Niemand ziet het nut in van operatie-ProRail

Deprivatisering Het kabinet vormt spoorbeheerder ProRail om van zelfstandig bedrijf naar overheidsdienst. De ingreep leidt tot verzet en vragen.

Amsterdam Centraal, ten tijde van de aanleg van twee voetgangerstunnels onder het station.
Amsterdam Centraal, ten tijde van de aanleg van twee voetgangerstunnels onder het station. Foto Jerry Lampen / ANP

Spoorbeheerder ProRail moet worden getransformeerd van een besloten vennootschap tot een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) met rechtspersoonlijkheid. Dat staat in een wetsvoorstel dat minister Stientje van Veldhoven (Milieu en Wonen, D66) maandag naar de Tweede Kamer stuurde.

De wet werd bijna vier jaar geleden al aangekondigd door het vorige kabinet. De ingrijpende wijziging van het spoorstelsel, met grote financiële, fiscale en juridische gevolgen, is omstreden. Reizigersorganisaties vrezen duurderer treinkaartjes, goederenvervoerders en verladers zijn bang voor hogere kosten.

1 Waarom wil het kabinet dat ProRail dichter bij de overheid komt?

Bij een publieke taak die met publiek geld wordt gefinancierd, hoort publieke verantwoording, zegt het kabinet. Zo motiveerde toenmalig staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) in een Kamerbrief van juli 2019 de „principiële keuze” die in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III is vastgelegd. „Ik heb met de omvorming ook het doel de aansturing van ProRail te vereenvoudigen en de efficiëntie te verbeteren.”

Het kabinet erkent dat ProRail, dat jaarlijks 2 miljard euro uitgeeft aan onderhoud, beheer en aanleg van spoor, nu goed functioneert. De operatie is primair bedoeld om het toezicht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op ProRail te versterken.

De ingreep is niet los te zien van gebeurtenissen rond ProRail in het najaar van 2015. Toenmalig staatssecretaris Wilma Mansveld (PvdA) botste met de Tweede Kamer – onder meer met Van Veldhoven, die toen nog Kamerlid was – omdat zij volgens de Kamer te weinig greep had op de spoorbeheerder. Het was een financiële chaos bij ProRail, maar Mansveld kon de Kamer daar niet goed over informeren. Dat kwam onder meer omdat haar partijgenoot Hans Alders, president-commissaris van ProRail, weigerde om cruciale stukken te overleggen. Hij vond dat iets tussen directie en commissarissen.

Een maand na deze aanvaring trad Mansveld af, naar aanleiding van een rapport over de Fyra, de mislukte hogesnelheidstrein. Haar opvolger Sharon Dijksma (PvdA) besloot de zelfstandige positie van ProRail te beëindigen. Ze wilde aanspreekbaar zijn op de prestaties van ProRail, zonder zich te verschuilen achter een raad van commissarissen. „Als ik erover ga, dan ga ik er ook over”, zei ze in de Kamer. Het kabinet-Rutte III nam Dijksma’s voornemen over. In de Tweede Kamer is het inmiddels een ‘politiek weeskindje’, waar geen fractie zich verantwoordelijk voor voelt.

2 Wat vindt de spoorsector van de omvorming van ProRail?

Met opvallende eensgezindheid hebben alle partijen in de spoorsector, van reizigersorganisaties tot goederenvervoerders, zich vanaf het begin tegen het plan gekeerd. Hun bezwaar is dat er geen reden is voor de ingreep. Het is onduidelijk welk probleem wordt opgelost. Onder leiding van bestuursvoorzitter Pier Eringa – inmiddels overgestapt naar vervoerbedrijf Transdev omdat hij de omvorming niet wilde meemaken – herstelde ProRail de laatste jaren van een slechte periode.

In diverse protestbrieven aan het kabinet en in een hoorzitting in de Tweede Kamer heeft de spoorsector, inclusief vakbond FNV en werkgeversvereniging VNO-NCW, geprobeerd de omvorming tegen te houden. Het inlijven van ProRail door het ministerie maakt het spoorvervoer duurder, is slecht voor de reizigers en gaat ten koste van punctualiteit en dienstverlening, vrezen de spoorpartijen. Binnen ProRail (4.300 werknemers) was onrust over arbeidsvoorwaarden en de pensioenregeling. In een brief die Van Veldhoven maandag aan de Kamer stuurde, garandeert ze dat de omvorming geen financiële gevolgen zal hebben voor reizigers, goederenvervoer en investeringen in het spoor.

3 Wat vindt de Raad van State van het wetsvoorstel?

Een overbodige oplossing voor een niet bestaand probleem. Dat is, vrij samengevat, de kritiek van de Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, over het wetsvoorstel. Als de minister de greep op ProRail wil vergroten, is een structuurwijziging niet nodig. „De bestaande kaders bieden de mogelijkheid tot maatwerk ten aanzien van sturing en verantwoording. […] Het wetsvoorstel lost geen knelpunten op.”

Overtuigende motivering voor de operatie ontbreekt, stelt de Raad. De beoogde opbrengst is onduidelijk. En dat terwijl het wel „kosten, inspanningen en risico’s met zich meebrengt”. De Raad wijst erop dat ProRail nu naar behoren functioneert, zowel wat punctualiteit als betrouwbaarheid betreft, en dat het Nederlandse spoor tot de veiligste sporen in Europa behoort.

Dat kan door de transformatie onder druk komen te staan vanwege de financiële en juridische risico’s „die negatieve gevolgen kunnen hebben voor het draagvlak voor het beleid voor de spoorsector, de onderlinge verhoudingen en de noodzakelijke nauwe samenwerking. De risico’s kunnen uiteindelijk afbreuk doen aan de prestaties van de spoorsector.”

In de conclusie adviseert de Raad om het wetsvoorstel te heroverwegen en niet bij de Tweede Kamer in te dienen, „tenzij het is aangepast”. In reactie op het advies erkent Van Veldhoven dat er weinig aandacht is besteed aan het waarom van de operatie. Het advies van de Raad heeft echter nauwelijks geleid tot aanpassing, behalve meer uitleg in de memorie van toelichting.

In een eerdere versie van dit artikel werd VNO-NCW een werknemersvereniging genoemd. Dat is op 18 februari aangepast.