Frank Arnesen, de technische baas van Feyenoord: innemend, ervaren én zakelijk

Portret Als technisch directeur wil Frank Arnesen bij Feyenoord investeren in scouting en de jeugdopleiding. Hij heeft een groot netwerk.

Frank Arnesen wil bij Feyenooord gaan bouwen, en spelers zich zien ontwikkelen.
Frank Arnesen wil bij Feyenooord gaan bouwen, en spelers zich zien ontwikkelen. Foto Maurice van Steen

Op basis van beminnelijkheid moet Frank Arnesen kunnen slagen als technisch directeur van Feyenoord. Helaas voor de 63-jarige Deen verandert de Rotterdamse club bij tegenslagen al gauw in een snelkookpan van ongenoegen, waar zo’n karaktertrek allerminst een garantie voor continuïteit is. Vooralsnog is daar geen sprake van, want Feyenoord is bezig aan een succesreeks, die zondag werd onderstreept met een spectaculaire 4-3 zege bij PEC Zwolle.

Arnesen claimt na een maand bij Feyenoord bepaald niet de grondlegger van dat succes te zijn. Integendeel, hij weet dat-ie in Rotterdam ook zo maar in een een spookhuis terecht kan komen. Maar dat heeft hem er niet van weerhouden voor die delicate klus in de Kuip te kiezen. „Omdat ik ook weet dat Feyenoord een fantastische club is.”

Bij iedereen die je spreekt over Arnesen en bij alles wat je leest over de oud-voetballer is de rode draad: empathie. Hij geldt als een man met inlevingsvermogen. Maar na een kwart eeuw bij diverse Europese clubs als technisch directeur te hebben gewerkt, heeft Arnesen ook vijanden gemaakt. Harde beslissingen zijn nu eenmaal onvermijdelijk in zijn functie. Vraag het Aad de Mos, die nog steeds verbolgen is over het feit dat hij als PSV-trainer naast Ronaldo niet de Brazilianen Roberto Carlos en Rivaldo kon verwelkomen – twee spelers die later in Spanje furore maakten. De toenmalige technisch directeur Arnesen ging er volgens hem voor liggen. Maar al met al heeft de Deen een groot hart.

En dat hart liet hij spreken toen Feyenoord hem benaderde om de plek van de verjaagde Martin van Geel in te nemen. Maar niet nadat de oud-speler van onder andere Ajax en PSV intense gesprekken had gevoerd met zijn interim-voorganger Sjaak Troost, hoofd jeugdopleidingen Stanley Brard en trainer Dick Advocaat, met wie hij een verleden in Eindhoven deelt. Arnesen wilde vooral de intenties en drive van zijn toekomstige Feyenoord-collega’s leren kennen. Hij wil nu eenmaal prettig samenwerken. Geen zakelijkheid zonder innemendheid, geheel in lijn met zijn karakter.

Arnesens filosofie: spelers scouten, opleiden, verkopen en het geld herinvesteren

Warme club

Typisch Arnesen, zegt Fred Rutten, die vanwege zijn Feyenoord-verleden een telefoontje van de Deen kreeg. Zijn advies: realiseer je dat in Rotterdam alles op straat komt te liggen. Als je daar niet mee kunt omgaan, niet aan de baan beginnen. Maar daaropvolgend gaf Rutten, in het seizoen 2014-2015 hoofdtrainer in de Kuip, hem een welgemeend, positief advies: ‘Frank, in de beeldvorming mag Feyenoord soms als woest overkomen, van binnen is het een warme club.’ En aangezien Rutten Arnesen als een aimabel mens heeft leren kennen, voorspelt hij een goede match.

Tot op zekere hoogte zou je Rutten een Arnesen-kenner kunnen noemen. Als technisch directeur van PSV haalde de Deen hem in 2001 naar Eindhoven om de jeugdopleiding te herschikken. Te veel ego’s en te weinig samenhang, was Arnesens oordeel. En in Rutten zag hij de troubleshooter. Het was de aanzet tot een prettige werkrelatie en wederzijdse affiniteit, die begin vorig jaar tot een hernieuwde samenwerking bij Anderlecht leidde. Arnesen was bij de club in verval net aangetreden als technisch directeur en verleidde Rutten om als trainer een plaats in de play-offs om het landskampioenschap veilig te stellen.

Anderlecht

Rutten slaagde in die opzet, maar verliet Brussel na een meningsverschil over de mate van verjonging met algemeen directeur Michael Verschueren, die bij nader inzien ook directeur sportief bleek te zijn. Een bevoegdheid die Rutten onbekend was. Hij was door Arnesen binnengehaald en wist niet beter of die was verantwoordelijk voor het technische beleid. Een misrekening, die later dat jaar ook tot het vertrek van Arnesen zou leiden. Als technisch directeur had hij een lege portefeuille en in de kern niets te vertellen bij Anderlecht. Het was een periode waarin een zekere mate van naïviteit bij hem aan het licht kwam.

Frank Arnesen Foto Maurice van Steen

De mislukking in België is deels exemplarisch voor Arnesens carrière als technisch directeur. Het verloop daarvan was na zijn succesvolle aanstelling in 1994 en tienjarige dienstverband bij PSV nogal grillig. Na Tottenham Hotspur, waar Arnesen met Martin Jol als trainer de aanzet gaf tot sportief herstel, volgde een vruchtbare periode bij Chelsea. Daar was hij op aanraden van vertrouweling Piet de Visser binnengehaald door eigenaar Roman Abramovitsj. Zijn succes in Londen kan worden afgemeten aan de transfers van Fernando Torres, David Luiz, John Obi Mikel, Salomon Kalou, Branislav Ivanovic en Nemanja Matic. Arnesens periodes bij Hamburger SV, Metalist Charkov, PAOK Saloniki en Anderlecht waren minder geslaagd.

De cruciale breuk met Chelsea was het gevolg van een botsing met de toenmalige trainer José Mourinho, die transferzaken bij voorkeur liet afhandelen door zijn persoonlijke makelaar Jorge Mendes. Na een aantal afwijzingen van verlangde transfers was het oorlog tussen Arnesen en Mourinho. In de Belgische krant Het Nieuwsblad zei hij daar ooit over: „Het komt nooit meer goed tussen ons. Zelf wil ik Mourinho best nog een hand geven – ik ben niet rancuneus – maar als we elkaar zien, loopt hij me straal voorbij.”

Feyenoord Academy

Wat kan Feyenoord van Arnesen verwachten? Een technisch directeur met een enorm netwerk, maar vooral iemand met oog voor scouting en opleiding. Herinrichting van de bekritiseerde Feyenoord Academy wordt één van zijn speerpunten. In een interview met Feyenoord TV was Arnesen glashelder over dat voornemen: „Mijn filosofie: om goede spelers te vinden, moet je goede scouts hebben. Heb je die spelers eenmaal binnen, dan moet je een goede opleiding hebben. Zijn ze eenmaal doorgebroken, dan verkopen, liefst voor heel veel geld, om weer te investeren in de jeugd. Ik houd van bouwen, met mensen werken, spelers zich zien ontwikkelen. Maar bovenal ben ik altijd positief gestemd. Ik denk altijd dat we winnen, zelfs al spelen we tegen Manchester City.”