Directeur Warmtebedrijf krijgt als raadslid verwijt van ‘schijn belangenverstrengeling’

Rotterdam Gerben Vreugdenhil, de nieuwe financieel directeur van het Warmtebedrijf in Rotterdam, stemde als raadslid tijdens zijn sollicitatie voor 15 miljoen euro steun aan dat bedrijf.

Gerben Vreugdenhil vertrekt als raadslid om financieel directeur van het gemeentelijke Warmtebedrijf te worden.
Gerben Vreugdenhil vertrekt als raadslid om financieel directeur van het gemeentelijke Warmtebedrijf te worden. Foto Eric Fecken/Gemeente Rotterdam

Gemeenteraadslid Gerben Vreugdenhil van Leefbaar Rotterdam, die deze week terugtreedt om financieel directeur te worden van het noodlijdende gemeentelijke Warmtebedrijf, wordt de schijn van belangenverstrengeling verweten. Vreugdenhil was aan het solliciteren voor de bestuursfunctie toen hij eind vorig jaar als raadslid instemde met gemeentelijke steun van 15 miljoen euro aan het Warmtebedrijf voor 2020.

„Als Gerben Vreugdenhil midden in een sollicitatieprocedure zit, en vervolgens gaat stemmen om zijn toekomstige werkgever 15 miljoen euro toe te schuiven, dan heeft dat de schijn van belangenverstrengeling”, vindt Bas van Noppen van de lokale partij Nida. Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren: „Een raadslid dient te voorkomen dat zijn persoonlijk belang enerzijds en de belangen van de gemeente anderzijds door elkaar gaan lopen.”

Beste politicus van het jaar

Vreugdenhil (58), verkozen tot Beste Politicus van Rotterdam 2019, was als fractiewoordvoerder zeer kritisch over het Warmtebedrijf. Hij zou oorspronkelijk voorzitter worden van de raadsenquêtecommissie die onderzoek gaat doen naar het fiasco met restwarmte uit de havenindustrie. Door politieke overmoed en onderschatting van risico’s is een pijplijn met heet water naar Leiden nog altijd niet aangelegd, reconstrueerde NRC. De verliezen voor de stad kunnen bij een faillissement oplopen tot honderden miljoenen euro’s.

Op 28 januari maakte Vreugdenhil tot veler verrassing bekend dat hij financieel directeur wordt van het Warmtebedrijf. Vorige week heeft hij alle fractievoorzitters uitleg gegeven over de procedure, volgens bronnen rond het stadhuis.

Vacature in NRC

In NRC van 9 november vorig jaar zag Vreugdenhil een vacature staan van cfo bij een „duurzaam energiebedrijf” dat „staat voor grote uitdagingen” – zonder naamsvermelding van het Warmtebedrijf. Hij had eerst een telefoongesprek met een consultant van werving- en selectiebureau Ebbinge, zegt hij. Op woensdag 11 december volgde een eerste, persoonlijke sollicitatiegesprek met de consultant in Amsterdam, zegt hij.

De volgende dag, op donderdag 12 december, stemde hij in de gemeenteraad mee voor ‘liquiditeitssteun’ van 15 miljoen euro. Het was geen beslissende stem; het voorstel kreeg een ruime meerderheid van driekwart van de stemmen (34 stemmen voor, 11 tegen).

De Gemeentewet bepaalt dat raadsleden zich moeten onthouden van stemmingen die hen „rechtstreeks of middellijk persoonlijk” aangaan, of waarbij zij als „vertegenwoordiger” zijn betrokken. De gedragscode voor Rotterdamse gemeenteraadsleden stelt dat zij „elk persoonlijk belang of schijn van persoonlijk belang” moeten voorkomen bij besluitvorming door het college.

Zelf ziet Vreugdenhil geen probleem. Hij heeft ook niet overwogen zich te onthouden van stemming. „Geen seconde”, zegt hij. „Omdat ik daar geen belangenverstrengeling in zie.” Zijn sollicitatie bij het Warmtebedrijf was medio december nog in een „zeer prematuur” stadium, vindt hij. „Er is ook nog zoiets als een bestendige gedragslijn.” Eerder stemden Vreugdenhil en Leefbaar ook voor financiële steun voor het Warmtebedrijf, bedoelt hij daarmee.

‘Ben je besodemieterd’

Vreugdenhil ontkent dat hij is gevraagd om te solliciteren bij het Warmtebedrijf. „Nee, ben je besodemieterd.” Hij zag de vacature „toevallig” staan, zegt hij. Op maandag 20 januari hoorde Vreugdenhil hij dat hij was geselecteerd. Op de vrijdag van die week heeft hij burgemeester Aboutaleb als eerste geïnformeerd, zegt hij.

Burgemeester Aboutaleb, voorzitter van de raad, wil nu niet reageren op de kwestie, zegt zijn woordvoerder. „Het is aan de politiek om hierop te reageren”, zegt zij.

Fractievoorzitter Chantal Zeegers van coalitiepartij D66 vindt dat raadsleden zulke „dilemma’s” in een eerder stadium vertrouwelijk moeten bespreken, bijvoorbeeld met de burgemeester. Maar Zeegers twijfelt niet aan Vreugdenhils integriteit en zegt dat de kwestie met alle fractievoorzitters onder elkaar goed is „geanalyseerd en besproken”.

Met een smoes níet stemmen was „minder integer” geweest dan wél stemmen, vindt fractievoorzitter Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam. De stem van Vreugdenhil maakte voor de besluitvorming „geen fluit” uit, zegt hij.