Voor een bombrief hoef je geen bomexpert te zijn

Afpersing De dader van de recent verstuurde bombrieven is onbekend. Het profiel van de dader is lastig op te stellen, want „iedereen kan afpersen”.

De Explosieven Opruimingsdienst Defensie bij een postsorteercentrum in Amsterdam, waar woensdag een bombrief ontplofte. Foto Sem van der Wal/ANP
De Explosieven Opruimingsdienst Defensie bij

een postsorteercentrum in Amsterdam, waar woensdag een bombrief ontplofte. Foto Sem van der Wal/ANP

Meestal gaat een afpersing sluimerend. Van een brief naar een telefoontje naar een bezoek. Zo ging het bijvoorbeeld ruim vijf jaar geleden bij de afpersing van John de Mol: eerst een brief, toen meerdere, uiteindelijk kreeg hij gebakjes met een dreigbrief thuisbezorgd.

Maar bij de bombrieven die recent verstuurd zijn, is dat vooralsnog anders. In januari kregen zeven bedrijven zo’n brief, waaronder twee hotels, een tankstation en een postorderbedrijf. Op de envelop stond een incassobureau als valse afzender. Nergens gingen de bommen af. Woensdag en donderdag, na een maand stilte, ontploften de brieven wel, in twee bankkantoren in Amsterdam en in een postsorteerbedrijf in Kerkrade. Dit keer ontbrak de valse afzender van het incassobureau. Toch denkt de politie dat het om dezelfde dader(s) gaat. De eis: bitcoins.

Lees ook: '10 tot 20 gram springstof kan al dodelijk zijn'

Fors veel brieven

„Wat ik interessant vind”, zegt Ilse van Leiden, die als criminoloog bij Bureau Beke twee lijvige studies deed naar afpersing in het bedrijfsleven, „is dat de dader fors veel brieven stuurt, en dan ook nog eens naar heel verschillende bedrijven op heel uiteenlopende plekken. Je kunt denken: hij of zij perst volstrekt willekeurig bedrijven af, maar voor de dader is het misschien geen willekeur.”

Al dat soort informatie is van belang bij het opstellen van een daderprofiel, zegt ze. Hoe is de tekst geformuleerd? Hoe wordt er ondertekend? Welk papier is er gebruikt en hoe is de brief verzonden?

Zo’n daderprofiel is belangrijk, zegt ze, omdat iederéén kan afpersen. „Dat maakt het ingewikkeld. Een brief schrijven en kwade dingen roepen is simpel. En voor een bombrief hoef je geen bomexpert te zijn. Het kunnen jongeren zijn, zware criminelen of solistische personen.” Soms worden dreigbrieven geschreven en ondertekend met ‘wij’, om meer effect te bereiken, terwijl er één dader achter blijkt te zitten.

Afpersing van bedrijven of organisaties gebeurt op veel verschillende manieren. Veelvoorkomend is cyberafpersing, zoals onlangs bij de Universiteit Maastricht, waar hackers de systemen platlegden. Maar ook de meest klassieke vorm, protectie-afpersing, komt veel voor: criminelen, vaak motorbendes, dringen ‘bescherming’ op in ruil voor geld, vaak in de horeca. Of ze komen bijvoorbeeld met veel bravoure een café binnen en zeggen dat het nu van hun is.

Lees ook: Ineens lag de fabriek plat: ‘Sorry! Uw bestanden zijn versleuteld’

De bombrief is zeker geen nieuwe dreigvorm. Al in 1919 verstuurden anarchisten er tientallen naar Amerikaanse politici, advocaten, zakenmensen en andere gezagsdragers, waardoor de huishoudelijke hulp van een senator haar handen verloor. De meest bekende bombriefzaak is die van de ‘Unabomber’, waarover Netflix in 2017 een serie maakte: de Amerikaanse wiskundige Ted Kaczynski pleegde tussen 1978 en 1995 zestien aanslagen met bombrieven, met drie doden en tientallen gewonden tot gevolg.

Bij die zaken was niet geld het motief, maar maatschappijkritiek – ook dat verschilt. Dat was bijvoorbeeld wel het geval bij de aanslagen op Ikea-vestigingen in 2011. Daar bleken twee Poolse mannen achter te zitten in geldnood. Ze eisten zes miljoen euro.

Vooral: niet betalen

Afpersing komt veel vaker voor dan politie en pers zien, zegt Van Leiden. Er komen jaarlijks slechts enkele tientallen zaken bij de politie terwijl veel meer ondernemers zeggen er last van te hebben. Vanwege angst voor represailles of imagoschade is de aangiftebereidheid laag. De afpersing van Nokia bijvoorbeeld werd pas zes jaar na dato bekend.

De gevolgen zijn wel groot. Slachtoffers zijn angstig, bedrijven lopen schade op. „Er zijn cafés gesloten vanwege een afpersingsgeschiedenis. Een horecaondernemer durfde zijn huis niet meer uit en zijn café niet meer in.”

Van Leiden adviseert ondernemers die worden afgeperst wel direct naar de politie te gaan, ook al lijken de eerste drie intimidaties nog weinig serieus. Uit onderzoek blijkt dat zaken dan sneller worden opgelost. „Het is belangrijk dat je bewijsmateriaal vergaart: opnames van telefoontjes, camerabeelden, zorgvuldig aangenomen brieven.”

En vooral: niet betalen. „We weten uit onderzoek dat één op de drie betaalt. De Universiteit Maastricht heeft dat ook gedaan [197.000 euro, red.]. Dat is niet het beste voorbeeld. Want als je betaalt, zeker bij cyberafpersing, is de kans groter dat je binnen een halfjaar weer aan de beurt bent.”