Opinie

Worden werknemers bij crisis ondernemers?

Menno Tamminga

Ze waren klaar voor Brexit, ze ‘kregen’ Covid-19. Ondernemers, politici en economen moeten aan de bak. Wat is de economische schade van het coronavirus in Wuhan, China? Op een Brexit konden bedrijven, consumenten en ambtenaren zich voorbereiden, zo goed en zo kwaad als dat ging. Best belangrijk, zo’n Brexit-monster. Maar Covid-19 dwingt tot acuut crisismanagement.

De vragen op langere termijn zijn legio. Vervangers zoeken voor halffabrikaten die uit China komen? Is dit een kantelpunt voor economische mondialisering op een moment dat er toch al een tech-tweestrijd tussen China en de Verenigde Staten gaande is en Europa aarzelt? Welke rol mag de Chinese fabrikant Huawei spelen in de aanleg van de supersnelle nieuwe 5G-technologie in Europa? Mag ASML in Veldhoven een hypermoderne chipmachine uitvoeren naar China?

Lees ook deze analyse: Covid-19 bedreigt de internationale productie

Vragen genoeg. De antwoorden worden werkende weg geformuleerd. Vraag één: hoe groot is de klap voor de Nederlandse economie die met handel en investeringen is verweven met de mondialisering? Over enkele weken weten we meer.

Dit moment biedt een uitgelezen kans voor een gedachte-experiment in het geval de economische schok serieus is. Dat experiment volgt een van de adviezen die een commissie van experts vorige maand gaf voor radicaal nieuwe regels op de arbeidsmarkt. De voorzitter was oud-topambtenaar (Sociale Zaken) Hans Borstlap.

Eén van haar aanbevelingen is een grotere manoeuvreerruimte voor ondernemers om, kort gezegd, de tering naar de nering te zetten bij zware economische tegenslag. De kredietcrisis van 2008 was er zo een. Laten we, het is een gedáchte-experiment, Covid-19 in die hoogste categorie zetten: een krimp van 4 à 5 procent van de economie.

De commissie-Borstlap wil werkgevers onder zulke omstandigheden een vergelijkbare flexibiliteit geven als werknemers. Als de vraag naar producten of diensten terugvalt, krijgt de werkgever de mogelijkheid de „arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen”.

De commissie verbindt daar wel voorwaarden aan. Het mag maar „eens per jaar of twee jaar”. Er moeten heldere criteria zijn. Bij de uitwerking kán ook de ondernemingsraad worden betrokken.

De wijziging van de arbeidsvoorwaarden leidt tot deeltijdontslag. En dus tot teruggang in salaris. Ook daar zoekt de commissie verzachtende omstandigheden. Het kan trapsgewijs gebeuren, zodat werknemers wennen aan de nieuwe situatie en elders extra uren kunnen proberen te werken.

Die laatste gedachte klinkt nogal naïef bij economische terugval, zoals de kredietcrisis van 2008 die tot massawerkloosheid leidde.

De commissie vindt haar vorm van deeltijdontslag beter dan deeltijdontslag via de WW. Want in die tweede oplossing, die tijdens de crisis van 2008 is toegepast, worden ondernemersrisico’s afgewenteld op het collectief van premiebetalers. Maar in het voorstel van de commissie komen die risico’s voor rekening van de werknemers. Zij worden feitelijk mede-ondernemer in crisistijd. Met de lasten, maar niet de lusten.

Als deze oplossing houdbaar wil zijn, zal aan zeker twee extra voorwaarden moeten worden voldaan die de commissie-Borstlap in dit kader niet noemt. Dat zijn een royale winstdeling in goede tijden en een verbod of limitering van uitkeringen aan beleggers in slechte tijden. Anders wordt de werknemer met het ondernemersrisico opgezadeld, maar gaan de beleggers er met het geijkte dividend vandoor.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.