De grote thema’s van oorlog blijven altijd inspireren

Achtergrond De Tweede Wereldoorlog heeft decennialang de Nederlandse film gedomineerd. Spreekt het onderwerp 75 jaar na de Bevrijding de nieuwe generatie regisseurs nog wel aan? Zijn er nog verhalen over de bezetting niet verteld?

De Joodse zangeres Rachel (Carice van Houten) probeert als Ellis de oorlog te overleven in ‘Zwartboek’.
De Joodse zangeres Rachel (Carice van Houten) probeert als Ellis de oorlog te overleven in ‘Zwartboek’.

Regisseur Sacha Polak (37) begint met een bekentenis: zij had tot nu toe De Aanslag van Fons Rademakers niet gezien. „Je krijgt op de Filmacademie een enorme lijst met titels die je eigenlijk tot je moet nemen”, lacht ze. „Maar feit blijft natuurlijk dat de lijst met films die je niet hebt gezien altijd groter zal zijn dan de lijst met titels die je wél hebt gekeken.” De maakster van successen als Dirty God en Hemel besloot voor dit interview de ‘fout’ te herstellen. „Maar het is dus niet mogelijk om anno 2020 op een beetje normale manier De Aanslag te kijken: niet via streamingdiensten, niet via iTunes. En dan hebben we het toch over de eerste Nederlandse speelfilm in de geschiedenis die een Oscar heeft gewonnen.”

Misschien is die behoefte er ook gewoon bijna niet meer, suggereert regisseur Niels Bourgonje (39). Zelf verslond hij als jongetje alle Nederlandse (oorlogs)klassiekers. „Maar ik ben een filmnerd”, nuanceert hij meteen. „Jongeren zonder een bovengemiddelde interesse in het medium hebben geen enkele behoefte om Nederlandse films uit de jaren zeventig en tachtig te gaan zitten kijken. Soldaat van Oranje is en blijft een van mijn all time favorites. Maar een moderne tiener valt bijvoorbeeld meteen over het feit dat studenten worden gespeeld door mannen die toen al in de dertig waren; daar zou een regisseur nu niet meer mee wegkomen. In dat opzicht is het moderne publiek veeleisender geworden.”

De Libi-regisseur Shady El-Hamus (31) merkt dat zijn generatie zich veel minder verbonden voelt met films over de Tweede Wereldoorlog. „Een paar van de grootste Nederlandse filmklassiekers gaan over die oorlog”, stelt hij. „En dat is geen toeval, gezien de impact van die periode op ons land. Die verhalen en ervaringen móésten verteld worden, dat voel je aan al die films. En daarom was de kwaliteit over het algemeen ook zo hoog.” Maar de Nederlandse film moet inmiddels, driekwart eeuw later, zijn blik ook naar voren richten. „Twintigers van nu associëren de oorlog vooral met het verleden, als iets wat inmiddels wel is afgerond en verwerkt. Het is nu noodzaak om verhalen die onderbelicht zijn over de Nederlandse maatschappij van nú te vertellen.”

El-Hamus stelt met klem dat er voorlopig echt nog wel regisseurs zullen blijven die verhalen over de bezetting maken. „Maar om een jonger publiek aan te spreken moet je er meer mee doen dan anekdotisch de geschiedenis navertellen”, denkt hij. „Oorlogswinter van Martin Koolhoven was ontzettend goed omdat het geen verhaal over de oorlog was, maar over opgroeien en volwassen worden in die periode. Dat verschil in accent maakte de film heel toegankelijk, ook voor jongeren die ruim een halve eeuw na de oorlog geboren waren.”

Een ander goed (buitenlands) voorbeeld vindt hij het met prijzen overladen Eerste Wereldoorlogdrama 1917 van Sam Mendes. „Hij vertelt een verhaal dat we op zich kennen, maar doet daar visueel iets heel nieuws mee door de film in lange, onafgebroken shots te draaien. Op die manier zorg je dat het publiek toch dat relatief oude verhaal tot zich wil nemen.”

Regisseur Niels Bourgonje draait komende maand in het kader van 75 jaar Bevrijding de korte film Barrière, over een jonge Nederlandse verzetsheld (gespeeld door acteur Walt Klink) die in het najaar van 1944 acht uur zwom om informatie over te dragen tijdens de Slag om de Schelde. „Met dit verhaal proberen we juist voor jongeren inzichtelijk te maken wat de oorlog betekende voor hun leeftijdgenoten toen”, legt hij uit. „Je moest op je zeventiende al keuzes maken die over leven of dood gingen. Zeker nu we elke dag zo’n overload aan actuele informatie uit de hele wereld krijgen, moeten we niet vergeten wat voor drama’s zich nog relatief recent binnen onze eigen landsgrenzen hebben afgespeeld.”

Sacha Polak merkt ook op dat de toon van Nederlandse oorlogsfilms de afgelopen decennia is veranderd. „Films als Süskind of Zwartboek waren veel reflectiever dan bijvoorbeeld Soldaat van Oranje. We zijn veel minder zwart-wit gaan denken over de oorlog en durven te erkennen dat er niet alleen maar helden waren in Nederland. Integendeel: er waren best veel Nederlanders die heel opportunistisch handelden of doelbewust heel foute keuzes hebben gemaakt. Die wetenschap moet ook door kunstenaars worden overgedragen: om ons heden te begrijpen, maar ook omdat er steeds meer mensen zijn die de Holocaust gaan relativeren of zelfs ontkennen.”

Polak zou het heel interessant vinden als een Nederlandse filmmaker het aandurfde om een Jojo Rabbit te maken, de bizarre satire van regisseur Taika Waititi waarin Hitler het imaginaire vriendje van een verlegen nazi-jongen is. „Ik denk niet dat deze film dertig jaar geleden al gemaakt had kunnen worden. Oorlogen zullen regisseurs altijd blijven inspireren, omdat ze alle grote thema’s bevatten: goed en kwaad, leven en dood, angst en pijn, alles overhebben om je geliefden te beschermen. Natuurlijk is er altijd behoefte aan dat soort verhalen.”

Sacha Polak denkt overigens wel dat andere zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis op dit moment meer prioriteit hebben. „ Er zijn onderwerpen die veel te lang door een veel te groot deel van de bevolking zijn genegeerd. Denk aan hoe wij als Nederlanders na 1945 in Indonesië hebben huisgehouden, of aan het erkennen van de rol die ons land heeft gespeeld in het slavernijverleden.”