Schrijfster en feministe Djamila Ribeiro op het strand van Copacabana in Rio de Janeiro.

Foto Dado Galdieri

Interview

‘De regering-Bolsonaro valt ons keihard aan’, zegt deze Braziliaanse schrijfster

Schrijfster en filosoof Djamila Ribeiro De uithalen naar zwarte en vrouwelijke Brazilianen onder Bolsonaro hebben een wrang voordeel, vindt Djamila Ribeiro: ‘Het verzet groeit’.

Aan het bewind van de ultrarechtse president Jair Bolsonaro in Brazilië zit ondanks alles ook een gouden randje, signaleert de Braziliaanse feministe, schrijfster en filosofe Djamila Ribeiro (39). Het activisme in haar land groeit. „Racisme heeft nu een duidelijker gezicht dan ooit”, zegt ze. „Maar in reactie daarop zijn de bewustwording en het verzet ook krachtiger.”

Ribeiro kan het weten. Haar boeken zijn bestsellers, ze heeft een veel gelezen column in de gerenommeerde krant Folha de São Paulo, en haar blog heeft een paar miljoen volgers. Onlangs kreeg Ribeiro de Prins Clausprijs toegekend voor haar rol in de emancipatie van zwarte vrouwen in Brazilië. De BBC riep haar uit tot een van de honderd invloedrijkste vrouwen ter wereld.

Lees ook: Wat heeft Bolsonaro na 12 maanden beleidsmatig voor elkaar gekregen?

Op straat stoppen nieuwsgierige passanten als Ribeiro met haar lange vlechten en T-shirt (‘Laten we allemaal feminist zijn’) gefotografeerd wordt.

„Is ze een popster? Een bekende Afro-Amerikaanse zangeres?” Een oudere Braziliaan vraagt het zich af. Als uitgelegd wordt dat Ribeiro schrijfster is, tuurt hij wat verbaasd naar de lange zwarte vrouw om wie de fotograaf met zijn camera heen draait. „Ela?” Zij?

In een restaurant aan de Avenida Nossa Senhora de Copacabana, dichtbij het beroemde strand van Rio de Janeiro, oogt Djamila Ribeiro vrolijk en energiek. Ze is een weekend overgevlogen vanuit haar woonplaats São Paulo voor een reeks lezingen en evenementen.

„We moeten onze stem krachtiger dan ooit laten horen, want we worden keihard aangevallen door de regering Bolsonaro”, verklaart ze. „Hij is tegen alles dat afwijkt van het evangelisch-conservatisme waar hij voor staat. Inheemsen in de Amazone worden opgejaagd en bedreigd. Jonge zwarte Brazilianen in de favela’s, sloppenwijken, worden vermoord omdat Bolsonaro een beleid voert dat de politie stimuleert te doden. Hij opent frontaal de aanval op de Afro-Braziliaanse religie, de candomblé. En als homofoob heeft Bolsonaro homohaat als het ware genormaliseerd. Dit zijn zorgwekkende tijden waarin de prille rechten die we het afgelopen decennium juist hadden verworven, enorm onder druk staan.”

Sinds Bolsonaro’s aantreden, nu ruim een jaar geleden, is het verzet van zwarte vrouwen zichtbaarder en beter georganiseerd, zegt ze.

Waar merkt u dat aan?

„Zwarte vrouwen vormen online platforms waar ze de maatregelen en uithalen vanuit de regering bekritiseren. Dat toont de opleving van trots op Afro-Braziliaanse wortels.”

Later, wandelend op de drukke boulevard langs het strand van Copacabana, wijst Ribeiro enthousiast: „Kijk maar om je heen! Braziliaanse vrouwen maken hun haren minder vaak glad en steil met chemische middelen, maar dragen het naturel. ”

Lees ook: Aanval met molotovcocktails in Brazilië om ‘homoseksuele Jezus’

Ze verwijst naar het verhaal van Anastacia, een historische slavin die in de candomblé tot op de dag van vandaag vereerd wordt, al werd ze door de Katholieke Kerk in 1987 als officiële heilige geschrapt. „Kijk naar de symboliek in Anastacia’s verhaal. Op de plantage weigerde ze toe te geven aan haar opdringerige eigenaar en probeerde te vluchten. Als straf kreeg ze een stalen halsband om, plus een soort mondkap die haar het spreken belette: ze werd letterlijk monddood gemaakt. Die diepere betekenis leeft nog voort. Zwarte vrouwen wordt in onze cultuur het zwijgen opgelegd. Maar ik ben gaan praten en schrijven, ik heb mijn mondkap afgedaan.”

Djamila Ribeiro groeide op in de zuidelijke havenstad Santos, de stad waar de Braziliaanse voetballegende Pelé groot werd. In haar bestseller uit 2018 Quem tem medo do feminismo negro? (Wie is er bang voor het zwart feminisme?) beschrijft ze haar jeugd.

Wanneer ervoer u zelf voor het eerst racisme?

„Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn vader was communist en actief in de zwarte beweging. Hij leerde me om trots te zijn op mijn achtergrond. Maar buiten, op school, was de wereld keihard. Daar waren de scheldpartijen, het racisme van zowel leerlingen als leraren. Ik werd aan mijn haar getrokken – mijn vader vond het niet goed dat ik het steil maakte – en uitgescholden voor macaca (aap). Op mij zouden jongetjes uit de klas nooit verliefd worden, wist ik. Brazilië is dan wel een gemengd land, je wordt van kleins af aan geïndoctrineerd met het eurocentrische beeld dat als hét ideaal wordt beschouwd. Hoe verder je daar vanaf staat, hoe moeilijker het is.”

Lange tijd zag Brazilië zich als ‘raciale democratie’, een term die in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd gelanceerd door onder meer de beroemde socioloog Gilberto Freyre. Brazilië was er trots op dat na de slavernij, die pas in 1888 werd afgeschaft, geen segregatie of rassenrellen waren ontstaan, zoals in de VS. En het kende ook geen Apartheid, zoals in Zuid-Afrika. Maar dit rooskleurige zelfbeeld verhult, zo benadrukt Ribeiro, hoe weinig er in Brazilië eigenlijk veranderd is sinds het afschaffen van de slavernij.

„Het is naïef om te denken dat er door vermenging van rassen geen racisme meer is. In ons land wordt elke 23 minuten een zwarte jongere vermoord. De politie is jaarlijks verantwoordelijk voor vele duizenden doden van wie bijna tachtig procent zwart is of gekleurd. Zwarte Brazilianen, met 53 procent een meerderheid van de bevolking, zijn niet zichtbaar in de media, worden niet gerepresenteerd in de politiek of in het bedrijfsleven. Die instituten zijn in handen van een eurocentrische elite die het al sinds de koloniale tijd voor het zeggen heeft. Dat is onze realiteit.”

U schrijft in uw boek dat er in de Braziliaanse samenleving maar twee geaccepteerde ‘rollen’ zijn voor zwarte vrouwen. Als gedienstige of als sekssymbool. Is het echt zo erg?

„Als ik vertel dat ik samba dans en defileer tijdens het carnaval, dan past dat in het geaccepteerde verwachtingspatroon. Het past bij het cliché van de hypergeseksualiseerde vrouw. Dit was ook de plaats van zwarte vrouwen als Anastacia in de slavernij; je moest onderdanig en gewillig zijn jegens de Portugese slavenmeester anders werd je gestraft.”

Ribeiro noemt in dit verband de soapserie Sexo e as negas, (seks en zwarte vrouwen) waarin vier zwarte actrices de hoofdrol speelden. „Daar waren we als zwarte vrouwenbeweging blij om. Helaas werden de vrouwen alleen als lustobject neergezet. We hebben fel geprotesteerd en klachten ingediend. De serie is van de buis gehaald.”

„De andere rol, ook voortkomend uit de slavernij, is die van empregada doméstica, kinderverzorgster, schoonmaakster en kokkin. Mijn oma was negen toen ze bij zo’n familie ging werken, in ruil voor kleding en eten. Mijn moeder werkte voor een gezin waar de man gewelddadig tegen haar was. Ik was de eerste in mijn familie die het patroon doorbrak en ging studeren.”

Dát Ribeiro kon studeren, had onder meer te maken met quota voor zwarte studenten die werden ingevoerd onder ex-president Lula da Silva. Het heeft voor het eerst een generatie zwarte studenten opgeleverd. „Zo kun je de sterk verankerde ongelijkheid eindelijk kleiner maken. Alleen wil Bolsonaro deze quota nu weer afschaffen. Onacceptabel! ”, zegt ze met vuur in haar ogen.

Onder Bolsonaro’s kiezers waren ook veel zwarte Brazilianen en inwoners uit de favela’s, sloppenwijken.

„Veel Brazilianen waren teleurgesteld in de voorgaande linkse regering. Stemmen op Bolsonaro betekende een tegenstem. Hij is daarnaast de grote verdediger van de conservatieve-evangelische politiek. De hiermee verbonden charismatische pinkstergemeenten zijn immens populair, ook in de favela’s. Daarnaast wordt kritisch nadenken en analyseren niet gestimuleerd in onze samenleving. En pas als je scherp ziet hoe uitsluiting en racisme werken, hoe scheef de verdeling van macht is, kun je de stap zetten naar protest. Het is een lange weg. Maar ik ben optimistisch. Er is behoefte aan mijn stem en ik ben nog lang niet uitgesproken.”