‘Ik vind het mooi te delen wat mij aan het hart gaat’

In Mediavreters vertellen mensen wat ze kijken, lezen, luisteren en liken.

Illustratie Anne Caesar van Wieren

Léon Detiger (50) is leerkracht van groep 6 en coach. „Als coach ben ik veel bezig met energieën. Wanneer kinderen met een slechte energie de klas binnenkomen, voel ik dat. ’s Morgens ga ik altijd even met sandelhout door het klaslokaal. Daarna zet ik intenties met de kinderen. Die kunnen zijn: ‘Ik ben dankbaar en gelukkig dat het vandaag een leuke en gezellige dag wordt’ of ‘dat de leerlingen vandaag gezellig en lief met elkaar zijn’. Soms vergeet ik het te doen en dan voelt een dag sneller rommelig. Met hogere klassen mediteer ik ook. In de klas deel ik wat voor mij belangrijk is. Ik ben vegetariër en vertel daarover. Natuurlijk vertel ik ze niet dat zij het ook moeten, maar ik vind het mooi om te delen wat mij aan het hart gaat.

„Met de Pabo begon ik pas op mijn eenentwintigste. Ik trainde een voetbalteam met jonge jochies en vond het geweldig. Door die ervaring ging ik mee naar een open dag. Met de allereerste klas die ik lesgaf, heb ik nog contact. Ik was hun Rotterdamse meester in Amsterdam en ook nog voor Feyenoord. Voer voor plagerijen, uiteraard. Na mijn jaren in Amsterdam ben ik in Curaçao en daarna in Maleisië gaan lesgeven. In Maleisië verdiende ik ontzettend veel meer dan hier.

„Wat ik in het onderwijs veel zie terugkomen is dat vooral mannen opkomen voor hun salaris. De vrouwen hechten meer aan hoe leuk ze het werk vinden. Ik hoef geen hulp in de klas, maar vind dat het salaris van basisschooldocenten minstens gelijkgetrokken moet worden met die aan de middelbare school. Daarom heb ik ook gestaakt de afgelopen keer. Gelukkig staan ouders aan de kant van de leraren.

‘Over wat ik online deel, denk ik goed na. Als meester kun je natuurlijk geen Facebook vol feestfoto’s hebben. In de tijd dat ik feestte, waren er nog geen sociale media. Best lastig voor jongeren die nu opgroeien. Als jonge meester of juf kun je je geen al te wilde foto’s veroorloven. Ook met mijn leerlingen praat ik over wat ze online doen. Nu zijn kinderen in groep 6 nog niet heel erg bezig met telefoons. Er is er een aantal met smartphone en die zijn er nog lekker onhandig mee. Appjes voor iemand per ongeluk in een groepsapp sturen, dat soort werk. Toch wil ik ze al meegeven dat alles wat je op het internet zet daar blijft. Of ik laat ze zien dat ik continue advertenties krijg van de dingen die ik heb opgezocht. Zo zien ze hoeveel het internet van je onthoudt. Vooral over die jonge meiden kan ik me druk maken. Ze zij hartstikke kwetsbaar. De verhalen over rondgaande naaktfoto’s zijn vreselijk.

„De digitalisering is flink op gang gekomen in het klaslokaal. Langzaam worden boeken steeds meer vervangen door de smartboards. Filmpjes vind ik handig. Een video kan iets in een klap duidelijk maken voor veel kinderen. We zijn nu net voor geschiedenis bezig geweest met Nova Zembla. Dan laat ik stukjes uit de film zien, heel spannend vinden de kinderen dat. Geschiedenis is mijn favoriete vak. Zelf verdiep ik me graag in de Tweede Wereldoorlog. Uit naam van al de mijnen van de joodse Martin Gray die meerdere kampen overleefde, maakte diepe indruk. Mijn vader komt uit Indonesië en heeft nog in een Jappenkamp gezeten. Oorlog is en voelt nog dichtbij.”