Opinie

De gevoelige plekjes van Google Maps

Marc Hijink

Google viert deze maand twee verjaardagen. Zowel YouTube als Google Maps zijn vijftien jaar oud. De ene app kost je tijd, de andere bespaart tijd. Beide apps zijn nog niet helemaal volwassen, maar behoorlijk onmisbaar – zeker Maps. Google ontwierp niet de eerste navigatie-app maar wel de eerste die navigatie echt persoonlijk maakte. Niet alleen voor automobilisten maar ook voor voetgangers, fietsers, scooters en reizigers in het openbaar vervoer.

Google Maps heeft een dominante positie veroverd in mobiele navigatie: meer dan driekwart van alle smartphonebezitters gebruikt de app. Google koppelde zoveel nieuwe databronnen aan de digitale kaart, dat de toepasbaarheid van Maps al snel uitsteeg boven het niveau van ‘snel van A naar B’.

Zoals Google’s zoekmachine de plek is om digitale bestemmingen te zoeken, groeide Maps tot een startpunt voor de fysieke wereld . Dat levert geld op: bedrijven adverteren voor een prominente plek op de kaart. „Een krachtige manier om klanten bij u in de buurt te vinden”, aldus Google. Plaatselijk adverteren, ooit iets voor lokale sufferdjes, is in handen van een techreus een miljardenmarkt.

Google Maps begint na vijftien jaar verdacht veel op een webbrowser te lijken: de nieuwste versie kreeg – behalve een nieuw logo waardoor ik de app continu kwijt ben – een reeks extra tabbladen op het scherm. Zo kun je favoriete locaties ‘bookmarken’, eigen bijdragen aan de kaart toevoegen en berichten uitwisselen met bedrijven. Dat is geen app meer, maar een platform.

Veel van de toegevoegde data op Google Maps komen van vrijwilligers. Zij delen hun ervaringen over de tram of treincoupé. Hoe was je reis, vraagt Google je dan. Of: was het druk? Google Maps heeft ook locatiedata nodig om opstoppingen beter in te schatten. In de woorden van concurrent TomTom: „You need traffic to beat traffic”.

Dat laatste gaat nog niet altijd goed. Vorige maand veroorzaakte een Duitse kunstenaar nog een spookfile op Google Maps door een karretje met smartphones tergend traag door de straten van Berlijn te trekken. Het gevolg: verkeer werd omgeleid voor een niet bestaande opstopping.

Het omgekeerde komt ook voor. In 2017 waarschuwde de brandweer in Californië automobilisten dat ze niet de sluiproute van Google Maps moesten volgen: die leidde langs een rustig weggetje waar geen verkeer was omdat er een bosbrand woedde.

Google’s doel is ‘de informatie van de wereld te organiseren’. In het fysieke domein, zoals bij Maps, zijn fouten en onvolkomenheden echter een stuk tastbaarder dan in de digitale. The Washington Post zette de gevoelige plekken op een rij waar Google Maps (bewust) de plank misslaat. Bij omstreden grensgebieden, zoals Kashmir, tussen Pakistan en India, past Google de grens op de kaart aan op verzoek van de lokale autoriteiten. Daarom ziet Google Maps er in het ene land anders uit dan in het andere.

Op één plek tussen Chili en Argentinië, waar de exacte grens onduidelijk is, laat Google Maps die hele grens maar achterwege. Dat is een troostrijke gedachte: er zijn momenten dat zelfs Google het ook allemaal niet meer weet.

Marc Hijink schrijft over technologie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.