Recensie

Recensie

Acht Nederlanders over hun tijd in Rusland (●●●●)

Rusland In Van Leningrad naar Sint-Petersburg doen acht Nederlanders die ooit in Rusland studeerden verslag van hun, vaak vermakelijke, belevenissen van toen. Het spannendste verhaal is dat van Hella Rottenberg.

Foto Peter Turnley / Getty Images

‘Denkend aan Leningrad in de winter van 1973 zie ik aftandse bussen traag door oneindige straten gaan.’ Met die zin typeert Arthur Langeveld de slome stad waar hij als student vijf maanden verbleef.

Er was in Leningrad toen aan alles gebrek. Dat bleek al meteen bij zijn aankomst met de trein, toen hij in de stationsrestauratie een kop koffie wilde bestellen en vaststelde dat koffie in de Sovjet-Unie een schaarste-artikel was. Ook taxi’s waren vrijwel nergens te bekennen. En als ze er wel reden, namen ze hem niet mee omdat hij toen nog niet wist dat hij ‘dubbel tarief’ tegen de chauffeurs moest roepen. ‘Welkom in de wondere wereld van de planeconomie’, schrijft hij dan ook in zijn vermakelijke bijdrage in de bundel Van Leningrad naar Sint-Petersburg. Nederlandse herinneringen aan een wonderlijke stad.

Behalve Langeveld doen nog zeven andere Ruslandgangers verslag van hun toenmalige belevenissen. Het resultaat is een bonte verzameling verhalen die veel clichés over Rusland onderuit halen en andere bevestigen.

Genadeloze politici

Zo kritiseert Wil van den Bercken de ‘Russische ziel’ – de levensinstelling die gekenmerkt wordt door vermeende eigenschappen als nederigheid, barmhartigheid en gerichtheid op het geestelijke. Onzin, schrijft hij, vooral omdat Russen die zich op die ziel beroepen een uitzondering maken voor hun politici, die vooral genadeloos zijn.

Lees ook: Hoe het is om buren te zijn met Rusland

Uit de acht verhalen komt een wereld naar voren die onvoorstelbaar is voor hen die haar niet hebben meegemaakt. Zo werd op de lokale Leningradse radiozender dagelijks opgesomd wat er in welke winkel aan kleren en schoenen te koop was: in warenhuis Victorie een partij Poolse regenjassen, in de winkel Schoeisel een lading Joegoslavische dameslaarzen.

De latere vertaler Gerard Kruisman genoot in 1972 dankzij die schaarste juist van de rust, leegte en klaarheid in de stad, zo lees je in zijn dagboekaantekeningen uit die dagen.

Dat kwam vooral door de autoloze straten die hem het gevoel gaven in de 19de eeuw te zijn beland. Wel voelde hij een zekere lentemoeheid, die hij toeschreef aan vitaminetekort: ‘Aardappels en kool – op den duur is dat kennelijk niet genoeg’.

Andere verhalen die deze bundel lezenswaard maken zijn het droomverslag van schrijver Kees Verheul, die de stad vergelijkt met de lengtedoorsnede van het menselijk lichaam, het relaas van Alexander Münninghoff over de ambtelijke tegenwerking die hij in 1997 ondervond bij het opzetten van het Nederlands Instituut Petersburg en de belevenissen van vertaalster Aai Prins, die vanaf 2006 acht jaar lang in een afbraakbuurt tussen de gewone Russen woonde.

Rottenberg

Het spannendste verhaal is dat van Hella Rottenberg, die in 1979 aan het Leningradse theaterinstituut studeerde en zich in dissidente kringen begaf. Aan de hand van het lot van de moeder van een Russische vriendin, die ontslagen werd omdat ze op de British Council besloten filmvoorstellingen bezocht, laat ze zien hoe onder Brezjnev de politiestaat sluimerde om ineens wakker te schrikken en genadeloos toe te slaan.

Lees ook: Waarom de meeste Russen zo passief zijn

Jaren later, in 1991, woonde Rottenberg als correspondent voor de Volkskrant op een Moskouse compound voor expats, die als speciale voorziening een telefoonlijn hadden waarmee ze rechtstreeks met het buitenland konden telefoneren. Kort nadat in december van dat jaar de Sovjet-Unie werd opgeheven bleek die speciale voorziening niets voor te stellen. Want ineens maakten de autoriteiten bekend dat ook voor de gewone Russen de internationale telefoonverbindingen zouden worden hersteld. Zeventig jaar lang had het regime hen afgesloten gehouden van de rest van de wereld. Door simpelweg een schakelaar in de telefooncentrale om te draaien kwam daar ineens een einde aan.