Opinie

Antisemitisme in New York

Frits Abrahams

Het was toeval, maar toch minder toevallig dan je zou willen. Op de dag dat in Nederland een toename van meldingen van antisemitisme werd geconstateerd, gebeurde hetzelfde in New York. Even recapituleren: het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) meldde voor Nederland in 2019 182 incidenten, een toename van 35 procent ten opzichte van 2018. Van die 182 incidenten gebeurden er 53 in Amsterdam, een jaar eerder waren het er 35. Vooral het aantal gevallen van verbaal geweld steeg. Er was in 2019 twee keer melding van fysiek geweld tegen personen of instellingen.

In New York lijkt er volgens de berichtgeving in The New York Times juist een toename van het fysieke geweld. De helft van de 428 ‘hate crimes’ in New York City waren aanvallen op Joodse mensen, vooral (ultra)orthodoxe Joden, zoals de aanhangers van het chassidisme. In Crown Heights, een buurt in Brooklyn, werden twee mannen, gekleed als chassidische gelovigen, onafhankelijk van elkaar ’s avonds door drie mannen neergeslagen; een van die aanvallen is op video vastgelegd.

Er zijn de afgelopen jaren in de Verenigde Staten al de nodige bloedige geweldsuitbarstingen tegen Joden geweest, maar in New York gaat het de laatste tijd vooral om incidenteel straatgeweld, zoals tegen die twee mannen. Een van hen, een 23-jarige student, vertelde dat hij ’s avonds in een rustige straat met zijn vader liep te bellen, toen hij van achteren door drie mannen werd aangevallen en neergeslagen.

De incidenten gebeuren vaak in buurten van Brooklyn, zoals Crown Heights en Williamsburg, waar veel chassidische gezinnen wonen. Je zou kunnen verwachten dat de daders, evenals in Europa, uit jihadistische of extreem-rechtse kringen komen, maar dat is niet het geval. De daders zijn vaak Afro-Amerikanen die samen met de Joden in deze buurten een groot deel van de populatie vormen. De Afro-Amerikanen zouden zich verdrongen voelen uit hun buurt omdat de woningen te duur worden. De New York Times citeert echter een Joodse zegsman die beweert dat die verdringing op financiële gronden ook geldt voor de Joodse bewoners.

Maar los daarvan: het antisemitisme in New York komt niet alleen in deze buurten voor, maar bijvoorbeeld ook in Manhattan. De penningmeester van een orthodoxe synagoge aan de Lower East Side van New York werd in de metro door iemand aangesproken met de vraag: „Waarom kijk je niet naar me? Denk je soms dat je belangrijker bent, Jew boy?” Een Jood met een keppeltje liep klappen op toen hij over Delancey Street in Manhattan liep.

De angst groeit onder vooral orthodox-Joodse Amerikanen. En dat in een jaar waarin de bevrijding van Auschwitz wordt herdacht. Toch vraag ik me weleens af: is er werkelijk zoveel veranderd of durft men nu weer te zeggen (en te doen) wat men altijd gedacht heeft?

Ik las dezer dagen een Dikke Man-column van Ischa Meijer, getiteld ‘Jom Kipoer’, waarin hij een Joodse kennis laat zeggen: „Met al dat opkomend racisme van vandaag de dag moeten we wel weer bij elkaar kruipen. Nog even, en onze maatschappij is als vanouds herverdeeld in getto’s.”

Datum van Meijers column uit Het Parool: 19 september 1991.