Op de vrouw af gevraagd

Ewoud Sanders

Woordhoek

Heeft het televisieprogramma De Wereld Draait Door invloed gehad op het Nederlands? Ja, ik denk dat het de betekenis van de woorden tafelheer en tafeldame heeft veranderd.

Sinds DWDD betekenen ze: sidekick, iemand die optreedt als assistent (m/v) van de vaste presentator van een talkshow. Zo’n tafelheer of -dame kan zorgen voor ontspanning of juist extra kritische opmerkingen maken.

Dat is niet de oorspronkelijke betekenis. Tafelheer en tafeldame bestaan zeker sinds het begin van de achttiende eeuw. Volgens de Dikke van Dale betekent tafelheer: „heer die een dame naar tafel leidt en links naast haar zit”. En tafeldame: „dame die door een heer naar tafel wordt geleid en rechts naast hem zit”.

Ik moest hierom lachen. Je moet eerst leiden of geleid worden en vervolgens op de juiste plaats gaan zitten, want links naast een tafelheer ben je kennelijk geen tafeldame en vice versa. Overigens spreekt het wetenschappelijke Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) dit tegen. Volgens het WNT betekent tafelheer „buurman eener dame aan tafel”.

Inmiddels is de betekenis ‘sidekick bij een talkshow’ ingeburgerd, niet alleen bij DWWD. Die inburgering heeft wel even geduurd. In 2007, toen DWDD twee jaar bestond, meldde het ANP in een persbericht dat Matthijs van Nieuwkerk en Marc-Marie Huijbregts die zomer op zaterdagavond een programma zouden gaan verzorgen.

„Het zaterdagse programma gaat De Zomer Draait Door heten en zal sterk lijken op de vrijdagse aflevering van De Wereld Draait Door (DWDD), waar Huijbregts altijd als ‘tafelheer’ aanschuift.”

Dat tafelheer hier tussen aanhalingstekens staat wil zeggen dat de nieuwe betekenis nog niet algemeen bekend was. Er zal vast een etiquettekenner hebben gedacht: taalvervuiling, want een heer naast een heer kan nooit een tafelheer zijn, of hij nu links of rechts zit.

Op de vrouw af

De Zeeuwen voelen zich, begrijpelijk, enorm bedonderd door het kabinetsbesluit om de marinierskazerne niet naar Vlissingen te verhuizen. Han Polman, commissaris van de koning in Zeeland, gebruikte hiervoor krachtige woorden. De Zeeuwen waren „bedrogen”, het bestuur „besodemieterd”.

Polman had staatssecretaris Barbara Visser nota bene „op de vrouw af” gevraagd of er naar alternatieve locaties was gekeken, maar de bewindsvrouw had dit afgedaan als geruchten.

Polman probeerde niet grappig te zijn toen hij op de vrouw af gebruikte – zijn woede was duidelijk voelbaar. Wellicht beschouwde hij deze feminisering van op de man af als (politiek) correct; Visser ís immers een vrouw.

Het riep bij mij de vraag op hoeveel man-uitdrukkingen je straffeloos kunt ombouwen. Iets aan de vrouw brengen kan volgens mij prima. Maar je vrouwtje staan klinkt juist badinerend. De gewone vrouw kan goed naast de gewone man. Maar vrouw en paard noemen klinkt mij net zo vreemd in de oren als anderhalve vrouw en een paardenkop.

Curieus effect van deze geslachtswisseling is dat je sowieso anders gaat kijken naar dergelijke uitdrukkingen, want anderhalve man is eigenlijk ook al gek. Vrouws genoeg zijn en ergens een vrouwtje voor hebben zie ik niet snel opgang maken, maar op de vrouw af iets vragen lijkt me levensvatbaar.

Zeker als je daarmee kunt onthullen of benadrukken dat de staatssecretaris van Defensie duidelijk geen vrouw van haar woord is.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.