Recensie

De schrijnende aanblik van vluchtelingen op het podium

Recensie De roman Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi komt op het toneel tot leven dankzij de muziek en de aanwezigheid van vijftig figuranten met een vluchtelingenachtergrond.

Hoe ik talent voor het leven kreeg van Wat We Doen, met centraal, aan het woord, Adam Kissequel.
Hoe ik talent voor het leven kreeg van Wat We Doen, met centraal, aan het woord, Adam Kissequel. Foto Raymond van Olphen

Het is misschien wrang, maar anno 2020 kun je niet meer een verhaal over de miserabele opvang van vluchtelingen in een azc vertellen alsof dat nieuw is. De afgelopen jaren bracht een gestage stroom boeken, films, documentaires, krantenstukken én theatervoorstellingen die verslag deden van de ervaringen van vluchtelingen onderweg én in Nederland.

Dat gegeven wreekt zich bij de toneelversie van de roman Hoe ik talent voor het leven kreeg van stichting Wat We Doen. De tragedie uit dat rijke boek van Rodaan Al Galidi rond asielzoeker Semmier Kariem is ingedikt tot korte, kenmerkende scènes in het azc waar hij verblijft: de harteloze regels, de steile ambtenaren, het eeuwige wachten, het gekibbel en geroddel, de hoop en de woede. Dat beklemt soms, maar veel gebeurtenissen zijn niet specifiek genoeg om boven de platte anekdote van de asielzoeker uit te stijgen, hoe melancholiek de oogopslag van George Elias Tobal in zijn rol van Semmier ook is.

Vijftig vluchtelingen

Wat wel voortdurend boeit, zijn de andere elementen in de mix: de muziek van het Amsterdams Andalusisch Orkest en de aanwezigheid van vijftig mensen met een vluchtelingenachtergrond op het podium. Het idee zoveel mensen erbij te vragen was een goede ingeving van regisseur Floris van Delft. Zij staan in de rij in dit azc, zij wandelen vruchteloos heen en weer, zij zingen en dansen tegen beter weten in. Hun aanblik geeft de problemen van Semmier diepte. Zij zijn de vleesgeworden ziel van deze voorstelling.

Uiteindelijk leidt dat tot momenten die recht naar je hart gaan. Zoals wanneer Jelena (mooie rol van Whitney Sawyer) zegt dat ze het hier haat. Dus zelfs een vrouw die – vermoedelijk – aan gedwongen prostitutie is ontsnapt, wordt het verblijf in het azc en de omgang met de koude Nederlanders te veel.

Lees ook: Een interview met Rodaan Al Galidi in 2007, toen hij als illegaal werd genomineerd voor de grootste Nederlandse poëzieprijs.

En wanneer Adam Kissequel in de rol van gedoemde, afgewezen vluchteling vanuit zijn cel een lied zingt. Je hoeft de woorden niet te begrijpen om de pijn en het verdriet in de klank te horen. En wanneer Semmier het heeft over de leeftijd van de mensen in het azc, gemeten in jaren dat ze er wonen. Iemand viert zijn zevende verjaardag. Ook zijn land van herkomst is nu: het azc.

Aangrijpend sluitstuk: de vijftig die de zaal inspringen en elk in hun eigen taal op het publiek inpraten. De onbarmhartige feiten mogen dan bekend zijn, aan de emotionele lading van deze geïnspireerde voorstelling ontkom je niet.