Rekenkamer: Politietop faalt bij effectief inzetten agenten

De landelijke politietop slaagt er niet de circa 65.000 agenten zo effectief mogelijk in te zetten. Dat zou het capaciteitstekort deels oplossen. Het ontbreekt volgens een rapport van de Rekenkamer zelfs aan een landelijk systeem dat aangeeft wie ‘inplanbaar’ is. Lokaal komt het politiewerk in gevaar.

Politie surveilleert in Rotterdam.
Politie surveilleert in Rotterdam. Foto David Rozing

De landelijke leiding van de Nationale Politie doet te weinig om meer politieagenten inzetbaar te maken. Dat komt onder meer doordat er geen landelijk overzicht is welke agenten wanneer in te plannen te zijn. Door een gebrek aan landelijke sturing komen politietaken onder druk te staan.

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een dinsdag verschenen rapport. De Rekenkamer onderzocht of de circa 65.000 politieagenten wel zo effectief mogelijk worden ingezet door de politieleiding.

Nee, is het antwoord. Zeven jaar nadat 26 politiekorpsen opgingen in één Nationale Politie blijkt daarmee opnieuw één van de doelen van die reorganisatie niet gehaald te worden. Eerder bleek al dat door die reorganisatie de aanpak van lokale veiligheidsproblemen te weinig prioriteit krijgt.

Beeld inzetbaarheid is te positief

Uit het onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat de landelijke politieleiding een te positief beeld heeft van de inzetbaarheid van agenten. Hoewel, ‘positief’: slechts zeven op de tien agenten is inzetbaar, aldus de Rekenkamer. De rest is vanwege ziekteverzuim, verlof of opleidingen niet beschikbaar. Dat gaat om ruim 17.000 fte, op een totaal van bijna 60.000 fte.

Maar dat ‘positieve’ beeld botst op de lokale realiteit, waar nog minder agenten daadwerkelijk in te plannen zijn voor politiediensten, aldus de Rekenkamer. Alleen weet de landelijke politieleiding dat niet: het ontbreekt aan een landelijk systeem waaruit blijkt wie ‘inplanbaar’ is. Lokale en regionale politiechefs houden daarom in zelfgemaakte spreadsheets bij welke agenten ze – behalve degenen die door verlof, ziekte of opleiding ontbreken – niet de straat op kunnen sturen. Bijvoorbeeld vanwege vaste vrije dagen, omdat ze ingezet worden als ME’er of omdat ze geblesseerd zijn. De landelijke leiding en regionale politiechefs praten dan ook „langs elkaar heen”.

Lees ook: De vijf plagen van de Nationale Politie

Door die discrepantie tussen het landelijke beeld en de lokale realiteit komt het politiewerk in gevaar, aldus de Rekenkamer. Zoals het „bieden van noodhulp, handhaving van de openbare orde, inzet van de wijkagent en de openstelling en bemensing van het politiebureau”. Agenten zijn namelijk ongelijk verdeeld over het land: op sommige plekken is overbezetting, op andere onderbezetting. Daar dreigt een „vicieuze cirkel” omdat steeds meer werk bij steeds minder agenten terechtkomt, die door overwerk vaker ziek worden.

Spanning minister-korpschef

In een reactie op het rapport schrijft verantwoordelijk minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) de conclusies van de Rekenkamer te delen: hij wil dat de landelijke politieleiding meer gaat sturen op de inzet van agenten, de korpschef moet hem daarover gaan rapporten. Maar die korpschef, Erik Akerboom, deelt de conclusies níet, blijkt uit diens reactie. Er zou al voldoende aansturing zijn, de conclusies van de Rekenkamer dat er onvoldoende informatie is, wijst hij af.

„De discrepantie tussen de reacties van de minister van Justitie en Veiligheid en de korpschef van de politie legt een spanning bloot tussen de formele (eind)verantwoordelijkheid van de minister en de taakopvatting van de korpschef”, aldus de Rekenkamer. Akerboom vertrekt overigens in mei bij de politie: hij wordt baas van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).

De Rekenkamer is al langer kritisch over de grote verschillen tussen de doelen van de Nationale Politie in de praktijk. Zo concludeerde ze in 2016 al dat de politie capaciteit niet effectief inzette. De vraag is dan ook of vooral meer mensen aannemen, zoals de politie zelf graag wil, voldoende is om tekorten weg te werken.

Extra agenten vinden lukt de politie maar moeilijk, bleek vorig jaar al uit onderzoek van de Rekenkamer. Van de 65 miljoen euro die in 2018 bedoeld was voor extra agenten, werd maar de helft daarvoor benut. De operationele sterkte van de politie dáálde zelfs. De politie zou de tekorten ook te lijf kunnen gaan door de agenten slimmer in te zetten, blijkt uit het dinsdag verschenen rapport.