Opinie

Een algoritme kent ons nooit echt

Marjoleine de Vos

Zou het nu echt waar zijn wat Yuval Noah Harari zegt, dat het ‘straks’ of ‘binnenkort’ niet meer nodig is om voor een sollicitatie een brief te schrijven of een gesprek te voeren, dat kunstmatige intelligentie met behulp van algoritmes uitzoekt wie de geschikte man of vrouw is voor de baan? Op grond van het gedrag op sociale media, de tijdlijn op Facebook, surfgedrag, schooldiploma’s en cv zou de sollicitatieprocedure ‘veel efficiënter’ verlopen.

Lees ook: Locomotief Harari overweldigt Van Dis en zijn kijkers

Ik kan het nauwelijks geloven. Ik wil het ook helemaal niet geloven. Niemand weet precies wat gedrag op sociale media betekent of wat het zegt over offline gedrag. Iemand die geen behoefte heeft om sociale media bij te houden kan toch een rijk sociaal en intellectueel leven hebben, of thuis de vakliteratuur goed bijhouden. En hoezo zou je een toekomstige medewerker niet meer hoeven zien?

Nog los daarvan: wie heeft dan van tevoren precies vastgesteld wat en hoe iemand moet zijn om geschikt te zijn voor het werk? Zonder die gegevens kunnen algoritmes ook niets. Mensen hebben vaak onverwachte kwaliteiten die ze nu juist tot een aanwinst maken, maar het onverwachte gooit nooit hoge ogen in zo’n met vaste verwachtingen volgepropt algoritme.

Dat kunstmatige intelligentie je beter zou kennen dan je jezelf kent, beter dan wie of wat dan ook – ach. Er is nogal een verschil tussen dingen over iemand weten en iemand ‘kennen’. Straks, als de metingen ook ons lichaam nog binnendringen, is ook bekend hoe je hartslag is, je bewegingsfrequentie en nog zo het een en ander. Er kan gemeten worden waar je naar kijkt en daar wordt dan weer uit afgeleid – wat? Dat je het aantrekkelijk, gruwelijk, raar, mooi, lelijk vindt? „We zullen geen mysterieuze zielen meer zijn”, zei Harari onlangs tegen Adriaan van Dis, „maar te hacken computers”.

Als mensen steeds meer over zichzelf gaan praten in computermetaforen, en dat gebeurt al heel lang in toenemende mate, dan gaan ze misschien ook nog geloven dat ze een soort – onvolmaakte – computers zijn. Maar we zijn geen computers. We zijn mensen.

Harari wees zelf juist nadrukkelijk op het grote verschil tussen intelligentie en gevoel. Kunstmatige intelligentie voelt niet, nooit. Wij mensen doen niet anders. Dat kun je onze zwakheid noemen, maar waarom zou je: het is zoals we leven. Al onze keuzes zijn gebaseerd op gevoelens. Denk maar aan iets schijnbaar rationeels als het kopen van een huis. Je voert zoveel mogelijk wensen in op Funda, je kijkt naar foto’s, bestudeert plattegrond, streetview en satellietkaarten tot je bijna zeker weet: dit is hét huis. Kunnen ze zo voor me inpakken. En dan ga je kijken en dan merk je dat de lichtval, het huis aan de overkant en ‘hoor jij dat ook?’ – en dat je dat huis helemaal niet wilt bewonen.

Dat had geen AI voor je kunnen beslissen.

Natuurlijk zijn er dingen die een robot veel beter kan. Maar iemand kennen hoort daar nu juist niet bij, tenzij je ‘iemand kennen’ hetzelfde vindt als weten hoe vaak zo iemand naar nieuwe bureaustoelen kijkt op internet en welke filmpjes ze retweet. Mensen zoeken op internet de raarste dingen op – hoe zou AI wegen wat het belangrijkste voor ze is? Het leven offline met zijn beschuit met hagelslag en gewroet in de tuin, met zijn boeken en gesprekken en de hond om te aaien, valt geheel buiten het doorgrondingssysteem.

Er moet zeker wel gewaarschuwd worden tegen de alomtegenwoordige spionage, tegen de koopdwang en de manipulatie, maar vooral tegen het geloof in wat AI kan. Ons niet kennen. Niet voelen. Geen mens zijn.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.