Opinie

Drillrap

Het is een feit. Ik word oud, maar nog erger: ik voel me oud. Terwijl ik dacht dat ik altijd die ene docent of professional was die goed op de hoogte is van wat jongeren doen en interessant vinden, bleek deze keer het tegendeel. Ik had namelijk tot voor kort geen flauw idee wat drillrap was en als ik zie hoeveel views de gemiddelde clips van drillrappers op Youtube hebben blijkt: ik heb wat gemist.

Waar we in Nederland vooral de laatste tijd via de mainstream media veel meekrijgen over drillrap, bestaat het eigenlijk al veel langer. Onze buren in Groot-Brittannië hebben er ook mee te maken en daar oordeelde een Britse rechter in 2018 dat drillrap bijdraagt aan escalerend bendegeweld. In Nederland kennen we niet echt een bendecultuur zoals daar of in de Verenigde Staten, maar steeds meer jongeren geloven van wel en gedragen zich er ook naar. In een interview op NOS Stories legt Blacka, een drillrapper uit Rotterdam, uit dat je het met enkel vuisten niet gaat redden in Rotterdam-Zuid.

Voor de buitenwereld worden deze raps wellicht gezien als de oorzaak van meer geweld, maar volgens de jongeren is het vooral een weergave van de realiteit op straat; ofwel het eeuwenoude kip-of-ei-verhaal. Eén ding is in ieder geval zeker: jongeren vanaf 12 jaar lopen steeds vaker rond met grote messen en creëren zelf een onveilige sfeer. Zo ontstaat er een soort domino-effect, met soms dodelijke slachtoffers als gevolg. Ik vind het te simpel om drillrap hier de schuld van te geven, maar tegelijkertijd vind ik het ook te makkelijk om de cultuur rond drillrap niet bespreekbaar te maken.

Het doet mij in ieder geval deugd dat een aantal burgemeesters goed op de hoogte is en de overheid oproept in te grijpen door de verkoop van messen aan minderjarigen niet meer mogelijk te maken. In Rotterdam kiest burgemeester Aboutaleb voor een iets andere aanpak en focust hij zich op de ouders. Wanneer jongeren voor een tweede keer gepakt worden met een mes op zak krijgen ouders een boete van maar liefst 2.500 euro. Wetende dat ouders van jongeren die veel op straat hangen vaak juist de regie over hun kind kwijt zijn, vraag ik mij af in hoeverre je een gezin helpt door ze extra te straffen, zeker in wijken waarvan we weten dat men het niet al te breed heeft.

Ik ben in ieder geval blij dat we deze cultuur en jongeren beter leren kennen en ik ben ook enorm trots op het werk van veel jongerenwerkers in de wijken die zich dagelijks inzetten om de buurt veilig en leuk te houden voor de jongeren. Hoewel dit fenomeen voor velen – waaronder ik – nieuw is, moeten we er voor waken dat we uit onwetendheid of angst voor bepaalde schrikbeelden irrationeel reageren op jongeren en ze daarmee verder afstoten van de maatschappij. Het laatste dat we willen is het beeld dat niemand wat geeft om deze jongeren verder bevestigen. Hoewel dat voor rechts Nederland wel soft zal klinken, weet ik uit ervaring dat er niks moeilijker is dan je vasthouden aan jongeren waar anderen de hoop al voor hebben opgegeven.

Halil Karaaslan is programma- manager diversiteit en inclusie in de sociale sector. Hij schrijft de komende periode een wisselcolumn met Mirjam de Winter.