De stem van Mirella Freni bracht emoties direct over

Mirella Freni (1935-2020), operazangeres Mirella Freni vertolkte vooral eenvoudige vrouwen die verscheurd worden door grote emoties. Daarin excelleerde de Italiaanse sopraan. Bas Heijne staat stil bij het overlijden van zijn idool.

Mirella Freni zingt Manon Lescaut in Puccini’s gelijknamige opera in de Metropolitan Opera in New York.
Mirella Freni zingt Manon Lescaut in Puccini’s gelijknamige opera in de Metropolitan Opera in New York. Foto Johan Elbers/Getty Images

Toen ik halverwege de jaren negentig de wereldberoemde Italiaanse sopraan Mirella Freni voor NRC mocht interviewen, ging het vooral over koffie. De zuurgraad van de koffie die in haar geboorteplaats Modena werd gebrand, waar ze net als generatiegenoot Luciano Pavarotti was opgegroeid, is de laagste in Italië, beweerde ze stellig. Vandaar dat ze altijd over heel de wereld langs de grote operahuizen reisde met een paar pakken in haar koffer. Haar echtgenoot, de Bulgaarse bas Nicolai Ghiaurov, en zij hadden overal bij kennissen espressoapparaten gestald, zodat ze tijdens het werken aan een operaproductie waar dan ook van koffie uit Modena waren verzekerd.

Ik luisterde ademloos terwijl ik nipte aan een espresso die me nog net geen hartstilstand bezorgde. Ik was een van Freni’s grootste fans. Toen ik haar lyrische sopraan ontdekte, maakte haar lange carrière een laatste bloeiperiode door; haar stem klonk onmiskenbaar ouder en minder fris, maar ook intenser. Ze had haar grootste rollen, waaronder Puccini’s Madama Butterfly en Manon Lescaut opnieuw opgenomen, en nog altijd zong ze de rol die haar begin jaren zestig, onder de hoede van Herbert von Karajan, wereldfaam had bezorgd, Mimi in La Bohéme. „Toen ik die rollen voor het eerst zong, had ik wel een stem, maar de emoties, de pijn en het verdriet van die personages verzon ik er maar zo’n beetje bij. Wist ik veel, ik had nog niets beleefd. Nu weet ik wat ze voelen.”

Als persoonlijkheid – klein, blond, een wipneus en grote, verbaasd kijkende bruine ogen – was Freni op het podium niet erg imposant; ze acteerde vooral met haar stem. Ze behoorde tot de generatie ná Maria Callas en miste de bigger-than-life persoonlijkheid van de grote operadiva’s.

Al die grote stemmen

Tegen mij zei ze: „Toen ik in 1955 in Modena debuteerde, als een heel jonge Micaela in Carmen, had je al die grote stemmen, Callas, Tebaldi, Sutherland. Ik was een lyrische sopraan met een mooi maar bescheiden geluid. Naar die zangeressen keek ik op alsof ze de Madonna zelf waren. Ik heb enorm veel geleerd door naar hen te luisteren en te kijken. Maar je kunt zeggen dat ik mijn tijd heb afgewacht. Ik kan goed nee zeggen. Vaak is de verleiding heel groot om iets wel te zingen, maar ik denk echt dat ik mijn stem heb gered door mijn hele leven voorzichtig te zijn. Hoezeer een dirigent als Karajan ook aandrong. Als het aan hem had gelegen, had ik Turandot gezongen. Nu heb ik mijn stem nog om alles wat ik aan dramatische expressie heb geleerd op het podium te laten horen.”

De rollen die Freni beroemd maakten, Mimi, Micaela in Carmen, waren onschuldige, naïeve meisjes die speelbal worden van grote emoties, ziekte, lijden, verraad, liefdesverdriet, dood. Met haar intense, zuivere geluid en haar adembenemende legato wist Freni die sjablonen tot personages van vlees en bloed te maken. Daarom lag Puccini haar zo goed, zelfs Tosca, hoewel die rol niet echt bij haar stem paste. Ze wist als geen ander emoties direct over te brengen, de luisteraar bij haar gevoelens te betrekken, waardoor melodrama echt drama kon worden. Ze excelleerde in het vertolken van eenvoudige vrouwen die verscheurd worden door krachten die zoveel groter zijn dan zijzelf. Het kostte haar geen moeite om zichzelf op hoge leeftijd te transformeren in een jong meisje, zoals Mimi of Tatiana in Eugene Onegin.

Hoewel ze nee zei tegen Turandot, en de zware sopraanrollen Cio-Cio San uit Butterfly en de titelrol van Tosca weliswaar twee keer op de plaat zette maar nooit in het theater zong, zei Freni lang niet altijd nee. Ze liet zich gaandeweg tot zwaardere rollen verleiden in opera’s van Verdi, zoals Aida, Elisabetta in Don Carlos en Elvira in Ernani. Ook daar drukte ze haar eigen, intieme stempel op. Zelfs de weinig subtiele verismorollen die ze aan het eind van haar loopbaan zong, Adriana Lecouvreur en Fedora, de traditionele vluchtheuvel voor diva’s op leeftijd, wist ze een fijnzinnige gelaagdheid te geven.

In 2005, op haar zeventigste, zong ze haar laatste operarol, Tjaikovski’s De maagd van Orleans. In datzelfde jaar vierde de Metropolitan Opera in New York haar vijftigjarig jubileum als zangeres en de veertig jaar die ze aan dat operahuis verbonden was.

Officieel afscheid heeft ze nooit genomen, ik denk dat ze dat niet over haar hart kon verkrijgen. „Opera is mijn hele leven”, zei ze tegen mij in 1994. „Toen ik vijf was luisterde ik ademloos naar een plaat van Toti del Monte die Lucia di Lammermoor zong, daar kon ik toen al helemaal in opgaan. Zo is het nog steeds. Ik houd veel van klassieke muziek, zelfs van sommige popmuziek, maar opera is, hoe zeg je dat, completer. Als iemand werkelijk mooi zingt, dan gebeurt er iets met me. Dan word ik zo blij, dan wil ik hem of haar meteen gaan knuffelen.”

Mirella Freni overleed op 9 februari in Modena; behalve de dood van een van de grote sopranen van de twintigste eeuw, werd in verschillende necrologieën ook het einde van een tijdperk betreurd. De grote, lange traditie van de Italiaanse opera was nu echt ten einde. Dat werd meteen geïllustreerd door een Italiaanse krant die bij de necrologie van Freni een grote foto van de springlevende Amerikaanse sopraan Deborah Voigt afdrukte.

Maar de reputatie van Mirella Freni zal niet verbleken: ze laat een rijke erfenis na. Luister naar haar Bohème met Pavarotti onder leiding van Karajan, haar Manon Lescaut met Domingo onder Sinopoli, dezelfde rol onder Levine, en tal van andere opnames die ze tijdens haar lange, lange loopbaan maakte. Samen vormen ze een monument voor een van de ontroerendste stemmen van de vorige eeuw.