Reportage

Erik Staal ging graaien na alle kritiek

Rechtszaak verduistering HASA Justitie eist 3,5 jaar cel tegen Erik Staal voor verduistering van 1,8 miljoen euro voor Zuid-Afrika. Hij werd graaier genoemd – en ging graaien.

Uit angst zijn baan en zijn riante inkomen kwijt te raken, begon Staal te verduisteren, zegt hijzelf.
Uit angst zijn baan en zijn riante inkomen kwijt te raken, begon Staal te verduisteren, zegt hijzelf. Foto David van Dam

Dus Erik Staal wás eigenlijk geen graaier. Hij wérd pas een graaier, toen hij van graaien werd beschuldigd. Begrijpt de officier van justitie de verdachte nou goed?

Zo ging het, zegt Staal (68), oud-directeur van woningcorporatie Vestia, donderdag in de rechtbank in Rotterdam. Justitie verdenkt hem van verduistering van 1,8 miljoen euro van een stichting voor sociale woningbouw in Zuid-Afrika, HASA.

Staal gaf het geld uit aan een luxe leven, volgens justitie. Een cruise in Zuid-Amerika van 18.000 euro, een jetski voor bij zijn villa op Bonaire van 13.000 euro, het huwelijksfeest van zijn zoon van 20.000 euro.

En hij gebruikte het geld van HASA om eind 2015 een schikking met Vestia van 1 miljoen euro te betalen. Zo kocht hij bestuurdersaansprakelijkheid af voor het derivatendebacle uit 2012. Het schandaal met de renteverzekeringen leverde de corporatiesector 2 miljard euro schade op.

‘Onheus bejegend’

Het begon in 2006, vertelt Staal. Toen kwam in de media dat hij de best verdienende corporatiedirecteur van Nederland was. Met een jaarsalaris van bijna 4,5 ton inclusief een ton pensioengeld. Er was grote verontwaardiging in het land – en bij Staal nog het meest. De baas van Nederlands grootste volkshuisvestingsbedrijf was ineens een graaier.

„Ik voelde me onheus bejegend”, zegt hij. „Toen ben ik in een soort defensieve houding gaan zitten.”

Het wordt gezegd door een man die als enig bestuurder van Vestia en HASA jarenlang zijn eigen gang kon gaan. Die als kind van veertien al alleen in Rotterdam-Zuid op kamers woonde, nadat zijn vader bij een ongeluk was omgekomen. Hij verdiende toen al zijn eigen geld met handeltjes en varen. „Zo’n jeugd kan iemand eigengereid maken”, staat in het boek De Vrije Val van Vestia (2014).

Uit angst zijn baan en zijn riante inkomen kwijt te raken, begon Staal te verduisteren, zegt hijzelf. Van HASA, zijn stichting die in 1996 was opgericht om de ‘werkende armen’ na de apartheid te huisvesten. Het geld van HASA kwam van Nederlandse corporaties en gemeenten. Corporatiekoepel Aedes stelde 1,1 miljoen euro beschikbaar en Vestia 3,6 miljoen, volgens de officier van justitie.

Lees het eerste interview met Erik Staal na het Vestia-schandaal: ‘Ik heb zelf nóóit om meer geld gevraagd’

Als eerste fingeerde Staal eind 2007 de verkoop van zijn villa in Johannesburg aan HASA. Zo streek hij 6,7 ton op, terwijl de villa in zijn bezit bleef. Met een vervalst verkoopcontract leek het alsof HASA de villa kocht van een organisator van safari’s. Die man boekte het geld weer terug naar een rekening van Staals schoonzus in Brussel. En die schoonzus, die bij het Europees Parlement werkte, sluisde het weer terug naar Staal.

In de jaren die volgden haalde Staal meer financiële trucs uit. In 2011 maakte hij van HASA 1 miljoen Zuid-Afrikaanse rand (nu 61.000 euro) te véél over naar een Zuid-Afrikaanse corporatie, wat hij op een andere rekening liet terugstorten. Hij haalde 225.000 euro van de rekening van een Vestia-medewerker en deed zakelijke uitgaven met de creditcard, van kaartjes voor The Lion King in Londen tot een Mercedes voor zijn vrouw.

En tussendoor kreeg Staal in 2012 nog een pensioenuitkering van 3,5 miljoen bij zijn vertrek bij Vestia.

In 2015 wilde Staal schikken met Vestia voor het derivatenschandaal. Hij leende een half miljoen euro van familie en vrienden. Om dat geld terug te betalen ‘leende’ Staal in 2016 520.000 euro van HASA, waarvan hij maar een deel heeft terugbetaald.

Spijt?

Het was verkeerd en hij schaamt zich diep, zegt Staal. Maar heeft u ook spijt, vragen de rechters en de officier van justitie? „Dat vind ik een moeilijk begrip”, zei Staal nog in 2014 tijdens een parlementaire enquêteverhoor over het Vestia-schandaal.

„Ben ik er schuldig aan? Daar kan ik kort over zijn”, zegt Staal nu. En dan volgt een warrige monoloog van een half uur die begint met de gloriejaren van Vestia. Het verhaal vloeit over in zijn medische toestand en dan breekt Staal. De dag voor de rechtszitting heeft hij gehoord dat hij ongeneeslijk ziek is. Hij hééft spijt en wil „schoon schip” maken, zegt hij. HASA heeft hij inmiddels 2,4 miljoen euro inclusief wettelijke rente terugbetaald.

„Ik mag andere mensen er niet mee achterlaten. Ik heb ze al genoeg ellende bezorgd. Wat ik nog kan repareren, repareer ik”, zegt Staal. Tegelijk lijkt hij op vele vragen over verduistering en valsheid in geschrifte te worstelen met een bekentenis.

De winkeldiefstal waar Staal in 2017 voor is aangehouden, moet ook in de context van zijn ziekte en medicatie worden gezien, volgens zijn advocaat. Bij bouwmarkt Hornbach werd hij betrapt met werkhandschoenen, twee slijpschijven, een contactdoos en led-lampen. Hij had de artikelen uit de verpakking gehaald en verstopt in zijn kleding, vertelt de officier. Tegen de politie zei Staal dat hij geen geld op zak had en dat er beslag was gelegd op zijn bankrekening.

De rechters vragen Staal of een celstraf mogelijk is gezien zijn medische toestand. Tja, dat is afwachten, hij krijgt behandelingen. De officier houdt er geen rekening mee, wel met Staals bekentenis, en eist 3,5 jaar cel en een bestuursverbod van 5 jaar.

Dat is veel langer dan ik nog te ademen heb, zegt Staal tot slot. „Voor de rest... Het perspectief nu is nul.”

De uitspraak is over twee weken.