Reportage

Op de universiteiten in Enschede en Eindhoven is het Engels al normaal

Taal op de campus Sinds 1 januari is Engels de bestuurstaal op de universiteiten van Twente en Eindhoven. Naast kritiek is er waardering: „Hartstikke handig.”

Het is bijna carnaval op de campus van de Technische Universiteit Eindhoven. Een spandoek vol slingers en bierpullen kondigt de festiviteiten aan: ‘Pullûhrijk’. Daaronder: ‘For more information check Facebook’.

Op de campus, vlak bij het centrum van Eindhoven, is de officiële voertaal sinds 1 januari Engels. Voor de meeste studenten is dat geen enkel punt. Neem student industrial design Arjo Nagelhout. Hij discussieert schijnbaar moeiteloos in het Engels met vijf andere eerstejaars over een groepsopdracht. „Er zit een international in ons groepje. Zij spreekt geen Nederlands. Dan praten wij dus Engels.” Het enige wat hij lastig vindt, is grappen maken in het Engels. „Humor is intuïtief. Als je dat probeert te vertalen, wordt het formeel en is de grap eraf.”

Studiegenoot Eefje Kil noemt de invoering van Engels als voertaal „gewoon hartstikke handig”. Want: „Engels is in ons vakgebied de voertaal, het zou gek zijn om de studie in het Nederlands te doen.”

150 kilometer verderop, in Enschede, op de uitgestrekte en groene campus van de Universiteit Twente, is van carnaval geen sprake. Toch staan op een doordeweekse dag overal groepjes studenten te borrelen. Hidde Zijlstra, derdejaars student bedrijfskunde en actief in de universiteitspolitiek roemt het Enschedese verenigingsleven. Dat gaat ook ‘verengelsen’, zegt hij. „Onze verenigingen hebben besloten hun leden steevast ook in het Engels aan te spreken, ook per mail. Zodat alle studenten zich welkom voelen.”

In de bestuurskamers van de verenigingen gaan alle foto’s en posters voortaan keurig vergezeld van Engelse teksten. ‘For the ambitious student’, staat op de site van Zijlstra’s eigen studentenpartij.

Overal klinkt Engels

Wie rondloopt op een willekeurige Nederlandse universiteit, kan er niet omheen: overal klinkt Engels. Zo gek is dat niet: van de ongeveer 300.000 studenten die staan ingeschreven aan Nederlandse universiteiten komen er inmiddels ruim 60.000 uit het buitenland. Bijna een verdubbeling ten opzichte van vijf jaar geleden. Ook de internationalisering van het wetenschappelijk personeel raakte de afgelopen jaren in een stroomversnelling: een op de vijf hoogleraren en de helft van de promovendi komt inmiddels van buiten Nederland. Dat twee universiteiten, die van Eindhoven en Twente, dit jaar formeel overgingen op Engels als bestuurstaal, lijkt een logisch gevolg.

Toch leidde dit tot de nodige commotie. Er kwamen Kamervragen en in december werd het wetsvoorstel Taal en toegankelijkheid aangenomen door de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel moet ‘onnodige verengelsing’ tegengaan. Universiteiten moeten onder andere beter beargumenteren waarom Engels voor specifieke studies een vereiste is. Het voorstel ligt inmiddels bij de Eerste Kamer.

Lees ook: Minister Van Engelshoven: ‘Psychologie moet ook in het Nederlands kunnen

De kritiek op de ‘verengelsing’ komt vooral van buiten, zegt rector Frank Baaijens van de Technische Universiteit Eindhoven. „Studenten hebben geen moeite met het Engels, merken wij. Sommige docenten worstelen er wel mee. Daar zitten we bovenop met cursussen.”

Zijn evenknie in Enschede, bestuursvoorzitter Victor van der Chijs, wijst op de studentbeoordelingen die over de hele linie zijn gestegen sinds zijn Universiteit Twente vijf jaar geleden besloot om in te zetten op internationalisering. De instelling wordt al een aantal jaar verkozen tot beste technische universiteit van Nederland. „We trekken bovendien niet alleen meer buitenlandse studenten, maar ook meer Nederlandse. Ze blijven dus niet weg, vanwege de verengelsing, zoals critici soms vrezen.”

Het is volgens Van der Chijs een voorbeeld van het soort argumenten dat tegenstanders voortdurend bezigen: „Mogelijke problemen die zich zouden kunnen voordoen.”

Onderwijstaal

De discussie over de onderwijstaal wordt volgens hem bovendien voortdurend verward met die over de bestuurstaal. De gedragscode die 1 januari in werking trad ging puur over dat laatste. „Het is toch niet meer dan logisch dat als mensen hier komen werken en studeren, we ze ook de gelegenheid geven mee te praten over de koers van de universiteit?”

Twee van de achttien leden van de universiteitsraad in Enschede stemden tegen de invoering van de gedragscode. Statistiekdocent Dick Meijer is een van de meest uitgesproken dissidenten: „Het ging mis toen vijf jaar geleden behalve de master-studies ook de bacheloropleidingen in het Engels werden aangeboden”, zegt hij. „Een enkele opleiding wist dat te verhinderen, maar het merendeel ging over op Engels. Dan zijn studenten nog maar achttien jaar, hun ontwikkeling is ook qua taal nog in volle gang.” In zijn colleges merkt hij dat de kennisoverdracht tekortschiet. „Juist in de statistiek komt het aan op precies formuleren. Het Nederlands heeft daar een rijk vocabulaire voor. Ik merk dat ik het mis als ik dat niet mag gebruiken, ook al red ik me best in het Engels.”

‘De rot begint aan de top’

Volgens Meijer is hij lang niet de enige bezorgde docent, maar bestaat er in Enschede een cultuur waarin mensen zich niet snel uitspreken. Dat is ook de ervaring van Ad Verbrugge, voorzitter van Beter Onderwijs Nederland, die geregeld klachten zegt te ontvangen van bezorgde docenten. Volgens hem staat niet minder dan de toekomst van het Nederlands als taal op het spel. „Het blijft toch bijzonder vreemd dat een op de vier scholieren praktisch ongeletterd de basisschool verlaat en er een groot tekort aan docenten is, terwijl onze hoogste onderwijsvorm het Nederlands verwaarloost? De rot begint aan de top.”

Dat studenten aan technische universiteiten vooral de voordelen van verengelsing zien, verbaast Verbrugge niet. „Het is voor hun de realiteit, ze weten niet beter.”

Volgens Van der Chijs heeft zijn universiteit primair als taak studenten op te leiden voor de Nederlandse kenniseconomie. En die kenniseconomie schreeuwt om nieuw personeel. „Waar ze ook vandaan komen.”

Verbrugge ziet de taak van een universiteit breder: het gaat óók om de vorming van een elite die de Nederlandse taal en cultuur in stand houdt. „Enschede en Eindhoven willen terug naar de Middeleeuwen, toen er een lingua franca was. Terwijl de wetenschap pas tot bloei kwam in de moderniteit, toen er een verbinding werd gelegd tussen wetenschappers en de volkstaal. Juist in de toepassing van technologie is communicatie, bijvoorbeeld met gebruikers, essentieel.”

Praat Nederlands tegen mij

Ook in Eindhoven discussieerde de universiteitsraad over de invoering van Engels als officiële voertaal. Raadslid en secretaresse bij een onderzoeksgroep Ellen Konijnenberg: „De voorstanders zeiden: Engels is de taal van de wetenschap, de tegenstanders riepen: ‘Ja hallo, we zijn wél een Nederlandse universiteit’.”

Inmiddels zijn de gemoederen bedaard, constateert Konijnenberg. De voordelen zijn dan ook evident, vindt ze. „Het gebruik van een taal die voor veel mensen niet hun native language is, vergroot de gelijkwaardigheid en inclusiviteit.”

Het gerucht ging in Eindhoven dat zelfs de hoveniers onderling Engels zouden moeten praten. Rector Baaijens barst in lachen uit: „Dat is écht onzin!” De enige regel in Eindhoven is: Engels als het moet, Nederlands als het kan. Baaijens: „We willen er vooral niet rigide mee omgaan. Als ik met vier Nederlandse studenten om tafel zit, praat ik Nederlands. Maar schuift er een niet-Nederlandstalige student aan, dan schakelen we over op het Engels.”

Van de 12.000 studenten in Eindhoven komt ongeveer 15 procent uit het buitenland, vooral uit India en China. Wie afstudeert in Eindhoven, heeft een grote kans om aan het werk te gaan bij een van de internationale hightech bedrijven rondom Eindhoven. De TU Eindhoven is hofleverancier voor de Brabantse ‘brainport’: van de in Nederland opgeleide ingenieurs die na hun afstuderen starten bij bedrijven in de regio zoals ASML, NXP en Philips, komt 81 procent van de TU in Eindhoven. „Die bedrijven hebben hoogopgeleide ingenieurs nodig die zich kunnen redden in deze internationale omgeving”, zegt rector Baaijens. „Dat willen wij onze studenten meegeven.”

10.000 euro per jaar

In de bestuurskamers van de studentenverenigingen wordt nog vooral Nederlands gesproken. In Twente zijn, ondanks de inspanningen van de verenigingsbesturen nog vrijwel louter Nederlandse studenten actief.

Student Zijlstra: „Dat komt ook omdat het voor buitenlandse studenten minder gebruikelijk is om een jaar vertraging op te lopen. Die is voor hen extra prijzig: boven op het collegegeld betalen ze vaak nog eens 10.000 euro per jaar.”

„De interesse van internationale studenten voor het verenigingsleven is niet zo groot”, zegt ook Gideon Franken, praeses van studentenvereniging SSRE in Eindhoven. Een vicieuze cirkel, denkt hij: „Als er nul internationals lid zijn, is de drempel hoog.”

Er zijn uitzonderingen: eerstejaars bouwkunde Emma Muellejans – „half Duits, half Italiaans” – werd aan het begin van dit collegejaar direct lid van de SSRE „als eerste en enige internationale student”. Ze kan zich al aardig redden in het Nederlands. Haar geheim: „Ik wil dat mensen Nederlands tegen mij praten, ook op de vereniging.”

„We switchen continu tussen Nederlands en Engels”, zegt haar vriendin Meike Visser, eerstejaars technische bedrijfskunde. „Geen probleem: dat doet iedereen hier. Ik zag aan het begin van het jaar nog wel eens mensen met Google Translate in de weer, maar ook die hebben de taal nu wel opgepikt.”

Krakkemikkige uitspraak

Als enige nadeel van het Engels noemen ze de soms wat „krakkemikkige uitspraak” van sommige docenten. Meike: „Die accenten zijn irritant!” Emma: „Het leidt enorm af van de inhoud.”

Maar ook met het Nederlands gaat niet altijd goed. Onlangs bleek uit onderzoek van PISA dat een flink deel van de Nederlandse scholieren die taal amper machtig is. Moet je die dan in het Engels laten studeren? Rector Baaijens: „Ik begrijp de zorg. Maar ik ga ervan uit dat studenten die van het vwo komen het Nederlands goed genoeg beheersen.”

Bestuursvoorzitter Van der Chijs in Enschede: „Misschien is deze discussie over een paar jaar niet meer relevant. Ik was laatst in China en daar vertaalde een machine simultaan mijn Nederlandse bijdragen naar het Mandarijn.”

Ook student Hidde Zijlstra denkt dat men in 2050 lachend op de discussies van nu terugblikt. „Als ant fuckery zeg maar. Of hoe zeg je mierenneukerij in het Engels?”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.