Recensie

Recensie Muziek

Wynton Marsalis is perfecte gastheer in avontuurlijk gebracht jazzmuseum

Jazz Als directeur van Jazz at Lincoln Center houdt trompettist Wynton Marsalis de traditionele jazz levend. In het Concertgebouw speelden zij uiteenlopend bigband-repertoire en klassiekers in nieuwe jasjes.

Wynton Marsalis in het Concertgebouw.
Wynton Marsalis in het Concertgebouw. Foto Ronald Knapp

Begin jaren negentig stelde de Amerikaanse jazztrompettist Wynton Marsalis dat „de toekomst van de jazz in het verleden ligt”. Het was een opmerking die jonge vakbroeders, destijds juist gretig op jacht naar nieuwe jazzvormen, stak. Maar de tweede telg van de vier Marsalis-jazzbroers is er altijd bloedserieus over gebleven, niks moderne, experimentele jazz. Zeker in zijn rol van artistiek directeur van Jazz at Lincoln Center in New York: de Amerikaanse traditionele jazz moet levend worden gehouden.

In het Concertgebouw maakt de jazztrompettist met zijn vijftienkoppige Lincoln Center Orchestra – veertien mannen, een vrouw – grote sprongen terug in de tijd. Uiteenlopend bigband-repertoire van de giganten uit de jazzgeschiedenis, klassiekers in nieuwe jasjes. Met Marsalis (58) als perfecte gastheer („Eervol hier te spelen. Daar denken we niet licht over”) en jazzconservator die bij elk nummer exacte data en bijzonderheden paraat had, nam het als vanouds het jazzmuseum in, het historische swingvaandel hoog houdend.

Wynton Marsalis met Jazz at Lincoln Center Orchestra in het Concertgebouw. Foto Ronald Knapp

Werk van „het hoogste niveau” van componist Duke Ellington lag voor de hand natuurlijk. Al was ‘Sugar Hill Penthouse’ (1943) een wat obscuurdere keuze. En zo was er meer in de selectie dat verraste. Bekende standards met routineus spel liggen immers op de loer.

Dienend ensemblewerk

Van Bill Evans’ zwierige ‘Very Early’ met lastige akkoordprogressies, goede trompetsolo en sierlijk dwarsfluit, ging het naar uiterst vroeg werk van Jelly Roll Morton, het rijk gearrangeerde ‘The Crave’. Er waren twee stukken van de inmiddels 86-jarige Wayne Shorter met wie de bigband onlangs een album uitbracht. ‘Yes or No’ en vooral het gevoelvolle ‘Contemplation’ sprong eruit, mooi solo gedragen door tenorsaxofonist/zangeres Camille Thurman.

Zittend in de trompetsectie op de achterste rij bleven Marsalis’ eigen muzikale bijdrages beperkt tot dienend ensemblewerk en slechts enkele solo’s. Al waren die, bijvoorbeeld in de pakkende opening met Miles Davis’ ‘Milestones’ (1958), meteen wel vinnig, crisp en uitdrukkelijk. Hij gaf zijn orkest de ruimte. Bandleden pakten hun solo vooraan bij de microfoon, hij bleef zitten.

De geliefde trompettist Lee Morgan werd geëerd met een elegante versie – klarinetten, dwarsfluiten en cornet – van ‘Ceora’. Maar het was vooral trompettist Dizzy Gillespie over wie Marsalis niet uitgepraat raakte. Deze jazzlegende stond aan de basis van zijn bigbandavontuur – hij werkt en toert alweer dertig jaar met het Lincoln Jazz Orchestra. Net voor de pauze bracht Gillespies ‘Jump-Did-Le-Bah’ levendigheid door scats van trombonist Chris Crenshaw, trombonist Vincent Gardner en ook weer Thurman, die elkaar om het snelst probeerden af te troeven.

‘Buddy Boldens Blues’ refereerde aan Marsalis’ jeugd in New Orleans – de trompettist kwam naar voren voor een lekker losjes slepende jam. Het hondsmoeilijke (want snel!) Gillespies ‘Things to Come’ was een effectief, synchroon besluit van een orkest dat de jazz deze avond avontuurlijker doorgaf dan verwacht. „Je hoort traditie, maar óók wat we nu denken”, concludeerde Marsalis alvast voor ons.