‘Tekst, tekst, tekst!’, roept Ischa tegen zijn gast

Ischa Meijer en de radio Journalist Ischa Meijer overleed vandaag precies 25 jaar geleden. Naast zijn werk als schrijver en tv-maker gaf Ischa het radio-interview een volkomen nieuwe dimensie. Vincent Bijlo herbeluisterde een aantal Ischa-shows. „Hij was altijd de baas.”

Een microfoon, een sigaret, een tafeltje in een sober decor. Zo interviewde Ischa Meijer (foto 1980).
Een microfoon, een sigaret, een tafeltje in een sober decor. Zo interviewde Ischa Meijer (foto 1980). Foto Steye Raviez/HH

‘Ik wil het vandaag hebben over de Europese Commissie”, zegt ex-PSP-politicus Fred van der Spek in februari 1995 op de radio tegen Ischa Meijer.

„O nee, Fred, alsjeblieft niet, zo vreselijk saaaaai.”

„Jawel, jawel, jawel, Ischa. Moet je horen, de Europese Commissie…”

„Moet je horen, ik maak zelf wel uit wat ik moet horen, dat bepaal jij toch niet? Nou” – hij slaakt een diepe zucht – „laat maar horen, wat moet ik horen, in godsnaam dan maar, voor de draad ermee, en snel een beetje, hup!”

Dat is de radio-Ischa Meijer ten voeten uit. Hij trekt, hij duwt, hij kliert, hij klooit, hij slaat zijwegen in en hij is altijd, zelfs als zijn gast inademt, de baas.

„Wat heeft u een raar piepje in uw neus. Heeft u dat altijd of is dat nu alleen, omdat u hier zit, of is het hier stoffig?” Hij wendt zijn mond van de microfoon af en schreeuwt hard het café in: „Jullie moeten hier beter stofzuigen!” De geïnterviewde lacht besmuikt met het publiek mee.

„Ja”, zegt Ischa, „u kan nou wel zitten lachen maar u moet wat zeggen. Tekst graag, tekst, tekt, tekst!”

Ischa, ik heb hem slechts één keer ontmoet, maar ik schrijf Ischa omdat iedereen dat doet, Meijer past niet bij Ischa. Ischa hield van het café, het was zijn natuurlijke omgeving, daarom klonken zijn radioprogramma’s vanuit de Amsterdamse cafés Eik en Linde en later De Heren van Aemstel ook zo naturel, zoals echte radio hoort te klinken.

Radio is een heerlijk simpel medium. Je zet microfoons op tafel, je gaat zitten en pats, daar is het gesprek. Het publiek op de achtergrond en de rinkelende glazen en kopjes geven de ruimte kleur, combo The Izzies doet de intermezzo’s en de stem der VPRO, Cor Galis, spreekt een inleidend woord. Dat inleidende woord werd door Ischa zelf, „dat kereltje, die kleine lelijke Joodse dwerg”, voor Corrie, Galisje, Corrioliootje, geschreven.

Vandaag, op Ischa’s 25ste sterfdag, hij stierf op zijn 52ste verjaardag, herbeluister ik een aantal van die Ischa-shows. Hij maakte er honderden, onder verschillende programmatitels, tussen september 1984 en februari 1995. Het is een feest van herkenning om ze terug te horen. Ik zat elke week aan de radio als hij kwam. Ik ging zelfs af en toe niet naar college om hem niet te missen; dat gaat heel ver, ik weet het.

Ik deed dat omdat Ischa het radio-interview een volkomen nieuwe dimensie gaf. Ik was de brave gesprekjes gewend, met de opgelepelde vragen en de keurige antwoorden. Nu kreeg ik opeens een soort intellectuele borrelpraat met humor en diepgang voorgeschoteld waar ik me ongelofelijk thuis bij voelde. Ischa nodigde alleen mensen uit van wie hij iets wilde weten, want het ging uiteraard om hem, zoals alles wat Ischa aanging om Ischa ging. Zijn drijfveer was zijn onbevredigbare nieuwsgierigheid en zijn gejaag op de waarheid, of dat wat in zijn ogen de waarheid was.

Hij componeerde zijn show om zijn gasten heen. Tot op zekere hoogte bepaalde hij wat ze zeiden. Als ze over iets begonnen dat hij pas aan het eind van het interview wilde horen, floot hij ze terug.

„Hooo, wacht wacht wacht, daar zijn we nog niet. We doen eerst even uw jeugd, die heeft heel lang geduurd, die gaan we nu niet in 30 seconden afdoen.”

Hij duwde en trok net zo lang aan ze tot ze in zijn pad liepen. Maar toch waren het geen verhoren of nare afzeikgesprekken, op een enkele uitzondering na. Hij was achter de microfoon zo innemend en geestig en jongensachtig brutaal dat vrijwel iedereen zich alles liet welgevallen.

Lang niet alles uit die vierhonderd uur Ischa, die via de site van de VPRO is terug te luisteren, is goed, er zitten ook suffige en ongeïnspireerde gesprekken tussen, maar ook die zijn het aanhoren waard, omdat Ischa zelf die suffigheid ter plaatse benoemt met veel gezucht en ge-‘nou, ja, dat was het wel geloof ik he, we zijn wel klaar, toch?’.

Lees ook de recensie van de bloemlezing van zijn werk: Ischa wilde het onzegbare benoemen

Ik dompel me onder in wetenschap. Ik hoor een arabist, een seismoloog, een oud-testamenticus, een agoog, een geoloog, een psycholoog, een psychiater. Ik hoor acteurs, muzikanten, journalisten en dan stuit ik op de uitzending van 5 februari 1991, waarin Ischa een schrijfster interviewt die net gedebuteerd is. Dat debuut was ingeslagen als een bom. Ischa houdt een krukkige, onbeholpen inleiding. Een stroef interview volgt, waarin de schrijfster hem lekker laat spartelen met zijn vragen. Ischa is duidelijk diep onder de indruk van het boek en van haar en zij, mevrouw Palmen, valt al tijdens het gesprek als een blok voor hem, meen ik te horen. Ik hoor dat ze intens naar elkaar zitten te kijken. De rest is geschiedenis. Neeneenee, laat ik dat niet opschrijven. Ischa roept me tot de orde. „De rest is geschiedenis, zei u dat echt? Wilt u dat nooit meer zeggen, zo afgetrapt, net als: Klopt! Dat zegt ook iedereen, klopt! Vreselijk.”

Ischa had een aantal gasten die geregeld bij hem aan tafel zaten. Naast Van der Spek waren dat onder andere Oost-Europadeskundige Martin van den Heuvel, journalist Rudi Kross en sportjournalist Herman Kuiphof. Herman Chuiphof, volgens Ischa, omdat Kuiphof de naam van oud-Feyenoordspits Ove Kindvall als enige goed uitsrak, Chindvall.

Chuiphof heeft over Ischa gezegd: „Mocht hij ooit met God in gesprek zijn, dan moet Hij wel in topvorm zijn om zich staande te houden.”

Het radio-oeuvre van Meijer, inclusief de nieuwe podcast Een Dik Uur Ischa is te beluisteren via www.vpro.nl/ischa