1,15 miljard euro opgehaald voor herstel Albanië na aardbeving

Wederopbouw Het geld voor Albanië komt onder meer van internationale financiële instellingen, de EU en andere Balkanlanden. De Albanese premier Edi Rama noemde de inzamelingsactie „magisch”.
De aardbeving legde een groot aantal huizen in puin, onder meer bij de stad Shijak in West-Albanië.
De aardbeving legde een groot aantal huizen in puin, onder meer bij de stad Shijak in West-Albanië. Foto Gent Shkullaku/AFP

Bij een internationale inzamelingsactie voor Albanië in Brussel is maandag 1,15 miljard euro toegezegd. Het geld is bedoeld voor de wederopbouw in het land, dat eind november werd getroffen door een aardbeving, waarbij 51 doden en duizenden gewonden vielen. Dat meldt persbureau Reuters.

In totaal 400 miljoen euro wordt gedoneerd door de lidstaten van de Europese Unie, zo liet voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie weten. Zij noemde daarbij de opkomst van ruim negenhonderd doneren in Brussel overweldigend en zei dat het Zuidoost-Europese land „uit de as van deze beving zal herrijzen”. Nederland doneert 3 miljoen euro aan Albanië, dat sinds juni 2014 kandidaat-lidstaat is van de EU. Het overige geld komt onder meer van andere Balkanlanden, de Verenigde Staten, Japan, de Wereldbank en andere financiële instellingen.

Eerder op maandag zei de Albanese premier Edi Rama dat zijn land minimaal 400 miljoen euro nodig heeft voor de wederopbouw. De opbrengt van ruim een miljard kwam voor hem als een verrassing. „Dit overtreft mijn wildste dromen en verwachtingen. Hartverwarmend”, zei de premier van de kandidaat-lidstaat. „Er is iets magisch gebeurd.” Albanië heeft een bruto binnenlands product van circa 13,8 miljard euro.

De aardbeving op 26 november was met een kracht van 6,4 op de schaal van Richter de zwaarste in ruim veertig jaar in Albanië en de dodelijkste aardbeving van het land in bijna honderd jaar. Het epicentrum van de beving lag vlakbij de stad Mamurras, die op zo’n acht kilometer van de Middellandse Zee ligt. Vooral havenstad Durrës, waar een kleine driehonderdduizend mensen wonen, werd hard getroffen. Reddingswerkers zochten nog dagenlang naar overlevenden. De regering van Albanië kondigde voor dertig dagen de noodtoestand af in de getroffen gebieden rond Durrës en hoofdstad Tirana, waar respectievelijk 900 en 1.465 gebouwen ernstig beschadigd raakten.