Opinie

De koning van de junk leeft als nooit tevoren

Maarten Schinkel

Je kunt veel van Donald Trump zeggen, maar niet dat hij de tijdgeest niet verstaat. Sterker nog: Trump wás deze week zo’n beetje de tijdgeest. Hij tekende een presidentieel pardon voor Michael Milken, de gevallen financier uit de jaren tachtig en bekend als de bedenker van de junk bond, vrij te vertalen als rommel-obligatie. Dat soort leningen was al wel in omloop, maar dan als ‘gevallen engel’. Het bedrijf dat ze ooit uitgaf, was uit de gratie, bijna failliet of anderszins in de problemen. Of de leningen ooit zouden worden afbetaald, was hoogst onzeker. Daarom was hun koers zeer laag, hun rente dus zeer hoog en als ze al een oordeel hadden van kredietbureaus als Moody’s of Standard & Poor’s, dan was dat beroerd.

Geen lening werd dus geboren als junk bond, maar gleed naar die status af. Tot Milken: hij zette een praktijk op waarbij bedrijven verse junk bonds konden uitgeven om daarmee geld op te halen. En beleggers lustten er wel pap van. Wat volgde, was een golf van riskante overnames met geleend geld, de zogenoemde leveraged buyouts. Door het high yield te noemen leek deze schuld plotseling minder gevaarlijk.

De financier zelf raakte al snel verstrikt in een web van onregelmatigheden en verdenkingen van fraude. In 1989 werd hij veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf, waarvan hij 22 maanden uitzat. En tot een verbanning uit de financiële wereld voor de rest van zijn leven.

Trump is een vastgoedman. En vastgoedmannen leven bij ‘leverage’: het gebruiken van veel financiering als hefboom op hun eigen vermogen. Als een gebouw dat je zelf volledig betaalt tien procent in waarde stijgt, dan is je winst op eigen vermogen logischerwijs 10 procent. Als je 80 procent met leningen financiert tegen vijf procent rente, dan stijgt je winst op eigen vermogen naar 30 procent. En bij 90 procent financiering zelfs naar 55 procent. Als, en dat was altijd een grote áls, je zo risicovol kunt lenen.

Nu de rente op recordlaagte staat, is het animo van beleggers voor junk-schuld enorm

Terug naar de tijdgeest. Juist in de week dat Milken gratie kreeg, staat junkfinanciering volop in de belangstelling. Maandag werd de schuld van voedingsgigant Kraft Heinz door Fitch en Moody’s afgewaardeerd van BBB- tot BB+. Van nog net veilig om in te investeren werd de schuld, in totaal 23 miljard dollar, opeens ‘non-investment grade’. En dat voor een concern dat drie jaar geleden een onvriendelijke overname poogde van Unilever. Bij nader inzien wilde Kraft kennelijk vooral gebruik maken van het Rotterdamse financiële drijfvermogen.

Junk is in principe verboden terrein voor veel institutionele beleggers. Maar nu de rente op recordlaagte staat, loopt de uitgifte van junk-schuld hoog op en is het animo bij beleggers enorm. Drie voorbeelden: volgens financieel databedrijf Dealogic was de uitgifte van junk bonds vorige maand, met 73,6 miljard dollar wereldwijd, de hoogste in tenminste een kwart eeuw. Dinsdag stelde de OESO, de club van rijke industrielanden, dat junk bonds nu 25 procent uitmaken van nieuwe bedrijfsobligaties, tegen een historisch gemiddelde van 20 procent. BBB-obligaties, nog nét geen junk, zijn goed voor de helft van alle obligatiefinanciering, tegen historisch nog geen 40 procent.

En woensdag publiceerde het Institute of International Finance, de club van banken, een onderzoek waaruit blijkt dat zogenoemde frontier states (denk: Zambia, Pakistan of Jamaica) nog nooit zoveel schulden hadden als nu. Omgerekend 255 miljard dollar daarvan loopt tot eind 2021 af, waarvan de helft in harde, buitenlandse valuta.

Ongelukken die te gebeuren staan? Een zwerk vol zwoegende engelen? Junk was zelden zo in trek als nu. Terwijl Milken dankzij Trump weer kan genieten van zijn herwonnen beroepsvrijheid draaien zijn opvolgers 24-uursdiensten.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.