Een nieuwe toneelgroep stelt nu de schrijver centraal

Toneelschrijvers (2) Een theatergroep wil prioriteit geven aan het spelen van nieuwe Nederlandse toneelteksten. „Iedereen voelt de noodzaak en iedereen is ervan overtuigd dat er iets moet gebeuren om toneelschrijvers te helpen.”

Alle toneelteksten die in 2019 door De Nieuwe Toneelbibliotheek zijn uitgegeven.
Alle toneelteksten die in 2019 door De Nieuwe Toneelbibliotheek zijn uitgegeven. Foto vormgever Connie Nijman/ De Nieuwe Toneelbibliotheek

In zijn Staat van de Toneeltekst in september 2018 riep toneelschrijver Nathan Vecht op tot de vorming van een door het Rijk gesubsidieerde theatergroep „waar het produceren van nieuwe Nederlandse toneelstukken prioriteit” zou zijn, „waar knowhow over toneelschrijven kan worden opgebouwd en doorgegeven” en „waar schrijvers de stap kunnen maken van de kleine naar de grote zaal”. Daarmee verwoordde hij een oplossing voor een probleem dat breed wordt gevoeld in de theatersector: de moeizame doorstroom van schrijftalent op alle vlakken.

Actrice Iris Slee was een van de toehoorders bij de lezing en besloot er werk van te maken. Vorige zomer richtte ze toneelgroep Punch op, met precies deze uitgangspunten, en begon ze zich te oriënteren. In mei presenteert ze haar plannen.

Iris Slee: „Er zaten allemaal jonge schrijvers in de zaal en de stemming was bedrukt. Ik was het met Vecht eens dat jonge schrijvers actie moeten ondernemen, maar de sector zélf moet ook een handreiking doen. Dus wil ik een platform bieden voor jonge toneelschrijvers om teksten in te sturen die gelezen worden door een professionele leescommissie, om vervolgens de beste teksten te laten opvoeren door bekende acteurs en regisseurs. Als de acteurs en regisseurs bekend zijn, dan moet het haalbaar zijn, dacht ik.”

Lees ook het interview met vier toneelschrijvers: De toneelschrijver is veronachtzaamd

De vele gesprekken die ze het laatste half jaar voerde, gaven haar vertrouwen. „Iedereen voelt de noodzaak en iedereen is ervan overtuigd dat er iets moet gebeuren om toneelschrijvers te helpen.” Bij de uitvoering staat de tekst centraal. „Dat kan ook betekenen dat een voorstelling niet op tournee langs theaters gaat, maar op locatie of op een festival staat.” De vraag is, zoals altijd, hoe dit initiatief wordt betaald. De financiering loopt nog, zegt Slee.

Er is al een oproep uitgegaan naar toneelschrijvers. Haar leescommissie, met onder anderen toneelschrijver Jibbe Willems in de gelederen, is aan het werk met de inzendingen van deze „ongevestigde schrijvers”, zoals Slee haar doelgroep noemt – schrijvers van iedere leeftijd „van wie niet meer dan vier werken professioneel zijn uitgevoerd” zijn welkom.

Stipendium

Het ontbreekt jonge schrijvers aan de mogelijkheid om „kilometers te maken” en teksten verdwijnen nog te vaak „in een la”, aldus Slee. Ook de aansluiting met professionele regisseurs en gezelschappen is een probleem voor auteurs. Daarin hoopt ze met Punch een bemiddelende rol te kunnen spelen.

Een van de mogelijkheden voor jonge auteurs om zich te ontwikkelen is het jaarlijkse TheaterTekstTalent Stipendium, een initiatief van Stichting de Versterking en het Prins Bernhard Cultuurfonds. De winnaars, gekozen door een deskundige jury, krijgen 12.500 euro om een synopsis uit te werken tot een toneeltekst en 22.500 euro voor de productie. Dat het nog niet gekomen is tot volwaardige uitvoeringen van een van de teksten van zeven jaar aan winnaars, mag symptomatisch heten voor de wringende situatie voor schrijftalent.

Vorig weekend werd het stipendium voor 2020 in Theater Bellevue uitgereikt aan Rineke Roozenboom, door de eerste winnaar uit 2014: Bo Tarenskeen. Tarenskeen prees het stipendium als „een onmodieuze prijs”, „geen beloning voor een prestatie, maar voor ontwikkeling en verdieping van kunstenaarschap” en „voor het ontdekken van iets wat je van plan bent”. Winnaar Roozenboom zei: „Ik mag een jaar lang experimenteren en dat is bijna nooit bij theater.”

Van Jannemieke Caspers, winnaar van het stipendium in 2019, was een fragment te horen van haar tekst Een vlinder van sneeuw. Caspers, 38 jaar, studeerde in 2009 af aan de schrijfopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten. „Net na mijn afstuderen werden zo’n beetje alle werkplaatsen opgeheven, dus de eerste jaren waren lastig.” Caspers richtte haar eigen groep op. „Ik zag geen andere kans om mijn werk uitgevoerd te krijgen. Dat zie ik veel mensen doen, ook schrijvers.”

Als goed initiatief voor jonge schrijvers noemt Caspers het Schrijfhuis van Frascati en Internationaal Theater Amsterdam, met daarin onder anderen toneelschrijvers Esther Duysker en Jibbe Willems. „Maar de meeste ontwikkelingstrajecten in het theater zijn gericht op regisseurs. Op een bijeenkomst voor jonge makers kreeg ik te horen dat ik eerst maar eens een regisseur moest zoeken. Als je alleen maar schrijft, kun je niet makkelijk ergens terecht. Dat is een gemis.”

De praktijk waarbij de schrijver uit zichzelf met zijn eigen werk komt, bestaat bijna niet, stelt Caspers vast. „Dit stipendium is een uitkomst, want je mag autonoom werk maken.”

Of het wordt uitgevoerd is nog de vraag. Van Koen Caris, winnaar in 2017, was in Bellevue een ‘plug&play’-versie te zien van zijn stuk Mijn: een sobere, met weinig repetitietijd gemaakte uitvoering. Tarenskeen heeft goede hoop. Het idee waarmee hij won wordt, „als de fondsen het goedkeuren”, deze zomer uitgevoerd. Caspers wacht ook op uitsluitsel van een subsidiënt. „Dan gaat mijn tekst waarschijnlijk in november spelen bij De Veenfabriek.”

Zij vond een regisseur. Het stipendium gaf haar onder meer de mogelijkheid om Joeri Vos, toneelschrijver en artistiek leider van De Veenfabriek, in te huren om haar te begeleiden. „Daardoor zit je steeds met elkaar aan tafel. Toen het stuk af was, wilde hij het ook wel opvoeren. Het wordt een kleine productie met een korte speeltijd. Waar dan hoop ik meer uit voortkomt.”

Wat opvalt bij alle gesignaleerde problemen voor toneelauteurs is dat er in 2019 te weinig aanvragen waren voor werkbijdragen bij het Fonds Podiumkunsten in 2019. Ondanks dertien toekenningen (14.500 en 9.500 euro per persoon) bleef er bijna 40.000 euro subsidie voor theaterteksten ongebruikt. Ook daar liggen nog kansen voor toneelschrijvers, jong, nieuw en oud.