Opinie

Landverhuizer Bozenik is binnen

Wilfried de Jong

Een kwartiertje na zijn winnende doelpunt zocht ik op waar de nieuwe spits van Feyenoord vandaan kwam. Ja, uit Slowakije, dat wist ik; maar van waar precies? Kijk, uit Terchova. Een bergdorpje met zo’n vierduizend inwoners. Heet in de zomer, steenkoud in de winter. Het plaatselijke hotel Diery biedt een kamer, sauna met badslippers en massage voor 48 euro per nacht.

Robert Bozenik (20) is de laatste aankoop van de Rotterdamse club. Hij staat model voor de stroom voetballers die op vroege leeftijd hun geboorteland verlaten en elders carrière willen maken. In Nederland bestaan er allerlei woorden voor mensen met zo’n plan. Migranten, vreemdelingen, buitenlanders, gelukzoekers, baantjesjagers.

Vorige week zat ik in een talkshow met Wim Pijbes. De voormalig directeur van de Kunsthal en het Rijks is namens stichting Droom en Daad bezig met een museum voor Landverhuizers. Landverhuizers? Een mooi woord dat doet denken aan de miljoenen mensen die in Nederland op een schip stapten en hun heil zochten in Amerika.

Bozenik is een landverhuizer, al verhuist hij niet een land maar alleen zichzelf naar Nederland. Met hulp van voetbalmakelaars en familie zette hij een handtekening onder het contract. Feyenoord kocht hem voor circa vier miljoen; nu moet hij als professionele spits aan het werk – hij traint hard, krijgt tips toegeschreeuwd van coach Dick Advocaat of John de Wolf en wordt geacht zoveel mogelijk te scoren.

Na zijn eerste doelpunt in de eredivisie trok hij zijn shirt uit en liep met ontbloot bovenlijf naar de tribune waar supporters van PEC Zwolle hem boos aankeken. Die klote-Slowaak moest wegwezen, de spits had hun feestje vergald.

Aan de andere kant stond hij even later voor zijn eigen supporters te dansen. De net twintigjarige jongen met dat smalle hoofd en die rode konen balde zijn vuist en sloeg er meerdere keren mee op het shirtlogo van zijn nieuwe club.

Deze voetbalmigrant woont net een maand in Nederland, hij kan de Coolsingel nog niet van de Blaak onderscheiden maar werd luid toegejuicht door de Feyenoordsupporters.

Hij was hún Bozenik geworden.

In charmant brabbel-Engels bracht de spits onder woorden hoe hij zich voelde: „I do everythink for the winnink… This is big emotion, great movements for me.”

Heerlijk, die eenvoud. Een Slowaakse jongen, zo groen als gras in zijn vak, pikt een doelpunt mee en wordt fijn geknuffeld door de fans.

De hersens van aanvoerder Steven Berghuis kraakten: hoe heette zijn kersverse spits ook alweer? „Eh, Robert… Bo…eh… zenik, leuk om te zien dat hij er eentje maakt.” Coach Advocaat, zelf een ervaren verkasser: „Voor die jongen is het geweldig.”

Maak als landverhuizer één belangrijk doelpunt en niemand zal je vragen hoe het op de inburgeringscursus gaat. Je hoeft ook niet meteen weer op te pleuren naar je eigen land.

Robert Bozenik bezorgde zijn club drie belangrijke punten en hij is ‘binnen’.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.