Necrologie

De ‘scharrelprofessor’ die een baanbrekend standaardwerk schreef

Geert Hofstede (1928 – 2020) De ideeën van Geert Hofstede waren omstreden. Maar zijn bekendste werk, Culture’s Consequences (1980), werd een internationaal standaardwerk, waarvan de invloed moeilijk is te overschatten.

Geert Hofstede in Arnhem, in 2003.
Geert Hofstede in Arnhem, in 2003. Foto Menno Boermans/HH

Zestien maal werd zijn manuscript geweigerd. De ideeën van Geert Hofstede over cultuurverschillen waren zo omstreden dat de ene na de andere wetenschappelijke uitgever zijn werk afwees.

Maar net als J.K. Rowling, die dezelfde afwijzing twintig jaar later ervoer, volhardde Hofstede in de zeventiger jaren van de vorige eeuw en behaalde hij uiteindelijk wereldwijd succes. Met zijn boek Culture’s Consequences uit 1980 zette Hofstede een internationaal standaardwerk neer in de sociale wetenschappen. Jarenlang stond hij in de Europese top van meest geciteerde geleerden, gewoon tussen Karl Popper en Immanuel Kant in, vlak onder Karl Marx en Sigmund Freud. Afgelopen week overleed hij op 91-jarige leeftijd.

Het onderzoek waarmee Geert Hofstede naam maakte was een uitgebreide internationaal vergelijkende studie, die hij de jaren zestig uitvoerde bij zijn toenmalige werkgever IBM – toen een van de grootste bedrijven ter wereld. Het waren een soort medewerkersonderzoeken: geen vragen over normen en waarden, maar hele gewone vragen aan het personeel in meer dan vijftig landen. Daarvoor reisde hij de hele wereld over.

Hij kwam erachter dat veel verschillen in antwoorden een relatie hadden met nationale karakteristieken. De verschillen hingen niet zozeer samen met geslacht of met functie, maar veeleer liepen de verschillen langs nationale lijnen.

Dat greep hem, dat was spannend. Hij nam onbetaald verlof en besloot vervolgonderzoek te doen bij een managementopleiding in Lausanne. Daar zette hij een vergelijkbare enquête uit onder studenten, en merkte hij weer dat de antwoorden op landen clusterden.

Hofstede domineerde het vakblad voor economen, maar was geen econoom

Hofstede onderscheidde aanvankelijk vier en uiteindelijk zes culturele dimensies waarin je landen onderling kunt vergelijken.

Econoom Sjoerd Beugelsdijk, die in Nederland geldt als de grootste kenner van Hofstedes werk en als hoogleraar in Groningen onderzoek doet in hetzelfde vakgebied, vertelt dat Hofstedes boek in 1980 niet meteen een succes was. Dat duurde een aantal jaren. Maar vanaf eind jaren tachtig was Hofstede beroemd, vooral buiten Nederland.

Beugelsdijk: „Wij zijn hier niet zo van de heldenverering, maar ik heb meegemaakt dat mensen in het buitenland spontaan gingen applaudisseren als Hofstede er verscheen, of opstonden en spontaan een natuurlijke haag vormden. Een paar jaar geleden was ik met hem op een wetenschappelijk congres in Istanbul. Daar wilden de jongelui na afloop allemaal met hem op de foto.”

De laatste jaren mengde Hofstede zich vanzelfsprekend minder in het maatschappelijk debat. Anders had hij volgens Beugelsdijk nog een ‘geweldige bijdrage’ kunnen leveren aan de huidige discussie over identiteit.

Hofstede kreeg uiteindelijk elf eredoctoraten en werd geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw, de oudste en hoogste civiele orde.

Hofnar in economenland

Zijn oudste zoon, Gert Jan Hofstede (1956), werd hoogleraar in een ander vakgebied (populatiebiologie), maar merkte dat hij het werk van zijn vader zo interessant vond, dat hij er vanaf zijn veertigste zich meer in ging verdiepen en aanverwant onderzoek ging doen. „Mensen zouden mij als zoon natuurlijk partijdig kunnen vinden, maar ik denk echt dat zijn werk waan-zin-nig belangrijk is.”

In de citatie-index van Economisch Statistische Berichten, het vakblad van economen, domineerde Geert Hofstede in de jaren negentig terwijl hij niet eens econoom was.

Maar wat was hij wel? Die discussie achtervolgde hem zijn hele leven. Hofstede noemde zichzelf graag ‘scharrelprofessor’. Of ‘hofnar in economenland’, zoals hij eens een redacteur van NRC toevertrouwde: „Mijn identiteit is dat ik er niet een heb.” Zijn talent schuilde juist in het generieke.

Lees ook het interview met Geert Hofstede uit 1995: Romeinse rijk werpt nog steeds zijn schaduw over Europa

Beugelsdijk: „De kracht van zijn boek was de brede inbedding in de literatuur. Hij was iemand die intellectueel in staat was om van antropologie naar sociologie naar economie naar politicologie te schakelen en dat met elkaar te verknopen. Maar dat maakt hem ook gevoelig voor kritiek, want elk van die disciplines zal snel zeggen: dat is wat kort door de bocht. Het ging hem om te verbinden.”

Het grappige is dat zijn eigen theorie zulke kritiek voorspelt, zegt zijn zoon Gert Jan. Samenlevingen met een markstructuur zijn meer individualistisch en competitief, dan kun je dat sneller verwachten.

Hofstede was van huis uit ingenieur. Hij studeerde werktuigbouwkunde in Delft en werkte onder meer als machinebankwerker bij Stork Metaal in Hengelo en daarna bij textielbedrijf Menko – hoofd spinnerij. „Hij is daar gaan zien dat allerlei technische processen ook een sociale component hebben”, zegt zoon Hofstede.

Zijn vader besloot het wetenschappelijk te onderzoeken. Het resulteerde in een promotie, cum laude, aan de faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen in Groningen. En dat leverde hem weer het ticket op voor de onderzoeksafdeling van IBM.

Verhuizen naar België: ‘Bijna nergens zijn er buurlanden die meer van elkaar verschillen’

Hofstede deed zijn onderzoek in de tijd dat er nog geen spreadsheets bestonden of softwarepakketten die met één druk op de knop een statistische analyse uitspuwen. Hofstede werkte volgens Beugelsdijk in de jaren zestig met ponskaarten die naar een IBM-mainframe moesten worden gebracht en daarna een uitdraai op een matrix-printer opleverde waar je dan chocola van moest maken.

„Critici van Hofstede kunnen bijvoorbeeld wel zeggen dat de analyse methodisch te simpel is, maar dan zeg ik: hallo, we zijn wel vijftig jaar verder. In essentie zitten we nog steeds naar culturele verschillen te kijken die gemeten zijn in de jaren zeventig. Maar de hoofdboodschap dat je landen kunt ordenen langs dimensies, en dat die dimensies iets zeggen over gedrag van mensen en over samenlevingen, dat blijft staan.”

NOOT: In een eerdere versie van dit artikel stond “scharrelprofessor” uit de kop niet tussen apostrofs. Aangezien Geert Hofstede zichzelf zo gekscherend noemde zijn die apostrofs op 24 februari toegevoegd.