Recensie

Balthazar is terug, warmbloediger en speelser nu

Recensie In de Rotterdamse Maassilo, bij de eerste Nederlandse show van vijf, creëert de Vlaamse band Balthazar een broeierig verlokkende sfeer.

De Vlaamse band Balthazar voelde zich thuis in de Rotterdamse concertzaal Maassilo.
De Vlaamse band Balthazar voelde zich thuis in de Rotterdamse concertzaal Maassilo. Foto Jeroen Roest

Wat een pauze niet al kan doen voor een band. Als na drie albums en jaren van optredens voorspelbaarheid op de loer ligt, besluit de Vlaamse band Balthazar een lange rust in te lassen. Vol verve storten zijn frontmannen zich op nevenprojecten: Maarten Devoldere maakt theatrale artpop met Warhaus, Jinte Deprez toert als alterego J. Bernardt.

Tot de comeback van Balthazar, begin 2019. Nieuw hervonden creativiteit leidt tot een warmbloedige, veel speelsere indierocksound dan eerder. Nieuwe plaat Fever is bijzonder fraai en staat bol van muzikale vondsten. Zijn koortsachtige uitwerking is na een lange festivalzomer goed merkbaar: was popzaal Afas Live begin 2019 nog net een maatje te groot, nu bevat een Europese tournee vijf Nederlandse optredens, waaronder tweemaal Paradiso.

Oplichtende waaiers

De industriële omgeving van de Rotterdamse concertzaal Maassilo – uitverkocht,1.700 bezoekers – pleziert de Vlaamse band zichtbaar. Al moet Balthazar tegen zijn decor van grote oplichtende waaiers eerst nog wat loskomen. En verdwijnen aanvankelijk veel muzikale details in een wat stompe, kartonnen zaalsound. Ondanks vele aanpassingen is de oude graansilo wat akoestiek betreft nog niet zo buigzaam als je zou willen.

Op één liedje na (‘Whatchu Doin’) komt heel Fever voorbij. Ertussen klinken oudere krakers als ‘I looked For You’ of ‘Blood Like Wine’. Op de verhoging met versterkers reikt Deprez zijn microfoon naar het publiek: „Raaaaaaise your glass to the nighttime.” En ook Devoldere zoekt met Vlaamse bluf toenadering, temidden van het publiek, in ‘Changes’. Overbekende middelen, maar ze hebben hun uitwerking.

Want met het klimmen in de set langs de lijzige, nonchalant-coole zang en minimale maar dwingende ritmes komt rockmagie. Nummers worden fraai uitgebouwd: akoestische inleidingen, jankende vioolstreken, snerpende trombone-halen, op een stuwende cadans. De twee zangers bewegen zich losser, hun samenzang soms onverwacht licht en harmonisch. Het is in deze broeierig verlokkende sfeer dat Balthazar echt binnenhaalt.