Opinie

Homogeniteit is een illusie geworden

Samenleving las de terugblik van Paul Scheffer op zijn roemruchte essay ‘Het multiculturele drama’: „Het is een illusie te denken dat een land migratie werkelijk kan reguleren.”
Foto Rick Maiman/ Bloomberg News

„Scheffers essay past in een kleine rij essays uit NRC die een ommekeer in het publieke debat veroorzaakten of bezegelden”, schreef NRC-ombudsman Sjoerd de Jong (1/2). De Jong blikte terug op de terugblik die de krant had ingeruimd om te vieren dat twintig jaar daarvoor, op 29 januari 2000, Paul Scheffer zijn beroemd geworden pamflet – het was eerder een pamflet dan een essay – in NRC publiceerde.

In dat pamflet werd met wat omhaal van woorden en verwijzingen naar studies van het Sociaal en Cultureel Planbureau feitelijk beweerd wat de schrijver Frans Kellendonk in 1986 al puntig en met gevoel voor goede stijl in een gesprek met H.M. van den Brink in NRC had gezegd: „Een straat waar men op de ene hoek een katholieke kerk probeert te handhaven, op de andere een moskee en nog een hindoetempeltje in het midden, is een straat waar binnen de kortste keren geen godsdienst en helemaal geen gemeenschap meer zullen zijn.”

Mijn nieuwsgierigheid was groot toen Scheffer zijn eigen analyse van zijn pamflet van twintig jaar daarvoor in de krant publiceerde, hoe zou Scheffer nu terugkijken op zijn voorspellingen en waarschuwingen van toen?

Lees ook: Paul Scheffer, 20 jaar na zijn essay: Migratie is maakbaar

Om te beginnen verbaast het me dat Scheffer in zijn erudiete terugblik de gebeurtenissen op 11 september 2001 afdoet als een detail. We kunnen wel doen alsof gebeurtenissen in Nederland losstaan van ontwikkelingen in de rest van de wereld, maar dat is een opvatting die van weinig waarheidsliefde getuigt.

De aanslagen van 11 september 2001 en de reacties daarop, de oorlog in Afghanistan en Irak – IS was weer een direct gevolg van de oorlog in Irak – hebben in niet geringe mate bijgedragen aan een andere, veel kritischer om niet te zeggen angstige blik van de westerling op de migrant met een islamitische achtergrond. En als we het over de migrant hebben, hebben we het eigenlijk altijd over de moslim, in Nederland ook wel genaamd de Marokkaan. Er lopen wat Bulgaren, Polen en Antillianen door het debat, maar dat is feitelijk pro forma.

Niet het feit dat het leuke banketbakkertje om de hoek was veranderd in een Turkse supermarkt deed de westerling hernieuwd kennismaken met de vrees, het was de panische gedachte dat eigenlijk elke moslim een kleine Bin Laden was die de westerling van zijn nachtrust beroofde.

Een mooie hinkstapsprong

Ik geef toe dat ik indertijd zelf de impact van de aanslagen heb onderschat. Ik had, naïef misschien, op meer nuchterheid gerekend, ik had niet beseft hoezeer de westerling was gaan geloven dat zijn vermeende onkwetsbaarheid een grondrecht was dat niemand meer van hem zou kunnen afpakken.

Wie de geschiedenis van het populisme, om dat woord maar te gebruiken, in de eerste twee decennia van deze eeuw in het Westen wil beschrijven – en Scheffers pamflet is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse tak van die geschiedenis – kan niet om 9/11 heen. Dus zonder iets aan Scheffers prestatie af te willen doen, hij kreeg een duwtje in de rug van Bin Laden en Atta.

In zijn terugblik maakt Scheffer een mooie hinkstapsprong. Aan de ene kant neemt hij afstand van zijn pamflet van toen, aan de andere kant onderschrijft hij zijn conclusies alsnog, zij het met iets andere woorden: „Niet schattingen maar wenselijkheden moeten leidend zijn. Dat noemden we vroeger democratie: een geïnformeerd debat over de richting van het land.”

Tolerantie is niet: verdragen wat verdraaglijk is, maar verdragen wat men eigenlijk moeilijk te verdragen vindt

Wat aan de kracht én de onhebbelijkheid van Scheffers essay, toen en nu, ten grondslag ligt is ideologie, de vraag of wenselijkheden leidend moeten zijn en wie die wenselijkheden bepaalt. Onhebbelijk omdat geveinsd werd dat eigen wensen en angsten vanzelfsprekend, neutraal en rationeel waren. Die oude menselijke onhebbelijkheid, irrationeel en gevaarlijk zijn altijd de anderen.

Het is zeker niet alleen een liberaal of libertijns inzicht, maar de mens staat veelal machteloos tegenover zijn wensen en zijn wenselijkheden, maatschappelijk en individueel. Zonder in volledig fatalisme of stoïcisme te belanden, kun je vervolgens concluderen dat bescheidenheid op zijn plaats is.

Lees ook: De vooruitgang van migrantenkinderen is onvermijdelijk

Een veiligheidsexpert die voor een grote Nederlandse bank werkt, zei een paar jaar geleden tegen me: „Cybercriminaliteit is een luchtbed. Wat je op de ene plek wegdrukt komt op de andere plek weer boven.” Hij voegde eraan toe: „En zo is het eigenlijk met de meeste onwenselijkheden.”

Dat is geen reden niets te doen, wel een reden om reële inschattingen te maken van effecten en neveneffecten van je handelen.

Ook beseft iedereen die over democratie denkt dat de wensen van het volk, oftewel de wensen van hen die namens het volk spreken, levensgevaarlijk kunnen zijn. Concessies, een zekere gelatenheid, zijn niet een kenmerk van het polderen, mijn wensen zijn namelijk niet uw wensen, maar van elke democratie, zelfs van de Amerikaanse met zijn checks and balances, die nog altijd redelijk werken.

God bewaar ons voor een overheid die de toekomst in de mal van de wenselijkheid wenst te stoppen. Die handeling, ja zelfs de wens alleen, is een bij uitstek totalitaire reflex.

Afbrokkelende tolerantie

Vervolgens is het een illusie te denken dat een land migratie werkelijk kan reguleren. Zelfs als je doet alsof de EU niet bestaat, dan moet je nog steeds beseffen dat je van je land een soort hermetisch afgesloten Gazastrook moet maken om migratie werkelijk te reguleren. En dan nog, zie het luchtbed van de wenselijk- en de onwenselijkheden.

Met Kellendonk en Scheffer denk ik dat de gemeenschap inderdaad bestaat uit talloze gemeenschapjes, ik vermoed echter dat dat altijd al zo was, het gevaar van een burgeroorlog lijkt me vooralsnog klein.

Lees ook: Heeft zich hier een multicultureel drama voltrokken?

„Ik stelde vast dat mijn eigen tolerantie afbrokkelde”, schrijft Scheffer met bewonderenswaardige openhartigheid. Als men dat ziet afbrokkelen, zou ik eerst beginnen aan zelfonderzoek voor men de samenleving aan allerlei onderzoeken onderwerpt. Tolerantie is namelijk niet verdragen wat verdraaglijk is, maar verdragen wat men eigenlijk moeilijk te verdragen vindt.

En homogeniteit is net als soevereiniteit een illusie geworden. Daarover zou een gesprek kunnen en moeten worden gevoerd, want er zijn inderdaad veel mensen die hechten aan die illusie. Een reële inschatting van de werkelijkheid moet de basis zijn van dat gesprek, en het wenselijke mag best af en toe voorbij paraderen, niemand kan zonder een kleine dosis idealisme.

Maar waar die dosis te groot wordt, dreigt de bittere teleurstelling.

Men zegt dat realisme een excuus is voor cynisme, het omgekeerde is veel vaker waar: de wenselijkheden monden uit in cynisme.

Het waren teleurgestelde, veelal linkse idealisten die het populisme in het zadel hebben geholpen. De droom van de maakbaarheid mocht niet worden opgegeven, dan maar anders maakbaar.

Men herkent de teleurgestelde idealist aan het goedbedoelde cynisme dat hij afscheidt.

NRC organiseert een debat over ‘Het multiculturele drama - 20 jaar later’. Met o.a. Paul Scheffer, Clarice Gargard en Zihni Özdil. Op 17 feb. om 20.00u in Pakhuis de Zwijger, Amsterdam. Het debat is online te volgen via dezwijger.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.