Boeren: landbouw niet grootste veroorzaker stikstofneerslag

Vier vragen over cijfers Mesdagfonds De landbouwsector stoot minder stikstof uit dan het RIVM stelt, zo beweert het Mesdagfonds. Waarom verschillen de cijfers?

Volgens het Mesdagfonds klopt het niet dat de landbouw veruit de grootste stikstofbron is in Nederland.
Volgens het Mesdagfonds klopt het niet dat de landbouw veruit de grootste stikstofbron is in Nederland. Foto Bart Maat/ ANP

De landbouw is niet de grootste veroorzaker van stikstofneerslag op Natura 2000-gebieden. Dat beweert althans het Mesdagfonds, een belangenvereniging voor melkveehouders. Het fonds maakte op basis van RIVM-cijfers een herberekening van de stikstofuitstoot en presenteerde donderdag zijn conclusies. Zit er iets in de beweringen?

1 Wat beweert het Mesdagfonds?

Het RIVM stelt op basis van eigen meetgegevens en berekeningen dat de landbouw verantwoordelijk is voor 46 procent van de stikstofdepositie. Dat is de uitstoot die uiteindelijk neerdaalt op de grond. De landbouw is daarmee veruit de grootste stikstofbron in Nederland. Volgens het Mesdagfonds – en met hen veel boeren – is die bewering onjuist. Het kabinet zou jarenlang beleid hebben gebaseerd op verkeerde aannames. Het fonds beweert het ongelijk van het RIVM aan te kunnen tonen en is zelf gaan rekenen. Conclusie: het verkeer, met name over het water en de weg, is verantwoordelijk voor 42 procent van de neerslag op Natura 2000-gebieden. De landbouw volgt op de tweede plek met 25 procent.

2 Waarom verschillen deze cijfers?

Het korte antwoord: het fonds en RIVM spreken over andere zaken. Waar het RIVM kijkt naar de herkomst van stikstofdepositie op de gehele Nederlandse bodem, kijkt het Mesdagfonds alleen naar depositie op Natura 2000-gebieden. Volgens het fonds is het beleid in Nederland daarop gebaseerd, dus zijn die gegevens relevant. Toch is daar een belangrijke nuance bij te maken: het Mesdagfonds heeft ook gebieden meegenomen die maar in beperkte mate stikstofgevoelig zijn. Dat zijn bijvoorbeeld waterrijke gebieden als het IJsselmeer en plassen. De scheepvaart zorgt logischerwijs voor meer stikfstofdepositie in die gebieden dan de landbouw. Het RIVM heeft zelf ook berekend hoe de verdeling eruit zou zien als alleen gekeken wordt naar stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het RIVM komt dan nog altijd uit op een landbouwbijdrage van 45 procent.

3 Hoe is het fonds tot zijn cijfers gekomen?

Twee medewerkers hebben de RIVM-berekeningen naar eigen zeggen over gedaan. Hoe het fonds tot de landbouwbijdrage van 25 procent komt, is onduidelijk. De onderzoekers presenteerden donderdag hun cijfers, maar geen onderliggend rapport met berekeningen. Dat zou later moeten volgen. Op NPO Radio 1 noemde een RIVM-onderzoeker de conclusie „onnavolgbaar” en stelde dat het fonds mogelijk heeft gekeken naar „alle 160 natuurgebieden” en niet de 118 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

4 Hoe nu verder?

Het kabinet en de boerenlobby, die is verenigd in het Landbouw Collectief, zijn al even in gesprek om de stikstofuitstoot van boeren terug te dringen. Vorig jaar zijn principe-afspraken gemaakt waaraan het kabinet wil vasthouden. De lobby ziet in deze cijfers aanleiding om gunstiger afspraken af te dwingen. Door twijfel te zaaien over RIVM-conclusies en te bevragen waarop het kabinet zijn beleid baseert, hoopt ze de druk op Landbouw-minister Carola Schouten op te voeren. Of dat tot nieuwe afspraken leidt, zal komende tijd moeten blijken maar de aardverschuiving in het denken over de RIVM-cijfers die het Mesdagfonds aankondigde, kwam er donderdag niet.