Alliander door energietransitie op zoek naar extra financiën

Netwerkbedrijf Alliander wil meer financiële armslag. Die kan komen uit hogere tarieven of uit vers kapitaal van de provincies en gemeenten die aandeelhouder zijn.

Een verdeelstation van netwerkbedrijf Alliander. Tot en met 2024 verwacht het bedrijf 3 miljard euro te investeren.
Een verdeelstation van netwerkbedrijf Alliander. Tot en met 2024 verwacht het bedrijf 3 miljard euro te investeren. Foto Koen van Weel

Netwerkbedrijf Alliander moet de komende jaren meer financiële armslag krijgen om alle noodzakelijke investeringen voor de energietransitie uit te kunnen voeren. Het bedrijf overweegt om aan de aandeelhouders (gemeenten en provincies) vers kapitaal te vragen. Ook zou het verlagen van het dividend meer armslag geven. Een derde mogelijkheid is dat de toezichthoudende ACM ermee instemt dat Alliander hogere tarieven gaat rekenen. Omdat het netwerkbedrijf monopolist in zijn regio is, kan het niet zelf zijn tarieven verhogen om meer rendement te halen.

„Op termijn moet er op dit vlak iets gebeuren”, zei financieel directeur Walter Bien tijdens een toelichting op de jaarcijfers van Alliander. „We zien door de hogere investeringen een flinke kapitaaluitstroom en dat wordt de komende jaren echt niet minder.”

‘A-rating is heilig’

Alliander is als netwerkbedrijf verantwoordelijk voor de gas- en stroomverbindingen tussen de energieproducenten en de afnemers. Dat zijn bedrijven en particulieren. Net als zijn branchegenoten Stedin en Enexis is het bedrijf monopolist in zijn regio. Alliander heeft zijn 5,8 miljoen aansluitingen vooral in Noord-Holland, Gelderland, Friesland en Flevoland. Juist vanwege dat monopolie staan de tarieven onder streng toezicht van ACM.

Bien zegt zich bewust te zijn van het belang van het dividend voor de aandeelhouders. In 2019 konden drie provincies en ruim zeventig gemeenten 114 miljoen euro bijschrijven. „Maar we investeren in de verduurzaming in het gebied van die provincies en gemeenten.” En die aandeelhouders zitten volgens het bedrijf ook niet te wachten op een verzoek om vers kapitaal te storten. Daarbij gaat het om honderden miljoenen. De solide kredietstatus mag door alle investeringen in elk geval niet in gevaar komen, benadrukt Bien. „Onze A-rating laten we niet in gevaar komen, die is heilig.” In 2019 behaalde Alliander een nettowinst van 253 miljoen op een omzet van 1,9 miljard euro.

Lees ook De slag om de stroom over de rol van publiek netwerkbedrijf Alliander op de stroommarkt

Verdubbeling van het netwerk

Het netwerkbedrijf investeerde vorig jaar 834 miljoen euro in het energienetwerk. Het meeste geld ging naar de verzwaring van het elektriciteitsnetwerk, dat onder meer de instroom van steeds meer zonneparken moet aankunnen. Vorig jaar zijn 48 procent meer zonnepanelen en 39 procent meer laadpalen aangesloten. Tot en met 2024 verwacht het bedrijf 3 miljard euro te investeren.

Het klimaatakkoord voorziet erin dat in 2030 70 procent van de stroom duurzaam – dus met wind, zon of biomassa – wordt opgewekt. „Dat vraagt op veel plekken om een verdubbeling van het netwerk. We gaan de komende tien jaar in feite net zoveel doen als we in de afgelopen veertig jaar hebben gedaan”, zegt bestuursvoorzitter Ingrid Thijssen. De energietransitie zorgt volgens haar „voor een totale verbouwing van de leefomgeving in Nederland”.

Als een van de eerste gemeenten heeft Amsterdam, dat in het Alliander-gebied ligt, laten zien hoe het over tien jaar zijn stroom vooral uit windmolens en zonnepanelen wil halen. Om het netwerk voldoende stabiel te maken moet Alliander de meeste van zijn huidige 26 verdeelstations in de hoofdstad aanpassen. „Vier of vijf stations zijn klaar voor 2030. Als we niets aan die stations doen, zouden ze zeker overbelast raken. En daarnaast moeten we er de komende jaren zes tot acht bijbouwen”, aldus Thijssen. De bouw van een verdeelstation, waar hoogspanning (150.000 volt) wordt teruggebracht naar middenspanning (maximaal 50.000 volt), kost 40 tot 50 miljoen euro.

400 vacatures

De financiën zijn voor Alliander niet het enige knelpunt. Op kortere termijn is de vraag naar arbeid een grotere kwestie. Op dit moment heeft het netwerkbedrijf (7.300 medewerkers) 400 vacatures voor technici. „We werven onder statushouders en proberen ook havisten te trekken die aan de slag willen. Een derde van onze monteurs is in opleiding”, zegt Thijssen.

In de uitvoering van de plannen zijn ruimte en de langdurige procedures voor vergunningen andere knelpunten. „We zijn bijvoorbeeld al sinds 2014 bezig met plannen voor een verdeelstation in Haarlemmermeer en we hebben nog steeds geen locatie. En als je de ruimte hebt gevonden moet je vier tot soms wel tien jaar uittrekken voor alle vergunningen binnen zijn”, zegt Thijssen.

Zij zou de komende jaren graag zien dat de overheid een strakke regie gaat voeren. „Met het sluiten van een klimaatakkoord lag de focus op wat er allemaal in 2030 moet gebeuren. Nu is het alle hens aan dek hoe we dat de komende jaren gaan uitvoeren. Daarvoor is nationale coördinatie nodig. Iemand moet bepalen wie als eerste aan de beurt is: het zonnepark of de nieuwbouwwijk.”