Opinie

De tijd is rijp voor een Nationaal Historisch Museum

Geschiedenis van Nederland

Commentaar

‘Wij hebben ook [een] plek van nationale reflectie nodig”, zo verdedigt publicist Paul Scheffer in NRC het recente pleidooi voor een nationaal historisch museum in Nederland. Een permanente museale presentatie van de eigen geschiedenis, de Canon van Nederland in de vitrine, moet hét brede en complete verhaal van de Nederlandse geschiedenis vertellen. Een museum dat „boven het eeuwige gevecht tussen trots en schaamte” uitstijgt, aldus Scheffer.

Het Nationaal Historisch Museum had de plek moeten worden waar Nederlanders historische kennis konden opdoen over hun land, was het idee in 2006. De poging het museum op te zetten mislukte jammerlijk, omdat politiek en samenleving het er niet over eens werden welk verhaal er over Nederland verteld moest worden. Nog los van het gesteggel rond de kosten, de vestigingsplaats en de opzet van zo’n verhaal. In 2011 haalde toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD) uiteindelijk de stekker uit het plan.

Nu wordt het idee weer nieuw leven ingeblazen. De initiatiefnemers Lilian Marijnissen en Pieter Heerma, fractievoorzitters van respectievelijk de SP en het CDA, proberen de fouten van hun voorgangers niet te herhalen. Toen ging het vooral over het verhaal van de ‘wordingsgeschiedenis van het Nederlandse volk’, zoals Jan Marijnissen het destijds verwoordde. Dochter Marijnissen en Heerma leggen de nadruk nu op historisch besef en depolarisatie van het identiteitsdebat, tussen nationale zelfverheerlijking en schaamte in. „Juist als je de mooie en de minder mooie kanten samenbrengt, kun je verbindend werken en integratie een kans geven”, zo vatte Heerma het plan in het tv-programma WNL op Zondag samen.

Lees ook: Is het tijd voor een Nationaal Historisch Museum?

Maar de neutrale presentatie van het plan kan moeilijk los worden gezien van de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen in het voorjaar van 2021. Mark Rutte (VVD), Hugo de Jonge en Mona Keijzer (beiden CDA), Lilian Marijnissen (SP), en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) hebben de afgelopen periode zich nadrukkelijk uitgelaten over migratie, waarmee wordt aangegeven wat (in ieder geval voor hen) hét thema voor de verkiezingen zal worden.

Als er een Nationaal Historisch Museum moet komen, dan doen politici er goed aan zich er inhoudelijk zo min mogelijk mee te bemoeien. Kamerleden gaan niet over het verhaal of de museuminrichting, de rol van de overheid zou louter facilitair moeten zijn. Het oprichten van zo’n museum zal er een van de lange adem zijn, en daarom onafhankelijk moeten zijn van de grillen van de politiek. Laat het vooral een taak zijn voor historici, onderwijsdeskundigen, schrijvers, kunstenaars en conservatoren, die voorbij de politieke vluchtigheid kunnen werken. Ook het raadplegen van buitenstaanders, juist als het gaat om de hete hangijzers zoals het koloniale en slavernijverleden, zou in het gepolariseerde identiteitsdebat van harte welkom zijn.

Natuurlijk, een nationaal historisch museum is geen tovermiddel. Ook bij de komst van zo’n museum zal het verharde identiteitsdebat niet verdwijnen, en zullen verschillende groepen zich niet voldoende bediend voelen. En die discussie mag er zijn en op het scherpst van de snede gevoerd worden. En idealiter juist in een gedeeld nationaal museum, waar de Nederlandse geschiedenis in al haar complexiteit getoond kan worden.