Het dorp kom je wel uit, maar misschien niet meer in

Covid-19 Heel China staat voor hetzelfde dilemma: het virus bestrijden of de economie herstellen. „Boeren moeten straks wel kunnen oogsten.”

Desinfectie in miljoenenstad Guangzhou (boven), beweging voor patiënten in quarantaine in Wuhan (links) en desinfectie in Tongzhou, bij Beijing.
Desinfectie in miljoenenstad Guangzhou (boven), beweging voor patiënten in quarantaine in Wuhan (links) en desinfectie in Tongzhou, bij Beijing. Foto’s Reuters, EPA, Greg Baker/AFP

De 51-jarige Wang Qin komt al ruim drie weken de deur niet meer uit. Ze kijkt tv. Speelt wat met haar mobiele telefoon. En maakt zich zorgen. „Ik ben al weken verkouden, maar ik durf niet naar het ziekenhuis”, zegt ze over de telefoon vanuit haar geboortedorp in de Centraal-Chinese provincie Anhui. „Je weet nooit wat ze dan met je doen.” Ze is bang dat ze wordt opgenomen omdat men denkt dat ze Covid-19 heeft.

Ze had nooit gedacht dat ze zo lang in haar dorp vast zou zitten. Toen ze voor Chinees Nieuwjaar, 25 januari, met haar man terugkeerde naar Anhui waste ze eerst hun kleren in hun flat in de provinciehoofdstad Hefei. Ze hadden vanuit Beijing zo’n veertien uur in een overvolle, trage trein gezeten, dus dat mocht wel even. Ze gooide ze over de waslijn met de verwachting dat ze de kleren over een paar dagen weer op zou kunnen vouwen. Die kleren hangen er nu nog.

Haar leven is net als dat van heel veel anderen in China tot stilstand gekomen. Volgens een schatting van de Amerikaanse nieuwszender CNN zijn er in heel China momenteel zo’n 780 miljoen mensen die te maken hebben met enige vorm van reisbeperking. Dat is ongeveer de helft van de Chinese bevolking. Meer dan 150 miljoen Chinezen zitten op een of andere manier in quarantaine.

Wang mag haar dorp wel uit, maar als ze weggaat komt ze er voorlopig niet meer in. De ongeveer duizend dorpelingen kennen elkaar allemaal, en iedereen let op elkaar. Per huishouden mag er één persoon eens in de twee dagen naar de winkel om voedsel in te slaan. Dat doet haar man: zij vindt ook rondwandelen in het dorp te gevaarlijk.

Ze zou wel graag medicijnen krijgen tegen die hardnekkige verkoudheid, maar dat zit er niet meer in. Apothekers in China verkopen normaal behoorlijk zware medicijnen zonder recept. Dat mag niet meer, want dan kopen mensen misschien ook medicijnen die koorts onderdrukken, en dan weet je niet meer zo makkelijk wie er misschien Covid-19 heeft.

Wang werkt al ruim twintig jaar als schoonmaakster in Beijing. Haar man werkt er in de bouw. Samen huren ze een kleine kamer in een verre buitenwijk. Daar kan ze niet naar terug, want de huisbaas laat haar de kamer niet in. „Neem maar een hotel”, zegt hij. Ze zou in Beijing bovendien eerst veertien dagen binnen moeten blijven, net als alle mensen van buiten die terug willen naar de hoofdstad. Dus voorlopig blijft ze maar in Anhui.

De dorpelingen en het dorpsbestuur proberen het virus buiten te houden door te voorkomen dat er mensen van andere dorpen binnenkomen. Daartoe leggen ze bergen puin en omgehakte bomen op de toegangsweg. Sinds een paar dagen wordt er ook ’s nachts gepatrouilleerd om te controleren of er niet toch stiekem iemand doorheen glipt. „Het wordt steeds strenger”, zegt Wang.

Om besmettingen te voorkomen mag je van de lokale overheid ook niet bij je buren op bezoek, maar daar houdt niet iedereen zich aan. „Mijn man gaat bij de buren kaarten of Mahjong spelen. Dat is strafbaar, maar hij doet het toch”, zegt ze. Tot nu toe is hij er nog niet voor opgepakt.

In de plaatselijke winkel is nog genoeg eten te koop, en af en toe mogen ze van de buren wat Chinese kool van het land halen. Vlees is wel heel duur geworden, dus voorlopig zingen ze het uit met het vlees dat ze kochten om Chinees Nieuwjaar te vieren.

Haar neef van 21 zit net als haar zwager en schoonzus ook bij haar in huis. Hij zou eigenlijk op zijn universiteit moeten zijn, maar die is gesloten. De lessen gaan er nu via afstandsonderwijs. Hij kan zich er niet echt toe zetten om te studeren: hij ligt de hele dag op bed.

In heel Anhui waren dinsdag volgens officiële cijfers zes mensen aan Covid-19 overleden. Relatief weinig, want Anhui grenst direct aan de provincie Hubei. Daar is de uitbraak met 1.789 doden verreweg het hevigst, vooral in de hoofdstad Wuhan.

Bekijk ook de In Beeld over de zieken van Wuhan

Online bestellen in Wuhan

De 50-jarige Yuan Fei woont in Wuhan. Je zou verwachten dat hij overloopt van angst en ongerustheid, maar daar laat hij aan de telefoon weinig van merken. Wel is hij blij dat zijn zoon die in Duitsland studeert dit jaar niet is teruggekomen voor Chinees Nieuwjaar. „Mijn moeder van 81 woont bij ons in huis. Die is gelukkig goed gezond.”

Zijn vrouw werkt voor de lokale overheid. Ambtenaren moesten als een van de weinige groepen meteen na Chinees Nieuwjaar weer aan de slag. Ze is onder meer belast met het kopen van mondkapjes voor mensen die voor de gemeente werken. Zij hoeft de buurten zelf niet in, maar haar collega’s wel. Wil ze daarover vertellen? „Dat mag ze helaas niet”, zegt Yuan Fei, die op een consultancybureau werkt dat nog gesloten is.

Hij haalt zijn nieuws over de situatie in Wuhan vooral uit appgroepjes. Hij kent zelf niemand die besmet is. „Ik heb wel gehoord van vrienden van vrienden die besmet zijn, en ook van mensen die zijn gestorven.” Maar in het gebouw waar hij woont zijn er in elk geval nog geen besmettingen vastgesteld. „Anders zou de hele compound meteen helemaal zijn afgesloten.”

Hij kan zijn compound maar eens in de drie dagen af om boodschappen te halen. „Alle andere compounds zijn dicht voor mensen die er niet wonen, er is ook geen enkel vervoer.” Aan het hek van zijn compound meten ze zijn temperatuur en kijken ze op een lijst wanneer hij de vorige keer naar buiten ging. „Veel bestellen we ook online”, zegt hij. „De bezorgers leggen de bestelling tegenwoordig bij de deur beneden neer, wij halen het daarna op. Ze geven het ons niet in handen.”

Foto Greg Baker/AFP

Geen klant in de reisbranche

Er komt inmiddels beter nieuws uit China. Het aantal gemelde nieuwe gevallen ligt voor het eerst sinds 30 januari onder de tweeduizend, het aantal doden voor het eerst sinds 11 februari onder de honderd. Wat die cijfers echt betekenen moet nog blijken: de Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwde direct dat daarmee nog niet een dalende trend is ingezet.

In de zuidwestelijke provincie Guizhou lopen ze al wel voorzichtig op zo’n trend vooruit. Wu Zhen’ou woont daar in de stad Kaili, waar hij werkt in de reisbranche. Hij heeft momenteel geen enkele klant, dus hij heeft alle tijd voor een telefoongesprek. Hij logeert voorlopig in Zhainan, het dorp van zijn vader. Hij kan daar ook steeds makkelijker weg als hij wil. „Je mocht hier altijd al over de doorgaande wegen rijden, maar je kwam de andere dorpen niet in.”

Sinds een paar dagen kan dat weer wel. „Er mogen geen wegversperringen meer bij de ingang van de dorpen staan”, zegt hij, „Het districtsbestuur heeft opgeroepen om ze allemaal te verwijderen.” Eerst hielpen vrijwilligers de lokale ambtenaren juist met het metselen van soms meer dan manshoge muren op de weg. Ook sleepten ze grote rotsblokken aan als wegversperring, en ze stortten zand. Die vrijwilligers waren makkelijk te vinden, want niemand wilde meer vreemden in zijn dorp.

Nu begint alles zo langzamerhand weer wat normaler te worden. Een teken dat de epidemie in Guizhou over zijn hoogtepunt heen is? Wu betwijfelt dat. „Er zijn juist weer een aantal besmettingen bijgekomen”, zegt hij. Toch begrijpt hij wel waarom alle versperringen nu weer weg moeten. Guizhou staat voor hetzelfde dilemma als dat waarmee heel China worstelt: wanneer gaat het tegengaan van de verspreiding van het virus voor, en wanneer kies je voor herstel van het economisch leven? In Guizhou kiezen ze voor het laatste. Wu: „Het landbouwseizoen is weer begonnen, de boeren moeten zaaigoed en mest halen. Anders kunnen ze straks niets oogsten.”