Arbeidsmarkt

Weer iets meer vrouwen werken voltijds

Het aandeel vrouwen dat voltijds werkt, is vorig jaar opnieuw licht toegenomen. In 2019 werkte 27 procent van de vrouwelijke beroepsbevolking minimaal 35 uur per week, in 2016 was dat 25 procent. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aandeel vrouwelijke voltijders neemt al enkele jaren toe, terwijl dat bij de mannen juist langzaam afneemt. Sinds 2016 nam het aandeel voltijders onder mannen af van 74 naar 72 procent.

Iets meer dan de helft van 9 miljoen werkenden in Nederland, 51 procent, had vorig jaar een werkweek van minstens 35 uur. Tien jaar geleden lag dit met 54 procent iets hoger. De gemiddelde werkweek van de werkzame beroepsbevolking bleef in deze gehele periode 31 uur. Van de zzp’ers die fulltime werken, maakt een derde meer dan veertig uur in de week. Onder werknemers is dit veel minder: 3 procent.

Veel vrouwen werken volgens het CBS in sectoren waar over het algemeen het minst vaak voltijds wordt gewerkt, zoals de dienstverlening, zorg en welzijn en pedagogiek. De meeste voltijders zijn te vinden in de ict en de techniek. Managers, in alle sectoren, werken gemiddeld het vaakst voltijds. (NRC)