Franse treinen gaan de strijd aan met China, Duitse industrie heeft het nakijken

Overname Treinenbouwers Alstom en Siemens mochten niet fuseren. Nu heeft Alstom zijn slag geslagen in Canada, en ontstaat een Franse reus.

Foto Filip Singer/EPA

Uitgekleed binnen een week. Op 12 februari stond Bombardier nog bekend als bouwer van treinen en vliegtuigen, met klanten over de hele wereld. Een dag later nam het Canadese bedrijf afscheid van de commerciële luchtvaart, door het aandeel in de productie van een klein passagiersvliegtuig te verkopen aan Airbus. Maandag werd bekend dat de Franse treinfabrikant Alstom de treindivisie van Bombardier overneemt, voor 6,2 miljard euro. Het enige wat Bombardier blijft maken zijn privévliegtuigen.

Bestuursvoorzitter Alain Bellemare probeert er een positieve draai aan te geven. Hij noemt de overname van de helft van zijn bedrijf door Alstom „een opwindend nieuw hoofdstuk”. „We gaan door en concentreren al onze energie en middelen op het versnellen van groei in onze productie van zakenjets.” Bombardier is in die markt een grote speler, dit jaar worden er 160 privévliegtuigen geleverd.

Begonnen met sneeuwscooters

Bombardier (omzet bijna 16 miljard dollar, 60.000 werknemers) moet zichzelf verkopen om te overleven. Problemen genoeg: 9,3 miljard dollar aan schulden, vorig jaar een verlies van 1,6 miljard dollar en een koersdaling van 30 procent. Het bedrijf begon in 1942 als fabrikant van sneeuwscooters. Vanaf 1970 kwamen de treinen en metro’s (Bombardier Transportation), vanaf 1986 de vliegtuigen (Bombardier Aviation). Het hoofdkantoor van de treindivisie is in Berlijn. NS kent Bombardier als leverancier van falende software voor Traxx-locomotieven op de hsl en als kandidaat voor levering van de nieuwe intercity’s die vanaf volgend jaar op het Nederlandse spoor komen – de order ging naar Alstom.

Alstom (omzet 8 miljard euro, ruim 36.000 werknemers) is op zoek naar schaalvergroting. Door te groeien wil de treinenbouwer uit Saint-Ouen, aan de noordkant van Parijs, weerstand bieden aan de concurrentie uit China. De China Railway Rolling Stock Corp. (CRRC) bouwt twee derde van de hogesnelheidstreinen wereldwijd. Met Bombardier erbij wordt Alstom nummer twee.

Montreal wordt de basis voor Noord- en Latijns-Amerika, alle banen blijven behouden. Ook de Canadese eer is een beetje gered, want pensioenfonds CDPQ wordt met een belang van 18 procent de grootste aandeelhouder van Alstom.

Slechte ervaringen

Grote vraag is nu of de voorgenomen overname de toets van mededinging zal doorstaan. Alstom heeft daar slechte ervaringen mee: begin 2019 blokkeerde de Europese Commissie een fusie van Alstom met de treindivisie van het Duitse Siemens (dat overigens in 2017 een deal met Bombardier zag mislukken) omdat hun marktaandeel te groot zou worden. Alleen met Europese kampioenen is de strijd tegen China te winnen, zeiden de voorstanders van de fusie. Het leidde tot een nog lopend debat over de vraag of het Europese mededingingsbeleid nog wel deugt.

Henri Poupart-Lafarge, topman van Alstom, benadrukt in de Financial Times het verschil tussen de beoogde fusie met Siemens en de overname van Bombardier. „Dit gaat niet over het creëren van een Europese kampioen. Dit is alleen een deal om Alstom sterker te maken.” De Franse industrie wint een slag, de Duitse industrie heeft het nakijken.

In een eerdere versie van dit artikel stond dat Bombardier de nieuwe intercity’s levert die in 2012 op het Nederlandse spoor komen. Dat is op 19 februari hersteld.