Iedereen houdt zijn mond over de godfather uit Oss

Brabantse onderwereld Ruim drie jaar deed de politie onderzoek naar Martien R. uit het Brabantse Oss. Hij zit vast op verdenking van drugshandel, net als zijn zoon en broer. Maandag begint de rechtszaak. Een criminele familiesage.

Illustratie Mikko Kuiper

Iedereen weet het, maar niemand zegt het. Martien R. is de ongekroonde koning van een crimineel gilde dat in Oss al decennia de dienst uitmaakt. In de volkswijken en op de woonwagenkampen weet zo’n beetje iedereen wat Martien op zijn geweten heeft. Dat hij en zijn neef in 2012 in hoger beroep werden vrijgesproken van een liquidatie – bij hoge snelheid uitgevoerd op snelweg A73 – wordt in Oss niet per se als een bewijs van zijn onschuld gezien. Eerder als een bevestiging van zijn onaantastbaarheid. Maar dat gaat niemand hardop zeggen. Niet tegen de politie, ook niet tegen journalisten. Buitenstaanders worden hier per definitie gewantrouwd.

De omerta van Oss houdt jarenlang stand. Martien R. wordt na zijn vrijspraak in 2012 nog wel een paar keer aangehouden maar van de serieuze verdenkingen blijft weinig of niets over. Toch krijgen opsporingsinstanties via een andere route het gevoel dat er iets aan de hand is in Oost-Brabant.

Zeker 25 mensen hebben te maken gehad met bedreigingen die, na contact met de politie, leidden tot inschakeling van het stelsel bewaken en beveiligen – een speciale afdeling van de politie die onder leiding van de hoofdofficier van justitie dreigingsanalyses uitvoert.

Wat opvalt is dat in bijna alle gevallen de dreiging uit dezelfde richting lijkt te komen: van de familie R. uit Oss. En dat ondanks de ernstige dreiging niemand een verklaring wil afleggen bij de politie tegen deze beruchte familie. De vrees is te groot, zegt een betrokkene uit Oss die anoniem wil blijven. „Ze weten alles: als je ’s ochtends bij het politiebureau naar binnen gaat, ligt er ’s middags een steen door de ruit.” Hoewel officiële aangiftes ontbreken vindt het Openbaar Ministerie (OM) het onaanvaardbaar dat Martien R. en zijn familie ongestraft hun gang kunnen blijven gaan.

In 2016 starten politie en justitie in het diepste geheim een onderzoek. Twee officieren en dertig politiemensen worden ervoor vrijgemaakt. Het team krijgt de tijd, anders dan bij veel andere onderzoeken, die worden afgekapt als er niet snel concrete resultaten worden geboekt. Er zijn altijd kansen, is de gedachte, als je maar volhoudt. Iedereen maakt fouten. Het onderzoek duurt ruim drie jaar. De grande finale volgt eind 2019 en krijgt de naam operatie Alfa mee.

Klemgereden

Op woensdag 13 november 2019 wordt Martien R. rond half elf in de ochtend klemgereden door leden van een arrestatieteam op de Hoogheuvelstraat in Oss. Martien is op weg naar het woonwagenkamp aan het einde van de straat. Hij woont niet op dit relatief kleine kamp, gelegen aan een smalle straat naar de woonboulevard, maar komt er wel regelmatig. Er staat een handvol grotere woonwagens direct aan de weg, geregeld aan het zicht onttrokken door her en der geparkeerde auto’s.

Na de arrestatie van Martien R. wordt het kamp volledig afgesloten. Omdat het onderzoek enkele dagen zal duren, moeten alle bewoners die niet worden verdacht het kamp verlaten. Ze worden ondergebracht in hotels in de omgeving. Tijdens operatie Alfa zijn vierhonderd man op de been: rechercheurs, mensen van het OM, specialisten van defensie en de Belastingdienst. In een bosgebied nabij het kamp aan de Hoogheuvelstraat worden meerdere verborgen ruimtes gevonden met zware wapens, bewaakt met eigen camera’s. Ook vindt de politie liters chemicaliën, bedoeld voor de productie van drugs.

Een week later wordt het woonwagenkamp in het nabijgelegen Lith uitgekamd. Daar worden handgranaten gevonden, en een wapen. In december en januari 2020 wordt nog een aantal mensen aangehouden. De sfeer op de woonwagenkampen is er sindsdien niet beter op geworden. Bewoners, toch al niet happig op onaangekondigd bezoek, willen er niet vertellen hoe ze heten, zeker niet aan journalisten: „Je kunt maar beter zo snel mogelijk weggaan.”

Lees ook: Op het woonwagenkamp verlink je niemand

Tijdens operatie Alfa zijn vijftien mensen aangehouden die worden verdacht van lidmaatschap van een criminele organisatie. Martien R. is de leider van deze organisatie waar volgens het OM ook zes van zijn familieleden lid van zijn. Onder hen Martiens zoon Anton en zijn broer Toon. Aanstaande maandag bespreekt de rechtbank in Den Bosch voor het eerst in het openbaar de voortgang van het onderzoek. Waarom ziet het OM Martien R. als koning van de onderwereld in Brabant? En wat zegt het dat zes van zijn medeverdachten familieleden zijn?

Woonwagenbeleid

Wat te doen met woonwagenbewoners? Die vraagt houdt het gezag in Brabant al ruim honderd jaar bezig. In 1918 wordt in Nederland de Wet op woonwagens en woonschepen aangenomen. Er zijn zorgen over een bevolkingsgroep die niet in een huis woont, maar rondtrekt en in een bedenkelijke economische situatie zit. Reizigers, worden ze ook wel genoemd. De wet heeft volgens meerdere onderzoekers tot gevolg dat de bewegingsvrijheid van woonwagenbewoners langzaam wordt ingeperkt.

Het doel zou zijn het aantal woonwagens tot een minimum terug te dringen, zo valt op te maken uit historisch onderzoek.

De wet leidt ertoe dat woonwagenbewoners wel mogen blijven trekken en dat gemeenten een plek moeten aanwijzen waar ze tijdelijk mogen verblijven. De oude reizigers krijgen door hun tijdelijke vestiging op woonwagenkampen een nieuwe bijnaam in het Brabantse: kampers. Een benaming die door veel woonwagenbewoners als een discriminerend scheldwoord wordt gezien.

De familie R. bestaat niet uit klassieke reizigers. Uit interviews met oud-woonwagenwerkers die historicus en criminoloog Hans Moors heeft gehouden, blijkt dat zij van oorsprong arbeiders uit Oss waren die aan het begin van de twintigste eeuw „vanwege wangedrag de stad uit werden gezet”. Het komt overeen met informatie uit het Archief van het Woonwagenschap, waarin wordt gesproken over verschillende „asociale families die in de eerste decennia van de twintigste eeuw de stad uitgingen en een woonwagen gingen bewonen”. Oss kent in die tijd een snel groeiende voedingsindustrie (margarine en vleesverwerking) waar veel arbeiders emplooi vinden.

Daar komt in de jaren dertig een einde aan. De economische crisis raakt met name de arbeidersklasse in Oss hard. Mede door het vertrek van een aantal margarineproducenten naar Rotterdam loopt de werkloosheid in Oss op tot boven de 25 procent van de beroepsbevolking. Het leidt in de Oost-Brabantse stad tot armoede, woningnood, onrust en criminaliteit.

De beruchte reputatie die de familie R. in Oss nu heeft, stamt uit die tijd. In het rapport De bevolking van een woonwagencentrum van Herman de Beer uit de jaren zestig, komt een familie uit Oss voor met vier zonen die in 1913 in een woonwagen is gaan wonen. Een van die kinderen is volgens Moors vermoedelijk de overgrootvader van Martien R. Ze komen in die tijd op een woonwagenkamp in Oss terecht dat Zevenbergen wordt genoemd. De familie R. was daar met zeventien gezinnen en circa honderd klein- en achterkleinkinderen in 1966 nog altijd „sterk overheersend”.

Als er in 1968 een nieuwe Woonwagenwet komt omdat de situatie van woonwagenbewoners nauwelijks is verbeterd ten opzichte van vijftig jaar eerder, worden er vijftig nieuwe permanente woonwagenkampen ingericht. Het doel is om woonwagenbewoners niet meer rond te laten trekken, ze moeten een vaste verblijfplaats krijgen. Door het verbod op rondtrekken beroofde de Woonwagenwet van 1968 veel reizigers van hun nering. Voor sommigen was dat seizoensarbeid, anderen trokken als scharensliep of handelaar in schoonmaakspullen van dorpskern naar dorpskern. Sommigen pasten zich aan maar veel kampers zochten geen ander werk. Ze kwamen vaak in de bijstand terecht, vertelt criminoloog Toine Spapens. „Dat zie je wel vaker bij woonwagenbewoners: ze willen liever geen bemoeienis van de overheid tenzij het ze goed uitkomt.”

Een van de vijftig nieuwe kampen is Vorstengrafdonk. Het ligt tegen de A50 aan geplakt, bij de afslag Oss-Oost. Martien R. wordt hier op 4 december 1970 geboren. Vorstengrafdonk is een groot kamp waar op het hoogtepunt zeker honderd wagens staan. Het kamp heeft een autosloperij, een schooltje, een kerk, een verloskamer en een wijkagent, noteert Volkskrant-verslaggever Sietse van der Hoek uit de mond van de laatste bewoners bij sluiting van het kamp in 1996. De bewoners van Vorstengrafdonk komen dan terecht in kleine kampen aan de rand van Oss.

Daarmee is de discussie over woonwagenkampen niet ten einde. Eind jaren negentig wordt de Woonwagenwet weer afgeschaft en krijgen gemeenten de ruimte eigen beleid te voeren.

Illustratie Mikko Kuiper

Octopus-proces

Is de familie van Martien R. lokaal in Oss al decennialang een begrip, Nederland maakt in de jaren negentig kennis met Koos R., een neef van Martien. Hij is aanwezig op het parkeerterrein van het Amsterdamse Hiltonhotel als daar in de vroege zomer van 1991 hasjbaron Klaas Bruinsma wordt doodgeschoten, op dat moment de grootste crimineel van het land. Dezelfde Koos R. duikt een paar jaar later op in het zogeheten Octopus-proces, een geruchtmakende strafzaak naar hasjsmokkel door een groep mannen die allemaal op een woonwagenkamp wonen.

Het komt vaker voor dat meerdere leden van een familie actief zijn in de misdaad, vertellen criminologen Moors en Spapens die onderzoek hebben gedaan naar criminele families. In dat onderzoek gaat het om ‘intergenerationele overdracht’: dragen ouders crimineel gedrag over op hun kinderen?

Gewelddadig gedrag, middelengebruik en een laag opleidingsniveau zijn risicofactoren voor overdracht van afwijkend en crimineel gedrag tussen generaties, aldus Moors en Spapens. Maar ook de sociale omgeving waarin families verkeren is van belang. Een ‘deviante subcultuur’, die vaak heerst in arme wijken of op woonwagenkampen, en regelmatig contact met criminele relaties gelden als risicofactoren voor het ontwikkelen van crimineel gedrag.

Ze hebben onderzoek gedaan naar zeven criminele families in Brabant. In drie gevallen gaat het om woonwagenbewoners, en in één geval om een familie die zich in de jaren zeventig op een woonwagenkamp heeft gevestigd. De familie R. zit niet in hun onderzoek. Maar dat de helft van de onderzochte families woonwagenbewoners betreft, is volgens historicus Moors geen toeval. „Veel woonwagenkampen hebben zich ontwikkeld tot vrijplaatsen, plekken waar de overheid geen enkel zicht op heeft. Er heerste al snel het gevoel van ‘wij tegen de rest’. Een kamp als Vorstengrafdonk in Oss was helemaal afgesloten van de rest van de stad. Die ligging versterkte het gevoel van uitsluiting en van onderlinge solidariteit.”

Door het isolement, de onderlinge loyaliteit en de afkeer van gezag is het woonwagenmilieu een ideale voedingsbodem voor criminaliteit. Zo komt begin jaren zeventig de Kempenbende op, een grote groep mannen uit criminele families die opvallen door het grove geweld dat ze gebruiken bij overvallen. Een aantal families komt in de jaren tachtig terecht in de drugshandel. Het begint met hasjsmokkel. Daarna stapt een deel over op de teelt van wiet en, in de jaren negentig, op de productie van synthetische drugs als xtc. Spapens: „Het zijn families die zelf willen bepalen hoe hun dag eruit ziet. Vaak is er in elke generatie wel een absolute baas: een soort godfather. Ze zijn loyaal aan elkaar en hebben een groot wantrouwen tegenover iedereen die geen familie is. Omdat ze buitenstaanders op afstand houden, is het voor de politie bijna onmogelijk om er binnen te komen.”

Het leiderschap van de criminele familie gaat volgens de onderzoekers niet per se over van vader op zoon. Een succesvolle misdaadondernemer moet criminele activiteiten kunnen organiseren, goed kunnen rekenen, vooruit denken en personeel binden en motiveren, stellen Moors en Spapens. „Ja, je ziet binnen criminele families veel antisociaal en agressief gedrag, maar succes in de onderwereld vereist ook een zekere impulscontrole en sociale intelligentie. Niet voor niets worden succesvolle criminelen vaak geschetst als de alternatieve burgemeester van hun buurt of woonwagenkamp.”

Succes in de onderwereld vereist een zekere impulscontrole en sociale intelligentie

Toine Spapens criminoloog

Spoor van kogels

In de nacht van 10 september 2008 rijdt op de A73 richting Oss een blauwe Ford Escort. Op de bijrijdersstoel zit de 33-jarige Hans van Geenen, na een avondje pokeren in het casino op weg naar huis. Dan duikt een BMW op. Met twee machinegeweren wordt vanuit die BMW het vuur geopend op de auto van Hans van Geenen, die 112 belt terwijl de kogels hem om de oren vliegen.

„We worden beschoten op de A73”, zegt Hans. „A73?”, antwoordt de telefoniste. „We worden beschoten”, roept Van Geenen, terwijl de kogelregen op de bandopname van het gesprek goed te horen is. Als de hulpdiensten arriveren, blijkt dat er ten minste zeventig keer op de auto is geschoten, de kogels liggen verspreid over meerdere kilometers snelweg. Hans van Geenen is dood.

In het voorjaar van 2009 wordt Martien R. gearresteerd voor de moordaanslag op Van Geenen. De strafzaak die volgt krijgt ook in de landelijke media veel aandacht: een liquidatie op de snelweg waarvan geluidsopnames zijn gemaakt is bijzonder. De politie heeft onder de auto waarin Van Geenen zat een peilbaken gevonden waarmee de schutters de gangen van hun doelwit nauwgezet hebben kunnen volgen. Het onderzoek naar dit peilbaken leidt via een Amsterdamse spy-shop naar Martien R., die het volgens de politie heeft gekocht.

Als na de arrestatie van Martien R. en drie medeverdachten ook nog munitie wordt gevonden die sterk lijkt op de kogels waarmee Van Geenen is vermoord, lijkt het net zich te sluiten. De rechtbank in Den Bosch gaat mee in de redenering van het Openbaar Ministerie dat de koper van het peilbaken, Martien R., het baken ook onder auto heeft geplakt en dat hij daarmee verantwoordelijk is voor de moord op Hans van Geenen. „Kopen is plakken en plakken is schieten”, zo stelt de officier van justitie. De rechtbank legt Martien R. 23 jaar celstraf op, maar in hoger beroep spreekt het hof hem vrij.

De vrijspraak levert Martien R. een imago van onaantastbaarheid op. Hij is ook al eens vrijgesproken van het binnensmokkelen van driehonderd kilo cocaïne. En hij is in het voorjaar van 2018 aangehouden voor een mislukte moordaanslag in 2015 op zijn ex-vriendin Bianca van der H.. Zij had een relatie met Hans van Geenen, van wie ze, vlak voor zijn dood, een kind had gekregen.

„Ze hebben nooit een snippertje bewijs gehad”, zegt Martien R. in de zomer van 2018 in een interview met het Brabants Dagblad over zijn rol bij de aanslag op zijn ex. Verontwaardigd laat hij de sepotbrief zien die hij vlak daarvoor heeft gekregen. Martien voelt zich een „lopende schietschijf” omdat hij jaren eerder door de politie is gewaarschuwd dat hij op een dodenlijst staat. Volgens de auteur van het stuk praat Martien net zo snel als DWDD-presentator Matthijs van Nieuwkerk en zet hij zijn woorden kracht bij door veelvuldig met zijn grote getatoeëerde armen te zwaaien. „Als ze de kans krijgen om mij te pakken zullen ze het niet laten”, zegt hij.

Cryptofoons

Het blijken profetische woorden. Op dat moment worden Martien R. en zijn gevolg al tweeënhalf jaar in de gaten gehouden. Martien wordt geobserveerd en zijn telefoon wordt afgeluisterd. Met dit soort klassiek recherchewerk wordt zijn netwerk van criminele contacten in kaart gebracht. Maar ook in de Brabantse onderwereld worden voor gevoelige zaken cryptofoons gebruikt, speciale telefoons waarvan het berichtenverkeer zo wordt versleuteld dat de politie niet kan meelezen. Martien is een grootgebruiker van die telefoons, weten bronnen in het criminele milieu.

In de eerste fase van het onderzoek wordt duidelijk dat het woonwagenkamp aan de Osse Hoogheuvelstraat een belangrijke rol speelt. In een schuurtje op dat kamp lijken de familieleden vaak met elkaar in beraad te gaan. In de hoop meer bewijs te verzamelen, plaatst de recherche speciale afluisterapparatuur, die in de muurtjes van de schuur zijn ingebouwd. Zo blijkt dat Martien R. een bijnaam heeft die nog niet eerder naar buiten is gekomen: de Kop.

Martien R. kan impulsief reageren, maar staat niet bekend als iemand die zichzelf niet in de hand heeft. En hij is wantrouwend. De afluisterapparatuur van de politie wordt op enig moment ontdekt, zo meldde de Telegraaf onlangs.

Dat past bij een ander verhaal dat rondgaat in het criminele milieu. Martien betwijfelt of de aanbieders van de cryptofoons die hij gebruikt wel te vertrouwen zijn. „Martien is in stilte mede-eigenaar van een aanbieder van dit soort telefoons”, aldus een bron wiens verhaal door anderen wordt bevestigd. „Toen het verhaal ging dat zijn encryptie kon worden gekraakt, loofde Martien 1 miljoen uit aan degene die kon aantonen dat zijn telefoons niet veilig waren.”

De haven van Antwerpen

Volgens justitie en politie zit Martien achter twee cocaïnetransporten. Het grootste, een lading van 1.500 kilo met een groothandelswaarde van 35 tot 40 miljoen euro, wordt in augustus 2018 onderschept in de haven van Antwerpen. Dat lukt mede omdat de politie er opnieuw in is geslaagd om de vergaderruimte van Martien af te luisteren. Deze keer komt de Kop er niet achter. Kennelijk laat zijn wantrouwende aard hem op dat moment in de steek.

Misschien komt dat doordat hij dat voorjaar is aangehouden voor de aanslag op zijn ex-vriendin Bianca. Of omdat zijn naam in de zomer van 2018 wordt genoemd in verband met weer een ander geweldsincident in Oss: de moord op Peter Netten, doodgeschoten voor het woonwagenkamp in de Hoogheuvelstraat. In het eerder aangehaalde interview met het Brabants Dagblad vertelt Martien dat die moord hem zeer heeft geraakt. „Ik heb die jongen nog gereanimeerd, ik heb hem zien sterven. Toen de politie kwam, werd ik meteen gefouilleerd, als enige. Tegen familieleden van Peter is verteld dat ik met de moord te maken zou hebben. Met mijn advocaat heb ik daar mijn beklag over gedaan, want dat slaat nergens op. Zo zet je mensen tegen elkaar op.”

Lees ook: Had die jongens uit de wijk maar niet zo groot laten worden

Na die uitspraken duurt het nog anderhalf jaar voordat justitie en politie besluiten om Martien R. aan te houden samen met een aantal medeverdachten. Een van hen is Kaan D., die zich na de moord op Peter Netten heeft gemeld als de schutter. Maar het onderzoek naar zijn bekentenis leidt niet tot een veroordeling. Integendeel, hij wordt vrijgelaten. Tijdens de strafzaak meldt de officier van justitie dat Kaan D. anderhalf miljoen euro in het vooruitzicht zou zijn gesteld als hij de schuld op zich zou nemen. De gulle gever, aldus de officier: Martien R.

Kaan D. wordt door justitie gezien als lid van de harde kern van de groep rond Martien R. Zijn valse bekentenis tekent de loyaliteit van de groep mannen rond Martien. Alle aangehouden verdachten weigeren vooralsnog antwoord te geven op vragen over Martiens organisatie.

Het is de vraag of advocaat Jan-Hein Kuijpers zijn Brabantse cliënt opnieuw kan behoeden voor een stevige celstraf. De raadsman herkent zich niet in het beeld dat van zijn cliënt Martien R. wordt geschetst als een slimme en berekenende leider van een criminele organisatie. „Justitie probeert mijn cliënt al een decennium neer te zetten als de baas van de Brabantse onderwereld”, aldus Kuijpers. Maar voor die stelling is geen bewijs.” De vraag is of Martien R. tijdens de rechtszaak het zwijgen zal doorbreken. Kuijpers: „Het is niet zo’n prater, maar hij ontkent en zal dat te zijner tijd zeker motiveren.”

Correctie (15 februari 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond abusievelijk vermeld dat Martien R. en zijn broer zijn vrijgesproken voor liquidatie. Dat klopt niet, het betrof de neef van de verdachte. Dat is hierboven aangepast.