Opinie

Ook progressieven bedienen zich van fake news en populisme

Zihni Özdil

Of ik mijn plek in de zaal wilde opgeven. „Want hij wil dat we een zwart iemand regelen”, aldus de rechterhand van de linkse partijleider. „Die moet in de zaal zitten zodat hij die achter de hand heeft.”

Achter de hand? Waarom dan? vroeg ik.

„Hij wil Thierry Baudet kunnen vragen of hij aan een zwarte uitleg wil geven.”

Dat ik dat een heel slecht idee vind, maakt niet uit. „De leider heeft al besloten dat hij het beeldend wil maken. Het gaat om het beeld.”

Geïrriteerd geef ik aan dat het een absurd plan is. Dat je racisme niet op deze manier kunt bestrijden. En dat ik mijn plaats in de zaal niet opgeef. Van een vrouwelijk collega-Kamerlid hoor ik later dat zij dan maar haar plekje in de zaal heeft opgegeven.

Lees ook: Ongemak over ras op het Binnenhof

Het is begin februari 2018. Er staat een debat gepland in een volledig uitverkochte Amsterdamse Balie. Een debat tussen landelijke fractievoorzitters, onder wie die van de partij waarvoor ik op dat moment Kamerlid ben.

Een kandidaat-raadslid van Forum voor Democratie (FVD) had even daarvoor gezegd dat zwarte mensen gemiddeld een lager IQ hebben. De ophef die daarop volgde, domineerde de dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Baudet verdedigde de racistische uitspraken van zijn partijgenoot. Daarom wilde de linkse partijleider, mijn fractievoorzitter, in De Balie kunnen doen alsof hij spontaan in de zaal naar een zwarte aanwezige zou wijzen om die om een reactie te vragen. Omdat hij tegen het racisme van Baudet is.

‘Brabant is van ons allemaal. Van het meisje met een hoofddoekje uit Tilburg, de kenniswerker uit Eindhoven, de lerares uit Den Bosch”, twitterde de leider van een andere progressieve partij vorige week.

Zo deed hij alsof een hoofddoekje dragen een beroep op zich is. Omdat hij tegen het racisme van Baudet is. Want die had gedaan alsof vier agressieve Marokkanen zijn dierbare vriendinnen hadden lastiggevallen in de trein. Terwijl het in werkelijkheid om NS-controleurs ging die gewoon hun werk deden.

Een vrouw uit die progressieve partij van Rob Jetten is minister. Maar zij wil zelf partijleider worden. Het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA), een handelsakkoord van de Europese Unie met Canada, is haar dierbare vriendin.

Zij doet daarom alsof tegenstanders van CETA allemaal „stoer doen vanachter de dijken” en dat dat „funest” zou zijn „in een wereld van populisme en fake news”.

Zoals Baudet vier agressieve Marokkanen zag, zo ziet Sigrid Kaag bekrompen kaaskoppen die vanachter de dijken populisme en fake news (lees: Baudet) een handje helpen.

Is dat zo? Verspreiden de critici van CETA fake news? Er is een internationale alliantie van progressieve organisaties die tegen CETA zijn. En vakbonden zijn om gegronde redenen tegen CETA. En honderden economen, zoals de progressieve Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz.

En Baudet?

Door hem kon de linkse leider zijn zwarte troef niet inzetten, destijds in de Balie. Yernaz Ramautarsing, die een zwarte vader en een Hindoestaanse moeder heeft, was namelijk ook in de zaal. Hij was de betreffende FVD-kandidaat waar alle ophef om begonnen was. Baudet riep zijn zwarte vriend en collega Ramautarsing het podium op, zodat hij zijn eigen ideeën zelf kon verdedigen.

De linkse leider en Baudet trekken nu wel samen op tegen CETA. Vrijhandel was toevallig deel van zijn proefschrift over de natiestaat. Daarom zegt hij nu eens een keer zinnige dingen: dat CETA een anti-democratisch gedrocht is, dat CETA grote bedrijven in feite in staat zal stellen om voor eigen rechter te spelen.

Het zijn al met al verwarrende tijden.

Maar gelukkig voor Sigrid Kaag houden wij weldenkende mensen niet van populisme en fake news. Daarom zijn we allemaal tégen Thierry Baudet en vóór de progressieve politiek.

Zihni Özdil is historicus

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.