Hulp van Wereldbank belandt deels in belastingparadijzen

Ontwikkelingshulp De Wereldbank heeft lang gewacht met de publicatie van een studie die duidt op corruptie met hulpgelden Het thema ligt heel gevoelig.

Gemiddeld 5 procent van het hulpgeld ‘lekt’ weg naar rekeningen in belastingparadijzen zoals de Kaaimaneilanden.
Gemiddeld 5 procent van het hulpgeld ‘lekt’ weg naar rekeningen in belastingparadijzen zoals de Kaaimaneilanden. Foto Flavio Vallenari / iStock

Dát het gebeurt, mag geen nieuws heten: ontwikkelingshulp verdwijnt soms in de zakken van corrupte elites in hulpbehoeftige landen. Wat wel nieuws is: de belangrijkste internationale instelling voor ontwikkelingssamenwerking, de Wereldbank, heeft een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat dit inderdaad nogal eens zo gaat.

Het paper van de Wereldbank , over het „buitmaken” van buitenlandse hulpgelden door „elites” in ontwikkelingslanden, werd dinsdag gepubliceerd. Plotseling, want de studie werd pas openbaar gemaakt toen media erover berichtten. Dat roept de nodige vragen op over de omgang van de Wereldbank met eigen papers die lastige conclusies opleveren.

Het paper is van twee academische economen, de Noor Jørgen Juel Andersen (BI Norwegian Business School) en de Deen Niels Johannesen (Universiteit van Kopenhagen), plus een econoom van de Wereldbank, de Nederlander Bob Rijkers. De drie leggen data over geldstromen van de Wereldbank naar 22 landen – waaronder Afghanistan, Ethiopië, Ghana, Kirgizië en Tanzania – naast gegevens over geldstromen naar belastingparadijzen, zoals de Kaaimaneilanden, Zwitserland, Luxemburg en de voormalige Nederlandse Antillen. Wat blijkt? In de kwartalen waarin veel hulp naar de 22 landen vloeit, pieken ook de overboekingen naar belastingparadijzen. Gemiddeld ‘lekt’ 5 procent van het hulpgeld voor de 22 landen weg naar rekeningen in belastingparadijzen.

Dat is geen prettige boodschap voor de Wereldbank, een instelling die afhankelijk is van donorlanden die de effectiviteit van de programma’s van de bank altijd kritisch volgen.

Publicatie van het paper, zo schreef het Britse weekblad The Economist vorige week, werd door de Wereldbank op hoog niveau geblokkeerd, waarschijnlijk vanwege de gevoelige inhoud ervan. The Economist zag daarin ook een mogelijke reden voor het plotse vertrek, begin deze maand, van de hoofdeconoom van de Wereldbank, Penny Goldberg. Zij was slechts vijftien maanden in functie geweest.

Beoordeling duurde lang

De Duitse Frankfurter Allgemeine Zeitung meldde daarop dat er bij de Wereldbank is getracht de inhoud van het paper te verwateren, om „klaarblijkelijk politieke” redenen. Toen zakenkrant Financial Times dinsdag een gelekte kopie van het paper besprak, zette Johannesen het onderzoek dinsdag op zijn eigen website, zo legt hij aan de telefoon uit aan NRC. „Ik vond het belangrijk dat iedereen het paper zelf kon lezen.” Even later publiceerde de Wereldbank het stuk op haar site.

Het viel Johannesen op dat de beoordeling van het paper, dat de drie een jaar geleden inleverden bij de Wereldbank in Washington, „heel lang” duurde. Ook Andersen merkte dat. „De conclusies van het onderzoek liggen gevoelig en dat werd ook wel bevestigd in onze correspondentie met de Wereldbank”, zegt de Noor. De resultaten „liggen natuurlijk niet in lijn met hoe ontwikkelingshulp is bedoeld”. Maar Johannesen en Andersen zeggen geen aanwijzingen te hebben dat de Wereldbank het stuk wilde tegenhouden. De samenwerking met de afdeling Onderzoek van de bank was goed, zegt Andersen.

In een verklaring naar aanleiding van de commotie stelt de Wereldbank dat het paper „meerdere reviews” heeft gekregen en „verbeterd” is. Over het vertrek van Goldberg wil de bank desgevraagd niets zeggen. In een interne e-mail die Goldberg rondstuurde op 5 februari, in bezit van NRC, zegt Goldberg slechts dat „de tijd rijp is” om terug te keren naar Yale University, waar ze eerder werkte.

Hoe het ook zij, er is nu een peer reviewed paper met het logo van de Wereldbank erop, waarin wordt aangetoond dat een deel van de hulpmiljarden belandt in belastingparadijzen, in plaats van in Armenië of Zambia.

Voor het paper kregen de drie economen toegang tot de database van de Wereldbank en tot die van de Bank voor Internationale Betalingen (BIS). Uit die twee datasets samen bleek het volgende. In kwartalen waarin een ontwikkelingsland hulp van de Wereldbank ontvangt ter waarde van 1 procent van zijn bbp, stijgt de waarde van bankdeposito’s van dat land in belastingparadijzen met gemiddeld met 3,4 procent meer (vergeleken met landen die geen hulp krijgen).

Om hun theorie te testen, keken de onderzoekers of bankdeposito’s van ontwikkelingslanden in westerse landen die níet gelden als belastingparadijs, zoals Duitsland en de VS, ook toenemen als er veel hulpgeld binnenkomt. Dat bleek niet het geval. Dat suggereert dat er gericht hulpgeld wordt weggezet in belastingparadijzen. Nederland zit in deze studie overigens in de groep ‘niet-belastingparadijzen’, ondanks zijn reputatie.

Wat het paper niet laat zien, is welke corrupte leider precies hoeveel geld waarheen sluist. Dat is omdat de BIS alleen de totale geldstromen van het ene naar het andere land vastlegt, geen afzonderlijke overboekingen.

Minder hulp?

Johannesen wil uit zijn paper niet de conclusie trekken dat ontwikkelingshulp ineffectief is. „Je zou ook kunnen zeggen dat die 5 procent die verdwijnt niet veel is, dat de meeste hulp terecht lijkt te komen waar het hoort.” Een pleidooi voor vermindering van ontwikkelingshulp, zegt hij, is het paper dan ook zeker niet.