Opinie

De risico's van vaginaal bevallen horen erbij

Rosanne Hertzberger

‘Het lichaam van een vrouw is eigenlijk steeds minder geschikt om een kind te baren” zegt Bas Veersema in een interview met de Volkskrant afgelopen weekend. Op de bijgaande foto zit hij glimlachend voor de grote lampen van de operatiekamer, klaar om het kind uit je buik te snijden. De opmerking deed me denken aan doorgefokte stieren die zo groot zijn dat ze niet meer op natuurlijke wijze geboren kunnen worden, maar allemaal via de keizerlijke route komen. De rechtoplopende mens met haar smalle bekken en grote schedel is volgens Veersema ook zo geëvolueerd dat bevallen steeds moeilijker wordt.

Zonde, dat interview. Het is onnodig trappen in het precaire ecosysteem van de geboortezorg van Nederland. Een systeem met relatief weinig operaties en ingrepen, veel gezonde baby’s en moeders. De wereld is jaloers op ons. Maar het systeem is afhankelijk van groot vertrouwen en goede samenwerking tussen verloskundigen, gynaecologen en kraamzorgers. Dan moet je niet te hard om je heen slaan.

Het was extra zonde omdat Veersema, die deze week zijn oratie hield, eigenlijk iets heel belangrijks te melden had, namelijk dat vaginaal bevallen niet zonder risico’s is. Er bestaat een causaal verband tussen bekkenbodemproblemen, zoals verzakking of incontinentie, en een vaginale bevalling. De Britse Hoge Raad oordeelde in 2015 dat bevallen dusdanig gevaarlijk is voor vrouwen dat zij net als bij een keizersnede een schriftelijke waarschuwingsbrief zouden moeten krijgen met daarin alle risico’s die erbij komen kijken.

‘Kiezen tussen twee kwaden’, noemt Veersema het wonder van nieuw leven. Als ik het zo lees kunnen we de mensheid eigenlijk beter opdoeken. En elk meisje zou bij haar eerste menstruatie een officiële waarschuwing moeten krijgen van alle kwalen en alle ongemakken van het vrouw-zijn. De urineweginfecties, de gistinfecties, endometriose, vaginose, vaginisme, vaginitis. De bloedingen, de krampen, de uitstrijkjes, de lisexcisie, de conisatie, de colposcopie. De pil, de spiraaltjes, de miskramen. De ochtendmisselijkheid, de rugpijn, bekkenpijn, knip, scheur, katheter, de ruggenprik, de incontinentie, de tepelkloven, de borstontsteking. En dan de menopauze met vaginale droogheid, stemmingswisselingen, opvliegers, de organen die steeds zwaarder op je vagina leunen, die gestut moeten worden met pessarium, of opgehesen met een operatie. Wie haar plas kan ophouden, krijgt een medaille, wie nog zin heeft in seks ook. Het enige wat ons bespaard blijft, is voorover buigen voor een scoop in je rectum voor prostaatonderzoek.

Zo’n briefje zou fijn zijn. Want al die kwalen komen veel voor, en pas wanneer je het meemaakt kom je erachter dat de halve wereld het heeft.

Maar laten we dit vooral geen vrouwenzaak maken. Al die kwalen zijn onderdeel van het leven zelf. Elke man is ooit hoofdrolspeler in een bevalling. Elk man bestaat dankzij het endometrium van zijn moeder, dankzij haar menstruaties. Een bekken en een baarmoedermond is voor iedereen – letterlijk – een ondersteuning geweest.

Laten we vooruitkijken, zegt Veersema, naar alle bekkenbodemproblematiek die later in het leven ontstaat. En hij heeft gelijk. Maar laten we dan ook naar het hele ecosysteem kijken. Niet alleen naar de gezondheid van de vrouw dertig jaar later. Maar ook naar de gezondheid van al die keizersnee-baby’s op lange termijn, die vaker astma, allergie en eczeem hebben. Laten we uitzoomen naar het onzichtbare leven, de extra antibiotica-rondes die noodzakelijk zijn tijdens een keizersnee. Maar ook de bacteriën die het pasgeboren kind misloopt zonder passage door de vagina.

En laten we ook, net als Veersema doet, naar het evolutionaire aspect kijken. Want uiteindelijk zijn wij niet zoals de doorgefokte stieren. Survival of the fittest begint met een bevalling waarbij de deelnemers het meestal overleven. Wij hebben al tienduizenden jaren smalle bekkens en grote hoofden. En op de laatste vijftig jaar na overleefden de honderden generaties die ons voorgingen een bevalling zonder keizersnede.

Dat zou de boodschap moeten zijn op het briefje voor de hoogzwangere vrouw: mevrouw, weet dat uw lichaam uitermate geschikt is om een kind te baren. Daar heeft de evolutie voor gezorgd. Alle generaties voor u hebben dat gedaan en u kunt het ook. En mocht het een keer wat minder vlotten, u of uw kind raakt in nood, weet dan dat er in dit land godzijdank altijd hulp om de hoek klaarstaat.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.