteen alle hoeken van de kamer laten zien, wat heel aardig gelukt is. Aan de acceleratietijden van de Model S voegt Porsche onwaarschijnlijke bochtsnelheden toe en een stabiliteit die geen elektrische auto evenaart. Alles kan met de Taycan, zoals dat hoort bij een Porsche; met 100 over een klaverblad, met 260 over de Autobahn.

De Taycan is een vierdeurs coupé in de stijl van de bestaande Porsche Panamera, maar kleiner en eleganter. Alle versies hebben twee motoren op de voor- en de (meesturende) achteras, vierwielaandrijving en de beproefde technologische specialiteiten van het huis, zoals adaptieve luchtvering en elektronisch verstelbare schokdempers. De actieradiussen van de drie Taycan-modellen zijn met tot 450 kilometer niet helemaal op Tesla-niveau, maar de auto’s laden dankzij 800 volt-technologie zo snel op dat dat eigenlijk geen probleem meer hoeft te zijn en de vermogens zijn op Porsche-niveau. De Taycan 4S die ik met Pleging rijd, levert maximaal 530 pk. De ruim twee ton dure Turbo S, die geen turbo is maar voor de romantiek zo is genoemd, komt tot 761 pk en een acceleratie van 0 tot 100 in 2,8 seconden. Desgewenst met akoestische inkleuring door de inschakelbare ‘Electric Sport Sound’, die zo goed en kwaad als het gaat in Star Trek-stijl het geluid van een optrekkende motor imiteert. Maar zonder rijd je tot op topsnelheid in doodse stilte.

Speciale sportuitlaat

En dat is precies wat deze Porsche tot een keerpunt in de merkgeschiedenis en een aanzienlijke commerciële gok maakt. Want stilte, dat is niet waarvoor de echte Porsche-rijder zijn of haar auto koopt. Waar iedere normale automobilist vooral rust zoekt, kan voor de Porsche-gemeenschap de motor niet hard genoeg brullen. Pleging kocht zijn 911 cabrio meer voor het geluid dan voor het open rijden. Met het dak neer hoor je de zescilinder boxermotor namelijk nog indringender. En nog was het niet genoeg. Voor extra decibels liet hij een Porsche-sportuitlaat monteren, die hij met een speciale sportknop op het dashboard maximaal kan laten scheuren. Grijnzend: „Nou, die heeft nog nooit uit gestaan.”

Leen Hooites (58), advocaat in Groningen, kocht vorig jaar zijn eerste 911. Het was toch een stap, geeft hij toe. De aanschaf van zo’n klassieke jongensdroom voelt als een overwinning op je eigen lulligheid. „Hahaha, ook dat is de filosofie erachter ja.” Kosten zijn opeens geen item meer. „Als mijn garagist zegt dat het differentieel van mijn Jeep op termijn vervangen moet worden denk ik; gelukkig, op termijn. Als je een 911 een beurt laat geven, dan kost het maar wat het kost.” Voor een 911 bloed je met liefde.

De auto verandert je als mens, heeft hij geleerd. „Ik ben geconcentreerder en sportiever gaan rijden. Op de Duitse Autobahn rijd ik ook veel harder, tussen de 200 en 250 waar het kan. Zo’n 911 rijdt als een kart, je hebt direct contact met de weg. Dat geeft je ook het gevoel dat je veiliger rijdt.” Maar het mooist is het dankzij die motor hoorbare gevecht met de techniek, ‘het rauwe dat je in je buik voelt’. En waar je nog harder van gaat rijden, want het psychologische effect van toeren maken is dat je er nog meer wilt. „Als ik bij de TT Assen aan de start sta, voelt dat bijna orgastisch. Dat is wat het oproept.”

En nu schieten we in de Taycan 4S spookachtig stil de snelweg op. In een flits tijdreist het ding naar 200. „Zo! Wat is het, 2 of 3 seconden?” Vier. Maar hij laat ze verspringen als een secondewijzer die met één tik vier streepjes opschuift.

Mist hij de geluidssensatie? „De acceleratie is zo sensationeel dat ik niet eens aan het geluid zat te denken. Hij geeft je een vervangende sensatie. Het is wennen, maar het voelt niet vreemd. Hij nodigt net als de 911 uit om gas te geven én geconcentreerd te rijden.” Hij vindt de Taycan Porsche-achtig sturen. „Heel direct. Je voelt dat hij zwaar is. Maar je bent net als met de 911 in control. Ik heb nu al het gevoel alsof ik bijna in mijn eigen auto rijd.”

Dan staat er opeens, haast achteloos, 258 op de teller. Bij die snelheid converseren wij comfortabel over de ins en outs van het Nederlandse laadpalennetwerk. „Hij rijdt echt fantastisch. Je hebt het gevoel dat het makkelijk nog 20 of 30 kilometer harder had kunnen gaan. Dat is toch wezenlijk anders dan in mijn 911, waar je bij 255 zit te harken om er nog wat bij te persen.”

Illustratie Lotte Dijkstra

Zweethanden

Gaat het te makkelijk? Misschien. Want Porsche, dat is ook gevaarlijk leven. Porsche-rijder Alexander Snijdewind uit Badhoevedorp (57), congresorganisator in de psychiatrie: „Met mijn 911 GT3 RS, een oude, reed ik in Duitsland ooit 305 en toen zat ik met het zweet in mijn handen, dan moet je echt maar hopen dat er niks gebeurt. We hebben nog wel wat verantwoordelijkheden naar vrouwen en kinderen.”

Snijdewind, eigenaar van verschillende Porsches, deelt met Pleging de obsessie met geluid, dat hij net als Hooites niet meteen mist in de Taycan. „Nòg niet, zeg ik nu. Je voelt je heel erg zakenman in deze auto. Ik associeer hem niet met sportief rijden, ondanks dat waanzinnige optrekken. Door de stilte krijg je het gevoel dat je heel rustig zit te rijden. Terwijl je een Porsche eigenlijk koopt vanwege de herrie. Ik heb op mijn GT3 RS zelfs een Akrapovic-sportuitlaat laten zetten, omdat Porsche zelf dat mooie geluid van een Ferrari niet voor elkaar krijgt.” En nu is dat geluid helemaal weg. „Maar daar zit een stap vóór; als je weet dat je deze auto koopt of gaat rijden, heb je daar al afstand van genomen. Dus het is niet zo dat je denkt; ik mis wat.” De geluidsmodule lokt bij Snijdewind en zijn medeliefhebbers geanimeerd-ironische reacties uit. „Haha. Beam me up, Scotty. Ach, toch wel leuk.”

We gaan met 90 plus over een klaverblad. De auto blijft als een trein op de rails. „Niet normaal”, zegt Snijdewind, „hij drift niet eens. Hij rijdt wel ongelooflijk goed. Ideale vakantieauto ook volgens mij.” Dat dat van een Porsche ooit gezegd zou worden.

Zo maakt de Taycan korte metten met de scepsis. Maar willen ze hem, de 911-mannen? „Nou”, zegt Hooites, „het probleem met de 911 is dat ik de motor eerst een kwartier warm moet rijden voor ik op het gas kan. Voor korte ritten laat ik hem dus staan en het is een voordeel dat dat met een elektrische Porsche niet meer hoeft, je kunt meteen voluit. Toch ben ik niet direct overtuigd dat ik mijn 911 zou inruilen voor deze auto. Zo’n 911 gaat toch in je lijf zitten. En hoe verantwoord is het om in enkele seconden van 100 naar 250 te schieten in een land vol auto’s die dat niet kunnen?”

„Voor mij mag hij minder hard accelereren”, zegt Pleging, „als ik maar wel die geluidsbeleving krijg. Dit is natuurlijk totaal onverantwoord. Toen ik achttien was, was er geen maximumsnelheid in Nederland. Ik had een Suzuki-motor en dat ding haalde bijna 200 op de teller. Dat reed je ook af en toe, want dat was leuk, daar kocht je hem voor. Maar over een maand staan hier overal 100-kilometerbordjes.”

In die zin past hij misschien wel beter in de tijd dan de geluidsfanaten lief is. Snijdewind: „Als je een baan hebt waar je veel voor moet rijden en je zit vaak in die auto, dan geeft dit wel heel veel plezier en comfort. Aan de ene kant kun je nog zo van dat geluid houden, als je er dagelijks in moet rijden, wordt het wel vermoeiend.”

En goddank blijft de Taycan, daar zijn de drie het over eens, in al zijn stomme glans een Porsche. „Eigenlijk”, zegt Snijdewind, „rijdt hij zoals een 911 had moeten rijden. Wat je wilt is het geluid van die 911 met het vermogen en die onbegrensde souplesse van deze. Maar weet je wat ik het lekkerst vind? De geur van het leer. Het ruikt zóóó naar Porsche dit. En dan de snelste Taycan gewoon Turbo S noemen, omdat ze weten dat je net als vroeger toch gewoon de duurste wilt als je gaat uitgeven. Over marketing hoef je die jongens echt niets uit te leggen.”