Unieke Rembrandt-expositie in Madrid

Expositie In Madrid opende dinsdag de eerste expositie die gewijd is aan Rembrandt als portrettist. Diverse geportretteerden zijn door Nederlandse onderzoekers geïdentificeerd.

Rembrandt, 1632: mogelijk Thomas Brouart, thesaurier-generaal van prins Frederik Hendrik, en zijn echtgenote Johanna van Merwede van Clootwijk. Collectie The Metropolitan Museum of Art, New York

Rembrandt, 1632: mogelijk Thomas Brouart, thesaurier-generaal van prins Frederik Hendrik, en zijn echtgenote Johanna van Merwede van Clootwijk.

Collectie The Metropolitan Museum of Art, New York

Zijn tentoonstelling, zegt Norbert Middelkoop, is „het perfecte excuus voor een voorjaarstripje naar Madrid”. De conservator schilderijen, tekeningen en prenten van het Amsterdam Museum heeft als gastconservator voor het belangrijke Museo Nacional Thyssen-Bornemisza een grote expositie samengesteld over Rembrandt als portrettist. Niet alleen is het de eerste tentoonstelling ooit over dit belangrijke thema binnen het oeuvre van de Nederlandse schilder, het is ook een expositie die alleen in de Spaanse hoofdstad te zien zal zijn.

Op Rembrandt en de Amsterdamse portretkunst, 1590-1670 worden 38 door Rembrandt geschilderde en geëtste portretten getoond samen met 59 schilderijen van voorlopers en tijdgenoten als Frans Hals, Bartholomeus van der Helst, Govert Flinck en Ferdinand Bol. Die combinatie maakt duidelijk, zegt Middelkoop telefonisch vanuit Madrid, hoe de portretkunst zich in Amsterdam ontwikkelde conform de smaakverandering bij de klanten.

Op de expositie hangen elf van de geschilderde portretten die Rembrandt tussen 1631 tot 1635 maakte in het atelier van kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh. Rembrandt groeide in die jaren uit tot dé portrettist voor welgestelde en belangrijke Amsterdammers. Middelkoop: „In de tentoonstelling kun je zien dat sommige stijlkenmerken van Rembrandt niet uit de lucht kwamen vallen. Vaak legde hij bijvoorbeeld een onderbroken handeling vast, een geportretteerde die opkijkt uit een boek. In de expositie hangen portretten van kunstenaars die dat al eerder deden. Maar je kunt ook zien dat Rembrandt zo’n kunstgreep wel naar zijn hand zette.”

Wars van nieuwlichterij

In Madrid hangt ook een reeks portretten uit de jaren vijftig, toen Rembrandt gedreven door geldzorgen opnieuw portretopdrachten aannam. Die latere portretten schilderde Rembrandt zoals hij vroeger tronies – gezichtsstudies – schilderde: op een ‘ruwe manier’, met snelle, trefzekere verftoetsen. Het magistrale portret van burgemeester Jan Six, af en toe in het Rijksmuseum te zien, is daarvan het bekendste voorbeeld.

Middelkoop heeft de latere Rembrandt-portretten in Madrid gehangen naast die van Van der Helst, wiens wat lossere en gladdere stijl in de mode was geraakt en die ook werd overgenomen door de Rembrandt-leerlingen Bol en Flinck. Een fascinerende confrontatie van stijlen, zegt Middelkoop. „Rembrandt presteert het wars te blijven van nieuwlichterij en ging gewoon zijn eigen weg.”

In de zomer van 2016 raakte Middelkoop tijdens een congres in Madrid in gesprek met een conservator van Thyssen-Bornemisza. Die vertelde dat het Madrileense museum een tentoonstelling overwoog over de portretten van Rembrandt. Goed idee, reageerde Middelkoop, die in november promoveerde op de oude Amsterdamse groepsportretten. Hij begon meteen hardop na te denken welke mogelijkheden hij voor zo’n expositie zag.

Rembrandt, ongeveer 1654-1655: mogelijk specerijenhandelaar Herman Auxbrexis en zijn echtgenote Maria van Sinnick. Collectie National Gallery of Art, Washington

Nieuwe identificaties

Met zijn enthousiasme maakte de conservator indruk, want Thyssen nodigde hem snel daarna uit een expositie samen te stellen. Het museum bezit alleen een zelfportret van Rembrandt, en het Prado in Madrid heeft eveneens slechts één schilderij van de Nederlandse grootmeester in de collectie. Middelkoop heeft de afgelopen jaren dus heel wat reizen naar musea in Europa en de Verenigde Staten moeten maken om bruiklenen los te krijgen.

Dat Thyssen zelf zo’n machtige collectie schilderkunst heeft, en later weer iets terug zou kunnen doen voor de bruikleengevers, bleek een enorm pluspunt. Wat ook hielp was dat de gastconservator in sommige gevallen een extra inhoudelijk argument kon aandragen voor de bruiklenen. Van negen schilderijen in de tentoonstelling, waaronder vijf van Rembrandt en één van Frans Hals, zijn de geportretteerden geïdentificeerd.

Lees ook: De kunstdetective twijfelt niet: ‘Dit is Maria van Aelst’

Die nieuwe identificaties hielpen om bruiklenen te krijgen, zegt Middelkoop. „Je kunt daarmee verhalen over de geportretteerden vertellen.”

Dure juwelen

Twee portretstellen van echtparen en een portret van een vaandeldrager van Rembrandt werden geïdentificeerd. In de catalogus geven de verantwoordelijk kunsthistorici uitleg over hun ontdekkingen. Marieke de Winkel doet dat voor de twee beroemde late portretten in bezit van de National Gallery in Washington. Daarvoor poseerden mogelijk specerijenhandelaar Herman Auxbrebis en zijn echtgenote Maria van Sinnick.

Er was al een testament bekend van dit echtpaar waarin sprake was van Rembrandt-portretten, maar niet eerder werden die aan dit koopmansechtpaar gekoppeld. De afgebeelde man en vrouw lijken de goede leeftijd te hebben. En De Winkel komt ook met een verklaring voor de dure juwelen van de vrouw: Maria’s vader was goudsmid en juwelier.

Een derde argument voor de „mogelijke identificatie” is het bleke en spookachtige gezicht van de door Rembrandt geportretteerde vrouw. Maria van Sinnick overleed kort nadat Rembrandt het doek voltooide. De Winkel in de catalogus: „Als de vrouw op het doek Maria van Sinnick is, bevestigt dat Rembrandts reputatie als een scherp waarnemer van de menselijke conditie en heeft hij haar ziekelijke toestand succesvol weten te vangen.”

Rembrandt en de Amsterdamse portretkunst, 1590-1670 t/m 24/5 in Museo Nacional Thyssen-Bornemisza in Madrid. Inl: museothyssen.org