Canadese boeren bezweren: ons vlees is net zo veilig

Handelsverdrag CETA De Nederlandse zorgen over handelsverdrag CETA zijn volgens Canadese boeren nergens op gebaseerd. „Het is hier beter geregeld.”

Betere toegang voor de producten van veeboeren tot de Europese markt was een Canadese prioriteit bij de onderhandelingen over CETA.
Betere toegang voor de producten van veeboeren tot de Europese markt was een Canadese prioriteit bij de onderhandelingen over CETA. Foto Cole Burston/Getty

Veehouder Bob Lowe overziet zijn vleeskoeien in het zuiden van de Canadese provincie Alberta: zijn bedrijf Bear Trap Feeders houdt een kudde van ongeveer 5.000 runderen. Al sinds de jaren tachtig produceert de rancher uit het prairiegebied rundvlees, met uitzicht op de glooiende uitlopers van de Canadese Rocky Mountains. „We zijn ze aan het vetmesten”, vertelt hij aan de telefoon, „en ze zijn tevreden.”

Rundvlees van het bedrijf is bestemd voor de Canadese markt en wordt ook geëxporteerd, naar onder meer de VS, Japan en China. Lowe is blij dat daarnaast de Europese markt verder wordt geopend voor Canadees vlees, wegens het vrijhandelsverdrag CETA tussen Canada en de Europese Unie. Dat is in 2017 grotendeels in werking getreden, maar moet nog door alle betrokken landen geratificeerd worden. In Nederland stemt de Tweede Kamer er deze dinsdag over.

Lees ook dit verslag van het Kamerdebat over het handelsverdrag: Links en rechts hand in hand tégen CETA

Lowe is echter nog niet tevreden over de toegang die CETA heeft opgeleverd voor Canadese ranchers. „Europa verscheept meer rundvlees naar Canada dan wij naar Europa”, zegt Lowe, die ook vicevoorzitter is van de Canadian Cattlemen’s Association. „De vraag is er, we moeten alleen uitzoeken hoe we meer vlees op de markt krijgen.”

Betere toegang voor rund- en varkensvlees tot de Europese markt was een Canadese prioriteit bij de onderhandelingen over CETA. Canada bedong hogere quota voor beide producten: de hoeveelheid rundvlees die Canadese producenten vrij van importheffingen kunnen exporteren naar de EU stijgt geleidelijk van 20.000 ton in 2018 naar 50.000 ton in 2024. Voor varkensvlees loopt het quotum in die periode op van ruim 30.000 ton tot bijna 80.000 ton. In ruil daarvoor krijgen Europese kaasproducenten meer toegang tot de beschermde Canadese zuivelmarkt.

In de praktijk blijft levering van Canadees vlees aan de EU achter. De export van rundvlees vanuit Canada naar de EU, voornamelijk duurder vlees als biefstuk, bedroeg vorig jaar 28 miljoen Canadese dollar (ongeveer 19,5 miljoen euro), een groei van 79 procent ten opzichte van een jaar eerder. Andersom is de export vanuit de EU naar Canada, die grotendeels bestaat uit goedkoper vlees als gehakt, veel sterker gegroeid, met 185 procent tot 45 miljoen dollar. Daarbinnen is de Nederlandse export van rundvlees naar Canada gestegen tot 4 miljoen Canadese dollar, een toename van 225 procent, terwijl Canada voor 5,6 miljoen dollar aan rundvlees leverde aan Nederland, een krimp van 21 procent.

Gebrek aan inspecteurs

Die scheefgroei heeft voor een belangrijk deel te maken met obstakels die ondanks CETA blijven bestaan. Zo moeten Canadese producenten afzien van het gebruik van groeihormonen om te mogen exporteren naar Europa, alleen is er een gebrek aan inspecteurs die vergunningen kunnen verlenen en controleren dat runderen hormoonvrij zijn. Het Canadese agentschap voor voedselinspectie, het CFIA, leidt tientallen extra inspecteurs op, zodat meer producenten aan Europa kunnen leveren.

Daarnaast wordt gesteggeld over voedselhygiëne. Canadese vleesverwerkers gebruiken zuren voor de reiniging van karkassen die de EU niet toestaat. Canadezen willen hun reinigingsprocedures, die zij beschouwen als kwalitatief hoogstaand, niet veranderen. „Er wordt gewerkt aan het gladstrijken van die details”, zegt Lowe.

Minder geduld hebben Canadese boeren voor aantijgingen dat hun producten of werkwijzen onderdoen voor die in de EU. Tegenstanders van het CETA-verdrag proberen ratificatie door het Nederlandse parlement te voorkomen door te wijzen op zwakkere regelgeving in Canada. Bijvoorbeeld op het gebied van dierenwelzijn met betrekking tot de ruimte die dieren moeten krijgen in kooien, of de duur en omstandigheden van vervoer en slachtprocedures.

Boeren hier zijn net als boeren in Europa. We zouden niet in deze sector zitten als we niet om dieren zouden geven

Bob Lowe veehouder

Dergelijke argumenten komen neer op „stemmingmakerij”, zegt Dennis Laycraft, die namens de Cattlemen’s Association betrokken is bij de onderhandelingen met de EU. Canada volgt aanbevelingen van de internationale organisatie voor dierenwelzijn OIE, zegt hij. In vergelijking met procedures in andere landen „komen onze procedures als een van de sterkste uit de bus”, aldus Laycraft. Uit evaluaties van transport van vee zou blijken dat 99 procent van de dieren in goede of zeer goede toestand aankomt, zegt hij. Ook is snelle, humane slacht de norm. „We hebben groot vertrouwen in onze praktijken.”

Maar volgens critici hanteert Canada een gedragscode voor omgang met dieren die zwak is en niet genoeg tanden heeft. Actiegroepen als Meat the Victims leggen misstanden bloot bij veehouderijen waar dieren volgens hen slecht worden behandeld. Vorig voorjaar gebeurde dat bij een varkenshouderij in British Columbia, waar beelden werden gemaakt van varkens in mistroostige omstandigheden.

Volgens Lowe is mishandeling van boerderijdieren echter zeldzaam, en wordt het wel degelijk aangepakt. „Als iemand zijn dieren laat verhongeren, wordt hij opgespoord en aangeklaagd”, zegt hij. Bovendien: „Boeren hier zijn net als boeren in Europa. We zouden niet in deze sector zitten als we niet om dieren zouden geven.”

Lees ook dit interview met Sigrid Kaag, minister voor Buitenlandse Handel, over CETA: ‘Als je achter de dijken stoer doet, blijf je daar hangen’

‘Nonchalant’ over de regels

Ook Jaco Poot, een varkenshouder in Alberta die in de jaren negentig naar Canada emigreerde vanuit Nederland, verwerpt de suggestie dat er in Canada en Amerika op grote schaal wordt gerommeld in het boerenbedrijf. In het verleden gingen boeren en slachthuizen wel eens „nonchalant” met de regels om, vertelt hij. „Maar die tijd is voorbij. Het gaat hier tegenwoordig net zo veilig als in Europa.” Vooral „voedselveiligheid staat enorm hoog in het vaandel.”

Toch heeft Canada ondanks CETA ook op het gebied van varkensvlees nog een fors handelstekort met de EU. In de eerste tien maanden van 2019 exporteerde Canada 7 miljoen Canadese dollar aan varkensvlees naar de EU. Het land importeerde voor 121 miljoen dollar aan varkensvlees van Europese producenten.

Poot, een vijftiger met wortels in Schiedam, nam in de jaren negentig een varkenshouderij over in Bloomsbury, een kleine plaats in Alberta ten noorden van Edmonton. Enkele jaren later kocht hij er een tweede bedrijf bij. Nu werkt hij samen met zijn zoon. Ze voeren zo’n 8.000 varkens. Alleen is hij geen eigen baas meer: hij voert nu varkens op contract voor een grote agrarische corporatie. Dat is de trend in de sector, zegt hij. „Het gezinsbedrijf is op weg naar de uitgang.”

Daarmee is ook de regulering gestroomlijnd, legt Poot uit. Grote agribedrijven als Cargill, Smithfield Foods en Olymel willen geen negatieve publiciteit over dierenmishandeling van actiegroepen met smartphonecamera’s, en houden daarom voortdurend toezicht. „Zij rekenen precies uit hoeveel varkens in de stal mogen. Ik moet zorgen dat het varken warm is, dat het voer en water heeft, dat het comfortabel is en vrij van pijn en ziektes. Elke maand komt er iemand kijken of je de regels volgt.”

Dierenleed is uit den boze, vertelt hij. „Als ik als boer een varken laad met een zere poot en dat komt in een slachthuis terecht, dan krijg ik een hoge boete, omdat ik zo gemeen ben geweest om dat dier op een veeauto te zetten. Daarna krijgt de veerijder een boete, omdat hij het beest geaccepteerd heeft, terwijl het pijn had. Dat willen ze absoluut niet hebben, dus dat gebeurt niet.” In die zin heeft druk van activisten „een positieve invloed”, zegt hij.

Poot emigreerde uit Nederland omdat de regelgeving voor boeren, bijvoorbeeld op het gebied van mest, verstikkend was. In Canada vond hij ruimte. Hij erkent dat ook nu de regels in Nederland stringenter zijn dan in Canada – maar volgens hem zijn regels in Nederland te ver doorgeschoten, ook op het gebied van dierenwelzijn. „Ze hebben daar hogere normen qua vierkante meters, en er moet afleiding zijn, en ik weet niet wat ze allemaal verzonnen hebben tegenwoordig. Een hoop van die regels zijn gebaseerd op gevoel. Hier zijn ze gebaseerd op onderzoek. Onze varkens doen het net zo goed, en die hebben het goed naar hun zin hoor.”

Uiteindelijk denkt Poot dat boeren in Canada goedkoper varkensvlees kunnen produceren dan in Europa. „We doen het met dezelfde technieken, maar met minder kostenverhogende regels. Ik denk dat het hier beter geregeld is met minder wetgeving.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: CETA in 50 minuten

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.