Opinie

De ‘westeloze orde’ biedt Europa nu slimme kansen

Westlessness – een Nederlandse vertaling zou ‘westeloosheid’ zijn – is de titel van het rapport bij de jaarlijkse veiligheidsconferentie die het afgelopen weekend in München plaatsvond. Die term duidt op een wereld waar westerse landen en hun principes van democratie en rechtstaat niet meer de dienst uitmaken. In een wereld waarin de VS een eigen koers vaart, rust een grotere verantwoordelijkheid bij de EU om die principes uit te dragen. Maar zoals een diplomaat onlangs weer eens verzuchtte over Europa: „Always right, never relevant.” Als Europa ook relevant wil zijn, moet het moeilijke beslissingen durven nemen.

De EU is namelijk een economische reus, een politieke dwerg en een militaire worm. Dat zei de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Mark Eyskens in 1991. Dertig jaar later lijkt dit nog steeds Europa’s rol op het wereldtoneel goed samen te vatten.

Op militair gebied wordt weleens gesproken over „een Europees leger”, maar het is een illusie dat we daarmee op afzienbare termijn onze veiligheid kunnen garanderen.

Op economisch gebied is Europa nog steeds een reus. De laatste jaren weet het deze krachtbron steeds meer te vertalen in mondiale invloed. Denk aan het aan banden leggen van Amerikaanse Big Tech, het sterke front in de Brexit-onderhandelingen, maar ook op het gebied van energiebeleid. Hopelijk slaagt de EU er ook in om een lijn uit te zetten rondom dossiers als Huawei en ASML, zodat we sterker staan tussen de andere economische reuzen China en de VS.

De grootste winst valt echter niet op het militaire of economische domein te behalen, maar op het gebied van diplomatie. We zouden meer strategische tijdelijke allianties aan moeten durven gaan.

Neem de situatie rond de Europese zuidgrenzen. Begin dit jaar leken twee rivaliserende machten daar de dienst uit te maken. Op 8 januari werd de pijplijn Turkstream geopend, waardoor Rusland en Turkije meer invloed kregen op de Europese energietoevoer. Deze twee landen sloegen vervolgens de handen ineen om een vredesakkoord tussen strijdende partijen in Libië in gang te zetten. Vervolgens sloot Turkije een deal met Libië om territoriale wateren voor energiewinning in de Middellandse Zee te verdelen ten koste van andere landen in de regio. Westeloosheid dus. Energie, conflict en migratie aan Europa’s grenzen werden door anderen geregeld en wij stonden aan de zijlijn. In dit Turks-Russische pact lijken nu scheuringen te komen en dat biedt een kans voor de EU.

Met Russische steun rukt het leger van Assad in Syrië op naar Idlib en komt daarmee in gevecht met Turkije en zijn lokale bondgenoten. Turkije en Rusland staan nu plots lijnrecht tegenover elkaar. Niet voor niets bezocht Erdogan vorige week Oekraïne waar hij vergaande samenwerking met Turkije besprak tot frustratie van Rusland. Daar sprak hij zich verder uit tegen Russische inname van de Krim. Ook het Libië-plan van beide landen viel snel uit elkaar.

Wat is nu de kans voor Europa? Wij zouden in Syrië Turkije diplomatiek kunnen steunen. Niet alleen vanwege de humanitaire consequenties van Assads aanval, maar ook om strategische redenen, omdat Turkije in dit conflict de zwakkere partij is. Het is daarom het meest gebaat bij buitenlandse steun. En omdat dit toneel dicht op de Turkse grens zo essentieel is voor het land, kunnen we in ruil voor deze steun eisen dat het land Europese belangen serieuzer neemt op andere tonelen. Bijvoorbeeld in Libië. Dit biedt zo een opening om het initiatief te nemen in dat conflict.

Dit zou een voorbeeld zijn van een meer strategische Europese diplomatie. Het is nu prudent om Turkije tegen Rusland te steunen, maar we moeten ook bereid zijn om in andere omstandigheden het omgekeerde te doen. Het paradigma uit de Koude Oorlog van vriend en vijand is niet adequaat in de huidige context. Samenwerking wordt tijdelijker en meer transactioneel van aard.

Rusland en Turkije zijn regionale rivalen van ons. Maar dat het geen vrienden zijn, betekent niet dat we niet strategisch met ze kunnen samenwerken. Want het alternatief is dat zij er onderling uit komen en dan in de regio de dienst uitmaken, zonder dat wij daar invloed op hebben.

Een westeloze orde dus, die bepaalt wat er aan onze grenzen gebeurt. De waarheid is dat wij erbij zijn gebaat als onze rivalen ook elkaars rivalen zijn. Daarvoor zouden we op hun onderlinge spanningen moeten inspelen. Dat klinkt misschien onprettig. Maar als we geen engagement met onze rivalen zoeken, komen ze er onderling wel uit. Dan hebben wij misschien wel gelijk, maar blijft dat voor de rest van de wereld irrelevant.

Haroon Sheikh is senior wetenschapper bij de WRR en als filosoof verbonden aan de VU

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.