Zijn de huiseigenaren duurder uit? Dat is te stellig

Verduurzaming De kosten voor het klimaatakkoord zouden veel te laag zijn ingeschat. Maar is dat wel zo? Vijf vragen over de berekeningen.

Links: een energieambassadeur op bezoek bij een inwoner van Made in de gemeente Drimmelen. Rechts: een huis in Ermelo wordt voorzien van zonnepanelen. In beide gemeenten gaan wijken van het gas af.
Links: een energieambassadeur op bezoek bij een inwoner van Made in de gemeente Drimmelen. Rechts: een huis in Ermelo wordt voorzien van zonnepanelen. In beide gemeenten gaan wijken van het gas af. Foto’s Merlin Daleman en Bram Petraeus

Het gaat iedereen, met een dak boven zijn hoofd, aan. Dus was de commotie donderdag groot. De kosten voor de verduurzaming zouden voor huiseigenaren wel tientallen procenten hoger uitkomen dan begroot. Dat zou het gevolg zijn van grote rekenfouten door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), meldde het AD. Alarm bij de woningcorporaties en natuurlijk ophef bij met name die politici die toch al kritisch staan tegenover de klimaatplannen. Maar is het ook terecht?

1 Zijn de kosten voor het klimaatakkoord inderdaad veel te laag ingeschat?

Om bij het begin te beginnen. In 2030 wil het kabinet dat de uitstoot van broeikasgassen de helft lager ligt dan het in 1990 het geval was. Daar moeten stroomproducenten, boeren, de industrie en ook huishoudens aan meewerken. Een belangrijk onderdeel van die plannen is dat 1,5 miljoen van de pakweg 8 miljoen huishoudens over tien jaar van het gas af zijn. In plaats van aardgas te gebruiken krijgen die huizen bijvoorbeeld een aansluiting aan een warmtenet of een elektrische warmtepomp.

Hoe gaat Nederland in de toekomst wonen? Lees het NRC-dossier ‘Van het gas af’

Het PBL heeft in november de kosten van het klimaatakkoord berekend. Het akkoord gaat Nederland – oplopend per jaar – in 2030 minimaal 0,8 miljard en maximaal 1,7 miljard euro kosten. Voor de zogenoemde gebouwde omgeving – het onderdeel dat de transitie van de 1,5 miljoen huishoudens bevat – gaat het om 341 tot maximaal 466 miljoen euro in 2030. Dat zijn bijvoorbeeld kosten om een warmtenet aan te leggen.

De kritiek van Aedes, de koepel van woningcorporaties, lijkt vooral betrekking te hebben op de daadwerkelijke kosten van de huiseigenaar, en niet zozeer op de nationale kosten die PBL heeft berekend. „Dat is appels met peren vergelijken”, aldus een woordvoerder.

Wel zijn er bij die berekeningen fouten of achterhaalde taxaties gemaakt, maar het gaat volgens het PBL om correcties die binnen de vorig jaar genoemde marges blijven. Dus komt het wat de gebouwde omgeving betreft nog steeds uit op een schatting van maximaal 466 miljoen euro. De kosten van het klimaatakkoord als geheel zouden stijgen „met slechts enkele procenten (…) als deze nu op basis van actuele gegevens en inzichten zouden worden berekend”, aldus PBL.

2 Maar wat gaat de verduurzaming de huiseigenaar nou kosten?

Dat is, ook voor het PBL, nog een groot vraagteken. Om die vraag te beantwoorden is het bijvoorbeeld noodzakelijk om inzicht te hebben in toekomstige subsidies en belastingen. Later dit jaar komt het Planbureau met cijfers over de kosten voor de huiseigenaar en woningcorporaties.

De kritiek van Aedes – die corporaties met zo’n 2,4 miljoen huizen in bezit vertegenwoordigt – op het PBL is dat zij met veel te lage kosten rekenen. Het belang is duidelijk: als de kosten te laag worden ingeschat, krijgen de woningbouwcorporaties de komende jaren met tegenvallers te maken. Naast (volgens Aedes) hogere kosten voor aannemers, architecten en installateurs wijst de belangenvereniging ook op de btw die het PBL nergens noemt. Die btw kan voor elke huiseigenaar bij de verduurzaming een flinke kostenpost zijn, maar nationaal zorgt die belastingheffing (geld van de ene partij naar de andere) niet voor extra kosten. En daarom is het niet opgenomen, aldus het PBL.

Tegelijkertijd zijn de corporaties van groot belang voor de transitie: zij zijn door het Rijk benoemd tot ‘startmotor’ van de verduurzaming; tot en met 2022 moeten de eerste 100.000 van de 2,4 miljoen corporatiewoningen van het gas af worden gehaald.

„Laten we niet vergeten dat we sturen in onzekerheid”, zegt Maarten van Poelgeest over de cijfertwisten. Hij coördineert binnen het klimaatakkoord de plannen voor de gebouwde omgeving en is daarmee de opvolger van Diederik Samsom. „We willen alles zien aankomen, maar wat is de gasprijs over een jaar, of zelfs over twee weken? De wensen van mensen zijn anders, huizen zijn anders, niemand weet hoe de techniek zich gaat ontwikkelen.” Volgens Van Poelgeest kunnen we nu onmogelijk alles precies inschatten. Vooral omdat het een proces is dat tot 2050 loopt. „Die berekening moet precies kloppen als het aan de orde is, op het moment dat jij je huis wil gaan verduurzamen.”

3 Welke rol spelen de corporaties in deze zaak?

Het was corporatiekoepel Aedes die al in december in een brief aan de Tweede Kamer waarschuwde voor de „fors hogere” kosten van de verduurzamingsopgave. De corporaties stellen dat de kosten hoger zullen uitvallen omdat het PBL geen rekening zou hebben gehouden met kosten die aannemers rekenen voor bijvoorbeeld winst, risico en bouwplaatskosten. Ook zou het PBL van de meest ideale situatie zijn uitgegaan in de berekening, die in de praktijk zelden voorkomt. „Wij vinden het belangrijk dat er realistische kosten worden berekend”, zegt een woordvoerder van Aedes. Op de achtergrond speelt dat corporaties al langer vinden dat ze te veel moeten doen met te weinig geld. Zo moeten ze meer sociale huurwoningen neerzetten, de huren betaalbaar houden, hun woningbezit opknappen én verduurzamen, terwijl ze jaarlijks meer dan een miljard euro aan verhuurdersheffing moeten afdragen. „Dat hangt er wel boven”, beaamt een woordvoerder. „De vraag is of we de kosten voor verduurzamen er nog wel bij kunnen hebben.”

Lees ook: Drie obstakels op weg naar het aardgasvrij maken van woningen
Een huis in Ermelo wordt voorzien van zonnepanelen. Foto Bram Petraeus

4 Moeten particuliere huiseigenaren nu echt vrezen voor hogere kosten om hun huis te verduurzamen?

Dat is nog volstrekt onduidelijk, volgens de Vereniging Eigen Huis (VEH), die opkomt voor de belangen van huiseigenaren. „Wij kunnen onmogelijk zeggen wat de effecten zijn van dit nieuws”, zegt een VEH-woordvoerder. Wat hij wel kan zeggen is dat kosten die voor corporaties van belang zijn, niet zijn te vergelijken met kosten voor particulieren. „Ze zijn allebei huiseigenaren, maar daar houdt de vergelijking op.” Corporaties knappen woningen in grote hoeveelheden tegelijk op en daarvoor worden aanbestedingen uitgeschreven. „De kosten voor verduurzaming zijn volstrekt anders.”

VEH heeft eerder laten uitrekenen hoeveel het globaal kost om verschillende typen huizen met verschillende energielabels nagenoeg of geheel van het gas af te kunnen sluiten. Zo kost het tussen de 4.500 en 5.500 euro om in een appartement een hybride warmtepomp aan te sluiten, welk energielabel het ook heeft. Voor een tussenwoning kan dat oplopen tot ruim 11.000 euro en voor een vrijstaande woning bijna 20.000 euro. Aansluiten op een warmtenet met water met een lage temperatuur is het duurst: van 17.000 euro voor een appartement tot 37.000 euro voor een villa.

5 Hoe is door de politiek gereageerd?

Critici van het klimaatbeleid van het kabinet zagen in de eerste berichtgeving precies bevestigd wat zij al langer roepen: er deugt niets van de verduurzaming. „Leugens van de Groene Khmer!’’ twitterde PVV-leider Geert Wilders na het verschijnen van het nieuwsbericht in het AD. Thierry Baudet (FVD) hekelde in een reactie de „astronomische kosten” van de energietransitie.

Het kabinet weet: betrouwbare cijfers dóén ertoe. Dat geldt niet alleen voor de maatregelen uit het klimaatakkoord, maar ook voor de stikstofcrisis. Volgende week komt een groep onderzoekers namens de melkveesector met een eigen analyse van de stikstofcijfers van het RIVM. Alom wordt verwacht dat die analyse vraagtekens zal zetten bij de officiële cijfers waarop het kabinetsbeleid is gestoeld. Nog meer cijfertwijfel kan Rutte III niet goed gebruiken.

Snel was de link gelegd met de vorige PBL-storm, vrijwel exact een jaar geleden. Toen waren het staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) en het ministerie van Economische Zaken die met oude PBL-cijfers tot een veel te lage inschatting van de energierekening kwamen – een misser die in februari 2019 door het ministerie werd rechtgezet. Maar onder aanvoering van toenmalig CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma, Keijzers partijgenoot, werd de schuld naar het planbureau verschoven. „Met dit soort modellen kunnen wij niet werken’’, concludeerde Buma – en met hem vele anderen.

Buma is weg uit Den Haag, en niemand stond klaar om zijn rol als planbureau-criticus dit jaar over te nemen. De eigen uitleg van het PBL suste de grootste ophef. Ministers Raymond Knops (Binnenlandse Zaken en Ruimtelijke Ordening, CDA) en Stientje van Veldhoven (Milieu en Wonen, D66) – allebei deels verantwoordelijk – hoeven weinig te vrezen.

Dat geldt ook voor hun collega Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD). Vorig jaar erkende Wiebes na de onderschatte energierekening nog dat zijn ministerie ernaast zat, nu was hij de eerste om de gerezen twijfel te relativeren. „Heb je ooit een raming meegemaakt die je niet hoeft bij te stellen?’’ vroeg hij zich openlijk af. Geen onvertogen woord over de planbureaus. „Dit is precies wat we van ze verwachten.’’

Bijdragen van Rik Rutten, Sam de Voogt, Erik van der Walle en Rik Wassens.